FILOGOPOLIS

de stad waar het woord de weg wijst

Onder Vlamingen: een Hollandse ontdekt België

In zijn Onder Hollanders (zie ook onder boekimpressies) haalt Steven de Foer de cultuurverschillen tussen Nederland en Vlaanderen aan. Clichés worden onderbouwd of behoorlijk genuanceerd, ervaringen worden verteld en anekdotes uit de actualiteit besproken. De Foer doet dit aan de hand van verschillende thema's, van politiek en organisatiecultuur tot zuinigheid en tolerantie, van taal en welsprekendheid tot het culinaire niveau, enzovoorts.

Voor een Hollander kan dit boek soms best confronterend zijn. Een cliché als 'Nederlanders zijn zuinig' (niet gierig!) is natuurlijk bij iedereen bekend, en wie kan het ook tegenspreken? Maar De Foer haalt ook heel wat cultuurverschillen aan, waar ik nooit eerder bij had stilgestaan. Of hij nuanceert clichés. Zo valt volgens hem die tolerantie waar de Nederlanders zo beroemd om zijn, vies tegen. Dit boek heeft mij, ik ben Nederlandse, maar kind aan huis bij onze zuiderburen - omdat ik een Vlaamse vriend heb vooral, hevig geboeid en aan het denken gezet.

Taal

Eén van de gebieden waarop het me aan het denken heeft gezet, is taal. Ik hou van taal, ik geniet van taalvariaties en dialecten, en ik vind het jammer dat het standaardnederlands zo sterk 'de norm' is. Zo leeft er op veel Nederlandse krantenredacties en uitgeverijen, schrijft De Foer, nog steeds minachting tegenover het Vlaams. Dat een bepaald artikel door een Vlaming geschreven is, mag er doorgaans niet in doorklinken. Termen die in Van Dale de aanduiding 'Belgisch-Nederlands' hebben, mogen niet gebruikt worden. Hier had ik nooit eerder bij stil gestaan, en het verbijstert me. De gemiddelde Nederlander begrijpt namelijk prima wat 'proper' of 'op kot' betekent, en als het niet ten koste gaat van de begrijpelijkheid, zijn de Vlaamse woorden en zinsconstructies naar mijn mening juist een leuke toevoeging aan de Nederlandse taal.
In de alledaagse gesprekken met Nederlanders hebben Vlamingen - heel sympathiek bedoeld - ook vaak het gevoel zo Hollands en keurig mogelijk te moeten spreken. Jammer, vind ik, want het is juist leuk voor de Hollander als hij zijn vocabulaire eens wat kan uitbreiden - tenzij er heel plat een bepaald dialect gesproken natuurlijk, en er voor de Nederlander anders echt nauwelijks iets van te begrijpen valt. In ieder geval, de Vlaamse neiging tot 'zo keurig mogelijk praten tegenover Nederlanders' leidt vaak tot hypercorrectie. Zelf gaf Steven de Foer het voorbeeld van de 'duimspijker': net als Nederlanders gebruiken Vlamingen hiervoor 'punaise', maar omdat dit een woord van Franse oorsprong is, denken ze dat de Hollanders dan wel de Nederlandse variant zouden gebruiken. Niet dus. Als ik Vlaams was geweest, zou ik ongetwijfeld dezelfde fout maken. Sterker nog, zelf maak ik dit soort fouten evengoed in Vlaanderen. Toen ik eens twijfelde of ik om 'jus d'orange' moest vragen of om 'sinaasappelsap', gokte ik erop dat de Belgen hiervoor geen Frans leenwoord gebruikten, en koos voor het laatste. Er volgde een stilte. 'Pardon?' 'Sinaasappelsap. Of eh, jus d'orange.' Het meisje bij de kassa bleef me een aantal seconden aankijken alsof ik van een andere planeet kwam, en uiteindelijk vroeg ze of ik misschien 'fruitsap' bedoelde. Op het gebied van leenwoorden weet je in je taalgebruik tegenover een Vlaming (of als Vlaming tegenover een Nederlander) haast nooit waar je aan toe bent. In Nederland vliegen, vooral in de economiesector de 'efficiency's, 'careers' en 'flexibility's je om de oren: logisch dat een Vlaming verbaasd opkijkt wanneer je hem vertelt dat het woord 'job' in Nederland toch ècht niet gebruikt wordt, alleen het oerhollandse 'baan' of 'werk'.

Omgangsvormen

Belgen zijn zo vriendelijk en beleefd, zeggen Nederlanders. En de Belgen zeggen: Nederlanders zijn zo open en spontaan. De lovende woorden gaan over en weer. Er zit een wereld van verschil tussen de twee typeringen van de omgangsnormen, en vrijwel iedereen is hiervan op de hoogte, maar tòch leidt dit verschil vaak tot misvattingen. Achter de Belgische beleefdheid en vriendelijkheid zit namelijk een bepaalde omslachtigheid, een zelfbeheersing die de Belg belet om doodgewoon te zeggen wat hij ècht vindt of wil, maar waar men in Nederland weinig weet van heeft. Daarentegen loopt de Nederlandse openheid hand in hand met directheid (of botheid, voor wie het liever zo noemt). Als een Vlaming aan een Hollander vraagt of hij nog een schepje eten wil, bijvoorbeeld, zegt hij natuurlijk 'ja'. Zou de Vlaming dezelfde vraag aan een landgenoot stellen, dan krijgt hij als antwoord een aarzelend 'nee'. De Vlaming is hier op ingespeeld, en weet dat deze landgenoot bedoelt dat hij nog best wat zou lusten. 'Ben je zeker?' zal hij daarom vragen, waarop hij een 'doe toch nog maar een beetje alsjeblieft' als antwoord krijgt. Was de gastheer nu een Hollander geweest, dan had de Belg een probleem gehad: de Nederlander zou het aarzelende 'nee' als een èchte 'nee' opvatten, hij zou geen wedervraag meer stellen, en de Belg zou de hele avond met een hongerige maag blijven zitten. Steven de Foer gaf een vergelijkbaar praktijkvoorbeeld, waarbij de Belgen ook weer de dupe werden van hun eigen omslachtige beleefdheid. Ik heb ervan geleerd dat je een Vlaming nooit te letterlijk moet nemen, met name in de situaties waarin hij een beroep op je moet doen, dat je hem altijd meer of beter moet geven dan dat wat hij je vraagt, omdat dat is wat hij werkelijk wil.
De omgangsmodellen zijn dus totaal verschillend van elkaar, maar welke kies je, het Vlaamse met zijn beleefdheidsstrategieën, of het Nederlandse, waarbij je tenminste weet wat iemand denkt? Steven de Foer zegt: 'Ze [Hollanders] zijn alleen gewoon te zeggen wat ze vinden. Ze hebben geen voeling met het charmante, maar ook het hypocriete spel van uitnodigingen en beleefde afwijzingen en hartelijk aandringen,' maar verkiest toch deze botheid boven de bescheidenheid. En ik? Ik wil niet kiezen. Ik geniet er van dat Vlamingen zo vriendelijk en beleefd zijn, maar tegelijkertijd vind ik die directheid van de Hollanders ook wel makkelijk: je weet altijd waar je aan toe bent. Al ben ik het wel met De Foer eens wanneer hij zegt: 'Nederlanders zouden die directheid nu wel eens moeten verpakken met een klein beetje flair en savoir-vivre. Is het toeval dat deze Franse woorden geen Nederlandse vertaling kennen?'

Tolerantie

Nederlanders staan bekend om hun tolerantie, en dat zijn ze relatief ook wel. Goed, we hadden natuurlijk Pim Fortuyn die behoorlijk wat rechtse opschudding veroorzaakte, maar kijk nu eens, krap twee jaar later is de LPF weer een partij van weinig belang. In België is het Vlaams Blok tegelijkertijd een hele flinke partij, en hun Filip Dewinter (geen familie, nee) laat zijn stem duidelijk horen. Rechts doet het in België dus vele malen beter dan in Nederland, en vanuit dat oogpunt mag Nederland best tolerant genoemd worden. Maar Steven de Foer wilt het beeld van 'tolerant Nederland' wèl behoorlijk nuanceren, Hollanders zijn wel tolerant, maar niet in de mate waarmee we bekend staan. Hij vindt dat er nauwelijks enige tolerantie heerst in bepaalde gereformeerde gemeenschappen, waarin ontzettend rechtse ideeën heersen. Het is terecht dat hij hier opmerkingen over plaatste, want hij heeft gelijk. Maar wat hij niet vermeldt is dat het om een hele kleine bevolkingsgroep gaat die op extreem-rechtse christelijke partijen stemt. Het aandeel van deze partijen is niet vergelijkbaar met dat van het Vlaams Blok in België. Een ander punt waarop Steven de Foer wijst, is het feit dat er in de media bij misdrijven altijd de nationaliteit van de dader genoemd wordt, wat in België juist een groot taboe is. Ikzelf vind dit ook absoluut niet kunnen, je zet op die manier bepaalde bevolkingsgroepen namelijk in een compleet verkeerd daglicht. Steven de Foer laat nog een aantal andere gebieden zien waarop de Nederlanders heel intolerant handelen. Van mij mag hij die gebieden uitgebreid bespreken en het beeld van Nederland als tolerant land rustig nuanceren, want het is heus niet zo tolerant als het zou willen, alhoewel ik bij een kritiekpunt als de bovenstaande over de gereformeerde gemeenschappen wel mijn bedenkingen heb.

Taal, omgangsvormen en tolerantie zijn slechts een paar gebieden waarover ik mijn gedachten heb laten varen, maar het zijn ook gebieden waarop Nederlanders behoorlijk verschillen van de Vlamingen. Het is boeiend en vooral leuk om alle verschillen, ook op de andere terreinen die De Foer besprak, te zien en te overpeinzen, maar we mogen niet de overeenkomsten uit het oog gaan verliezen. Want daar zijn er ongetwijfeld meer van, wat het gevoel bevestigt van iedereen die over de Belgische grens reist en zich toch nog steeds een beetje 'thuis' voelt.

Geschreven door: Karlijn

Aan een perron staat een witte trein met rode, geopende deuren. Het bevindt zich in een grote, hoge hal waarvan je de overkoepeling van rode, stalen balken kunt zien. Je kijkt tegen een lichte, sierlijke en door de zon beschenen achtergevel aan.

Dit artikel is geschreven in en over Nederland en België met de internationale trein doorkruisbaar vanuit het Station.

Wandel terug naar de Agora, het centrale plein van FILOGOPOLIS.

Lees het laatste nieuws in onze stadskrant, de Logos.

Vraag de weg in het Tourist Office.

Neem ook eens een kijkje in de blbiotheek, waar je het boek Onder Hollanders, dat over de Belgisch-Nederlandse cultuurverschillen gaat, terug kunt vinden. Lees ook het artikel Kan een Vlaming ook kritisch zijn? over hetzelfde thema.