Vorig jaar is er een flink aantal Oostbloklanden bij de EU toegetreden, maar ik vraag me af of Nederlanders er enig benul van hebben wat de culturen van die toegevoegde streken ons allemaal te bieden hebben. Goedkope arbeidskrachten voor de schoonmaak en de bollenvelden, dat staat buiten kijf. Maar het zou wat al te kleinzielig zijn om alleen met een economische bril naar de nieuwkomers te kijken.
Slowakije. Ga eens na: hoeveel informatie kun je daarover uit je blote geheugen vissen? Het viel vroeger samen met Tsjechië. De hoofdstad is Bratislava. Het ligt ten zuiden van Polen, ten westen van Oekraïne en ten noorden van Hongarije. Meer dan wat geografische feitjes kunnen we niet opdissen ben ik bang.
Het betreurenswaardige gegeven dat ik praktisch niets over Slowakije wist, maakte de culturele uitwisseling waar ik aan deel zou nemen des te aantrekkelijker. Met een groep van twaalf Nederlanders zouden we naar het land afreizen, om daar een week met een even groot aantal Slowaken door te brengen.
Puchov, de plaats waar we verbleven, is een klein stadje in de noordwestelijke hoek van Slowakije dat zo’n 20.000 inwoners telt. De meeste daarvan zijn arbeiders die in een van de textielfabrieken werken. Puchov biedt een communistische aanblik: stijlloze flatblokken, onduidelijk afgescheiden privé-terreinen, weinig historie. De twee kerken (een katholieke en een evangelische) stonden wonderbaarlijk genoeg nog overeind, maar de overige bouwsels uit het verleden zijn in de jaren ’60 met de grond gelijk gemaakt om te worden vervangen door socialistisch-realistische architectuur. Dat Puchov is blijven steken in het pre-1989-tijdperk is overigens maar schijn; nieuwe woningen, die charmant en kleurig ogen, zijn de afgelopen jaren opgerezen en de bevolking maakt gretig gebruik van het plaatselijke filiaal van de Duitse supermarktketen Liddl.
Een aantal aspecten van de Slowaakse cultuur sprong gedurende die ene week al direct in het oog. Het eerste was het ontbreken van een slot op de doorsnee wc- of douchedeur: iets karakteristieks dat verleidelijk is om aan de communistische collectiveringsdrang toe te schrijven. Toch is het niet zo dat de deuren van dit soort privé-domeinen te pas en te onpas worden opengetrokken. Er bestaat wel degelijk een ingeburgerde beleefdheidsstrategie die gênante momenten moet voorkomen. De norm is om driemaal te kloppen. Krijg je daarna geen gehoor? Dan klop je nog eens drie keer en betreed je de ruimte. Schijnbaar is het vertrouwen van de Slowaak in zijn medemens zo groot dat hij nog ontspannen op het toilet kan zitten.
Een tweede punt heeft met de shopcultuur te maken. Ik had zojuist al wel even de Liddl aangestipt, maar in feite struin je in Slowakije over het algemeen nog door een onbesmette winkelstraat. Naar een H&M of een andere zaak met hippe mode hoef je eigenlijk niet te zoeken. Wat maakt het ons uit, de variatie van een typische ‘mall’ is des te fascinerender: hij lijkt niet op een winkelcentrum zoals wij dat kennen, heeft echter eerder iets weg van een overdekte markt. Als je een oer-Hollandse V&D zou uitruimen, er op elke verdieping een vijf- tot tiental losstaande winkeltjes in zou plaatsen – louter van elkaar gescheiden door een laag scherm of iets dergelijks -, met allemaal een eigen kassa en verkoper, kom je aardig in de buurt.
Tenslotte is er de nostalgie van ouderwetse, degelijke treinen. In de stationshal wordt de aankomst ervan omgeroepen. Reizigers staan op en lopen gezamenlijk naar buiten – wat zou je ook op die smalle perrons gaan staan wachten, en nog wel in winterse kou? Over de besneeuwde sporen stap je naar een van de deuren die iemand anders met verstand van het mechanisme al voor je opengemaakt heeft. Daarna volgt een stevige klim op het gammele, hoge trapje dat voor menig oude van dagen geen gsneden koek is, en beland je in een rode dan wel groene trein die gegarandeerd op tijd zal vertrekken. Beleefd klop je op een coupédeur met de vraag of je bij de passagiers die er al zitten mag plaatsnemen. Natuurlijk wel. En dan kun je je overgeven – al dan niet hangend uit het open raam, met je haren wapperend in de wind -, je vergapen aan ’s lands natuurschoon.
Want onmiskenbaar is Slowakije een heerlijk oord voor wandelaars, bergsporters en andere natuurliefhebbers. Onder sneeuw bedolven zagen de heuvels, meren, grillige rotspartijen en uitgestrekte bossen er al indrukwekkend uit, en hoe zal het zijn in de lente of zomer, zodra de kleuren van het landschap het wit en grijs ontstegen zijn?
Na een flinke wandeling door zo’n soort sprookjesachtig witte en stille omgeving stranden we in een klein gehucht. Een paar bijeen geplaatste, keurig onderhouden lage huisjes met puntdakjes en blaffende honden wachten ons op. In het dorpscafé worden we begroet met traditionele muziek en een warme kop thee. “Met rum?”, is de gewoontegetrouwe vraag. Slowakije heeft, dat valt zelfs door de toerist met grote oogkleppen op niet te ontkennen, een sterk Russisch aandoend drankgebruik.
De trein gaat verder; de volgende stop is
Je staat nu middenin Slowakije, bereikbaar via het station Filogopolis centraal.
Bekijk ook eens Trencin, een oud Slowaaks stadje.
Wandel terug naar de Agora, het centrale plein van FILOGOPOLIS. Lees het laatste nieuws in onze stadskrant, de Logos. Vraag de weg in het Tourist Office.
Copyright © FILOGOPOLIS