Wanneer het koele water van het beekje om mijn enkels spoelt, huiver ik toch even, ook al brandt de zon genadeloos op mijn hoofd en schouders. De keien met wier overdekt voelen glibberig aan en behoedzaam doe ik een paar passen.
“Wat een cool Middeleeuws bruggetje!”
Arda’s uitroep wordt achter me op gegrinnik onthaald. De ontwerper van deze constructie die bestaat uit vakkundig op elkaar gestapelde stenen, zal inderdaad niet hebben kunnen bevroeden dat zijn bouwsel ooit met een dergelijke moderne krachtterm zou worden omschreven. Ik moet stil glimlachen bij het besef dat dit wonderlijke reisgezelschap al zoveel geestige en onverwachte ideeën heeft opgeroepen. Amper zeven dagen ben ik op weg met deze zeven, één voor één, unieke jonge mensen en toch, nu de klank van het zingende water tot mijmeren aanzet, weet ik plotseling dat er voor deze groep een mooie tijd is weggelegd. De vier tandems die ons op dit schilderachtige plekje net voorbij de Deense grens hebben gebracht en in de middaghitte op onze terugkeer staan te wachten, hebben de sleutel gevormd, het aambeeld waarop de band werd gesmeed. Ze zijn het technisch hoogstaande excuus, stuk voor stuk met 25 kg bagage beladen, om aan te tonen hoe eenvormig diversiteit in wezen is: visuele handicap of niet, waar schuilt het verschil in?
Naast Bas lig ik op de oever in het malse gras waarmee het schuin aflopende hellinkje is begroeid. Allen luisteren we naar de zachte stem van het beekje die ons zwijgen zo lieflijk overstemt. Het geronk van een eenzame auto is reeds lang in de verte weggeëbd. Ook de strak blauwe hemel lijkt roerloos en ingetogen bij het plaatje te willen behoren. Ik voel hoe de rust door me heen vloeit en tot in de kleinste vezel van mijn lichaam kruipt. Slechts onze ademhaling wordt intenser en komt uit de vergetelheid tot leven. Ik zie het water aan mijn voeten waar de stroming aanvankelijk warrige lijnen trekt, die ritmische patronen worden, regelmaat en vorm, beelden van de voorbije week. Hugo met een tandenborstel in de hand, staande in de winkel van het tankstation waar we de voorafgaande nacht hadden gekampeerd op het achterliggende veldje, dat wel enigszins ruig aandeed maar dat ons heel gastvrij door de winkeljuffrouw was aangeboden. Heel bedaard voerde hij dit kleine ochtendritueeel uit op deze merkwaardige plek, omringd door Elwin, Bart en mij, ieder nippend aan een beker hete koffie. Is deze tocht soms niet je reinste geflirt met banaliteit? De meest alledaagse gebeurtenissen verdienen opeens weer onze aandacht en over de meest afwijkende handelingen wordt met geen woord gerept. De sterrenhemel hervindt zijn mysterie en eensklaps herinneren we ons dat het licht dat we waarnemen wel 46 jaar oud kan zijn. Toen we voor de rustdag onze tenten opsloegen op een extreem foute camping waar zelfs radio in de toiletten voorzien was, bestempelden we dat unaniem als ‘decadent’. Dan vergeten we dat we thuis behaaglijk achterover leunen in een schuimend bad, terwijl onze favoriete muziek weerklinkt of we zelfs voor een spetterend tv-programma kunnen opteren. Anderzijds verpinken we geen ogenblik wanneer we ons gewassen ondergoed aan het fietsstuur bevestigen, opdat het gedurende de rit zou kunnen drogen. Kortom, confronterend kun je dat zwervend leven wel noemen.
Het grind dat langs vele Deense fietspaadjes te vinden is, knispert stemmig onder de banden. Deze enigszins monotone melodie hoort als geen ander thuis in dit landschap dat heel weids aandoet met zijn velden, meren en bossen. Desolaat slingert de weg zich over het glooiende terrein, en hier voel ik mij meer de kleine genieter dan de grote bewonderaar. Op het Deense platteland ontdek je een schoonheid die het eerder van subtiliteit en detail moet hebben, dan van kracht en robuustheid zoals we die overduidelijk in Duitsland hebben kunnen ervaren. De reis die ons in twee weken van het Nederlandse Emmen naar Aalborg zal voeren, heeft beide landen in een scherp contrast tegenover elkaar gesteld. Zodra we de Deense grens waren gepasseerd, leek de verandering van atmosfeer bijna tastbaar.
Ook in de groep ging alles nog soepeler verlopen, hoewel ik vermoed dat die ontwikkeling te wijten was aan de tijdsfactor en niet aan de invloed van geografische elementen. De periode van aftasten en onderzoeken was voorbij; het meditatieve tafereeltje bij het bruggetje kunnen we plots met z’n achten delen. Ieder van het gezelschap heeft zijn plekje gezocht en heel snel krijgen we meer schik in de rol die ons spontaan is toebedeeld. Zo is het fascinerend om te zien hoe Hugo en Bas, van wie het ganse Verreweg-concept afkomstig is maar die zich eigenlijk niet als leiders wilden opwerpen, toch de steunpilaren zijn geworden waatop de groep vertrouwt. Huug die, wanneer we onderweg zijn, meestal voorop rijdt en de kaart leest, hoewel hij ook vaak hulp krijgt van Arda; Bas die de rij sluit en nauwlettend op ieders veiligheid past. Wel markant dat een sterk ontwikkeld verantwoordelijkheidsgevoel hier allemaal toe kan leiden.
Daarnaast verlopen de praktische taken tevens in een stilzwijgende harmonie, waarover ik me wel eens kan verbazen. Het spreekt voor zich dat er de eerste dagen enige terughoudendheid bestond om de vier slechtzienden met bepaalde taken te belasten, zeker wanneer je bedenkt dat deze geïntegreerde context voor de ziende deelnemers volkomen nieuw was. Toch stond ik versteld van de snelheid waarmee we leerden samenwerken en de overgave waarmee iedereen zich engageerde: de tenten rezen nu onder vier handen, een gedisciplineerde kookploeg zorgde in een mum van tijd voor een lekker avondmaal, terwijl de fietsen ’s ochtends en groupe werden bepakt. Elke keer opnieuw leverden we het bewijs dat acht mensen meer weten en kunnen dan vier, ongeacht enige visuele beperking.
De humor die langzamerhand persoonlijker getint wordt, masseert de pijnlijke kuitspieren en is op geen ogenblik weg te denken geweest. Het schenkt een warm saamhorigheidsgevoel, wanneer er weer een lachsalvo van onze tafel opstijgt. We hebben het fameuze einddoel gehaald, al zijn we iets van de route afgeweken en hebben we Aalborg dus niet aangedaan. Het restaurant in het stadje Hals waar we voor het laatst rustig samenzitten, ligt aan de nauwe zee-engte tussen het schiereiland en het noordelijkste Deense eiland. Morgenochtend komt Ari, Hugo’s werkgever, ons met een busje ophalen.
Veel sporten maakt de geest helder en vrij, dat wisten de Grieken al, en voor de zoveelste maal moet ik hun wijsheid onderkennen. Er huist een voldane vermoeidheid in mijn leden, maar ik heb mij in tijden niet zo opgeknapt gevoeld. Naast alle grappen hebben we eveneens heel diepgaande gesprekken gevoerd, die veel nieuwe denkbeelden in mij hebben losgeweekt en die waarschijnlijk ook de anderen tot verdere uitdagingen zullen aansporen. Iedereen luisterde aandachtig naar hetgeen je te zeggen had, en daarom werden onderwerpen aangesneden die je anders niet gauw prijsgeeft. De mensen rond deze tafel hebben mij een schat aan herinneringen geschonken. Hoeveel respect ben ik behalve voor Bas en Hugo – het perfecte koppel - ook voor Elwin gaan koesteren, de kundige materiaalman die op de tast elk defect verhielp, en voor Nancy, de veelzijdige dame die zowel topsporter als jeugdschrijfster is. Al even opmerkelijk vond ik Klaske die droomt van een reis naar het verre Australië om daar haar vriendin op te zoeken, en Bart die met noeste arbeid en onverbeterlijke humor iets moois maakt van zijn leven. En zeker en vast Arda niet te vergeten, die met haar onuitputtelijke energie en schallende lach iedereen aanstak. Ik kan enkel dankbaar zijn dat ik deze twee hilarische weken niet heb hoeven missen. Sprankelend en zo verreweg…
Door: Piet
In zo verreweg wordt gereisd naar en door Denemarken, dat bereikbaar is vanaf het Station.
Wandel terug naar de Agora, het centrale plein van FILOGOPOLIS.
Lees het laatste nieuws in onze stadskrant, de Logos.
Vraag de weg in het Tourist Office.
Copyright © FILOGOPOLIS