3 december 2005
Dit jaar heeft de
Sint me wel een heel apart cadeautje gebracht. Hoewel geen haar op mijn hoofd
eraan denkt om, al was het maar een ogenblik, aan de goede bedoelingen van de
heilige man te twijfelen, vroeg ik me af wat ik er eigenlijk mee aan moest. En
zeg nou zelf: wat zou jij ervan vinden, mocht er 's ochtends in je schoentje
een dvd liggen met daarop een film waarin je ooit jezelf moest spelen en
waarin je nu je zelf niet meer herkent? Weinig reactie, merk ik. Praat ik
misschien te cryptisch? Goed dan, laten we even teruggaan naar het begin van
het veerhaal.
Juli 2002. Op een broeierige namiddag had ik in het
station van Berchem een afspraak met een zekere K. Korte tijd daarvoor had dat
meisje mij gemaild met een niet zo voor de hand liggend verzoek. Via mijn
zendorganisatie had ze immers vernomen dat ik voor negen maanden, onder
auspiciën van het Europese Jeugdprogramma, als vrijwilliger in Polen ging
werken. Of ze misschien over het project, waarvoor mijn vriend Tim en ik waren
uitgekozen, een documentaire mocht komen draaien? In de luwte van de vooravond
hebben we toen op dat bomvolle Antwerpse terrasje nog amper over die film
gesproken. Het klikte onmiddellijk. Dat K's camera onze Poolse lotgevallen het
komende jaar zou registreren, wist iedereen van meet af aan zo goed als zeker.
Haar hoop op een eerste grote filmopdracht voegde zich hier op een heel
natuurlijke wijze bij ons verlangen naar het onbekende, net alsof twee rechten
tegen alle euclidische wetten in na elkaar te hebben gekruist impulsief
beslisten dat ze verder evenwijdig moeten lopen.
Uiteindelijk
strookten slechts weinig gebeurtenissen in Wroclaw met onze aanvankelijke
verwachtingen, maar op dit punt bleken ze behoorlijk waarheidsgetrouw. Eerst
nog met een driekoppige ploeg, later in haar eentje, verscheen Our Big
Sister geregeld in de school waar wij lesgaven. De frequentie van haar
bezoeken nam allengs toe, totdat we gedurende de laatste maanden van ons
verblijf tot een onafscheidelijke trojka vergroeiden. Wij hielden er allemaal
een fijne vriendschap aan over en de immer filmende K daarbovenop meer dan
honderd uur opnames...
Daaruit moest ze én een summiere promotiefilm
voor het Jeugdprogramma en een anderhalf uur durende documentaire zien te
destilleren. Je kunt je makkelijk voorstellen welk een helse klus het moet
zijn om uit zo'n berg materiaal precies die luttele minuten te filteren die,
in een welbepaalde volgorde gemonteerd en bewerkt, tot een bevredigend
resultaat zullen leiden. Omdat onze dappere documentairemaakster zich
bovendien gedwongen zag haar herculesarbeid geruime tijd uit te stellen, waren
we van oordeel dat, als het even meezat, Tims en mijn kleinkinderen de
première wel nog zouden meemaken... Dat was echter buiten K's volharding
gerekend! Ongeveer een maand geleden ontving ik plots een vriendelijke
uitnodiging om alvast het promotiefilmpje, dat net af was, te komen bekijken.
Ik stond perplex. Ze had het 'm toch geleverd!
De voorbije zomer staken
trouwens weer een heleboel Poolse herinneringen de kop op, toen ik bezig was
met de voorbereiding van de Polen-pagina op onze
website. Opnieuw stond ik gesjaald en gemutst te wachten bij besneeuwde
tramhaltes, hoorde ik het tv-journaal vol hermetische woorden in de huiskamer
van de Jarecki's en kwam Ilona met een bord met daarop stapels boterhammen uit
de keuken, bonkten ongeduldige pubers op de badkamerdeur in het internaat en
hieven ze daarbij een geloei aan waaruit viel op te maken dat ik moest
opschieten daar ze anders desnoods stormenderhand de douche wilden veroveren.
Passages uit talrijke brieven en dagboekaantekeningen wekten een aantal
figuren die in mijn gedachten verstild waren weer tot leven, maar dan niet als
mensen die je op de volgende straathoek of op het feestje 's avonds tegen het
lijf kunt lopen; nee, wel als personages die je zo vertrouwd voorkomen dat ze
wel uit een vertelling moeten stammen die je zelf hebt verzonnen.
En
gisteren zat ik dan met Tim bij K thuis op de bank en flitste in nog geen
twintig minuten een volledig jaar aan ons voorbij. In louter driehonderd
tellen suis je van september naar Kerstmis en spreekt Tim reeds een aardig
mondje po polsku; je ziet ons allebei een oogwenk voor de klas staan
en een zuchtje van de lezing die ik aan de Wroclawse Faculteit voor Sociale
Wetenschappen gaf; vijf maanden ijzel en witte pleinen verdwijnen met een
vingerknip en veranderen in groene boulevards en flaneergrage dames; het
instituut loopt leeg, shot van de kamer waar Tim en ik hebben gewoond, nu
desolaat, half opengeschoven laatjes boordevol vertrek, een tikkende klok
waarvan ik het bestaan pas op dit beeld ontdek. Beiden prezen we K, en van
ganser harte, om dit kleinood. Als je voor ogen houdt dat het geproduceerd
werd om het Europese vrijwilligerswerk onder jongeren te promoten, dan besef
je terstond dat ze hiermee vakwerk heeft afgeleverd. Nee, als ik achteraf
moest constateren dat een aantal ambivalente gevoelens mij niet met rust wilde
laten, hield dat hoegenaamd geen verband met de kwaliteit van deze
mini-documentaire. Er knaagde iets anders, maar wat dan?
Terug in mijn
flatje kon ik de slaap maar moeilijk vatten. De koffie en de wijn maakten
jacht op mijn hartslag. Zo-even had ik een stukje gezien van de puzzel die ik
zelf ben en het niet herkend. Ondanks de benauwdheid die deze gedachte
veroorzaakte, intrigeerde ze mij ook. Onmiskenbaar. Associaties met biografen
en vertalers dromden rijen dik mijn hoofd binnen. Geloofde Laure Adler
werkelijk dat ze Duras had doorgrond, toen ze destijds haar onderzoek naar de
schrijfster van Hiroshima, mon amour voltooide? Kan iemand in één
mensenleven, zoals Johan Vandenbergh presteerde, behalve Absolom,
Absolom van Faulkner ook nog Joyce' Ulysses vertalen? Het kan
alleen als zij zich het verhaal van die ander toe-eigenden, het (onbewust)
naar hun hand zetten, het in hun eigen levensloop integreerden. Slechts het
prisma van het nu vangt het licht op uit het verleden. Tegen enen dommelde ik
tenslotte met verwarde ideeën in. Maar toen ik vanochtend wakker werd, stond
het me helder voor de geest waar de Sint met dit geschenk op had gedoeld: het
werd de hoogste tijd dat ik die jongen van weleer probeerde op te sporen. Wij
hadden nog het één en ander met elkaar te vereffenen.
Door: Piet
De verbinding met Polen is gelegd vanuit het Station.
Wandel terug naar de Agora, het centrale plein van FILOGOPOLIS.
Lees het laatste nieuws in onze stadskrant, de Logos.
Vraag de weg in het Tourist Office.
Copyright © FILOGOPOLIS