FILOGOPOLIS

de stad waar het woord de weg wijst

Kan een Vlaming ook kritisch zijn?

    Wat gebeurt er allemaal bij een Nederlands-Belgisch stel zoals wij - mijn vriendin is afkomstig uit de Randstad -, wanneer de Rode Duivels de ploeg van Oranje partij geven? Zitten we dan voor de buis allerlei chauvinistische leuzes te scanderen, en wordt de grimmige dreiging van een onderling stilzwijgen voor de volgende dagen alsmaar sterker naarmate er meer doelpunten vallen? Absoluut niet, God zij dank. Allereerst om de doodeenvoudige reden dat we allebei niet bijzonder op voetbal gesteld zijn - de laatste Belgisch-Nederlandse confrontatie is zelfs geruisloos aan ons voorbijgegaan: de dag nadien hebben we er pas over gehoord. Maar voor wie er wel van houdt, gaat die rivaliteit bij dat soort gelegenheden in wezen verder dan de sportieve drang tot winnen? Behoort Nederland voor de modale Belg, en meer bepaald voor de Vlaming, eigenlijk wel tot het daadwerkelijke buitenland? Krijgen we het gevoel in een nieuwe wereld te zijn beland, zodra we de grens passeren of in Roosendaal uit de trein stappen? In ieder geval herinneren de regelmaat en gestrengheid in de bouwstijl er ons Vlamingen alvast aan dat daar andere richtlijnen gelden aangaande ruimtelijke ordening. En ja, zeker en vast, we kunnen een aardig boompje opzetten als we het verschillend taalgebruik in Noord en Zuid gedetailleerd willen bespreken. Een Nederlander staat graag in de schijnwerpers en geeft overal zijn mening ten beste, terwijl een Vlaming liever de grijze muis speelt en zijn oordeel liefst zo genuanceerd mogelijk naar voren brengt, enz. Iedereen kent dat lijstje wel, maar toch vraag ik me geregeld af of deze onderlinge verschillen niet eerder anekdotisch dan fundamenteel zijn.
    Ook Steven De Foer, journalist van De Standaard, heeft zich blijkbaar deze vraag gesteld en na een drie jaar durend verblijf als correspondent in Nederland, vatte hij zijn overpeinzingen samen in het vlot verteerbare Onder Hollanders. Hij woonde toen met zijn hele gezin in Wassenaar, nabij Den Haag, en kon dag na dag de overbekende clichés aan de praktijk toetsen. Op geamuseerde toon brengt hij ondermeer verslag uit van zijn observaties en persoonlijke belevenissen die vaak, ondanks de auteurs ontvankelijkheid, de klassieke vooroordelen schijnen te bevestigen: de soms wat brute directheid, de regelzucht en gidsende rol van de Nederlander. Anderzijds prijst hij dan weer het Nederlandse organisatietalent - volgens hem de reden waarom een megaproject als Euro2000 vrij vlekkeloos verliep -, hun tolerantie - extreem-rechts krijgt er geen poot aan de grond -, de Nederlandse mondigheid en overlegcultuur.
    De Foers kritiek op de Nederlandse overheid is echter niet mals, wanneer hij onderwerpen aansnijdt zoals de lange wachtlijsten in de ziekenzorg, of de manier waarop pijnlijke dossiers zoals de Bijlmervliegramp en de genocide van Srebrenica in de doofpot worden gestopt. Of zijn kritiek al dan niet terecht is, kan ik moeilijk beoordelen, maar wel valt het op dat hij in dergelijke hoofdstukken opnieuw in de huid van de journalist is gekropen; hij argumenteert, onderbouwt zijn visie en is bereid tot discussie. Ik kan me voorstellen dat de Nederlandse lezer bepaalde van zijn opmerkingen als uitermate confornterend ervaart, maar wie De Foer van goedkoop met modder gooien beticht, maakt er zich al te gemakkelijk van af. Is het voor ieder volk niet hoogst interessant om te lezen wat er over zijn cultuur gedacht en geschreven wordt? Zeker wanneer de schrijvende hand van een opmerkzame buitenstaander is?
    Wat menig lezer kan storen in Onder Hollanders is het voortdurende overschakelen van essayistische, bijzonder persoonlijk getinte bespiegelingen naar meer objectieve, soms volledig journalistieke beschouwingen, dit naargelang het onderwerp. Dit schipperen wordt gelukkig wel gecompenseerd door een consequente en aangename stijl, die rustig voortkabbelt en heel regelmatig met een kwinkslag de druk van de ketel haalt.
    Als ik zo'n boek lees, ben ik natuurlijk onmiskenbaar Vlaming, maar toch beschrijft De Foer een wereldje dat mij zo vertrouwd is, waar ik zoveel vrienden heb wonen, waar mijn taal gesproken wordt, en dan schijnt die grens tussen Noord en Zuid meer fictie dan realiteit. En bovenal straalt dit kritische essay het zo herkenbare gevoel uit: ook al zijn ze soms wat anders dan wij en bepaald eigenzinnig, wij houden van de Nederlanders!

Geschreven door: Piet

Aan een perron staat een witte trein met rode, geopende deuren. Het bevindt zich in een grote, hoge hal waarvan je de overkoepeling van rode, stalen balken kunt zien. Je kijkt tegen een lichte, sierlijke en door de zon beschenen achtergevel aan.

Dit artikel is geschreven in en over Nederland en België met de internationale trein doorkruisbaar vanuit het Station.

Wandel terug naar de Agora, het centrale plein van FILOGOPOLIS.

Lees het laatste nieuws in onze stadskrant, de Logos.

Vraag de weg in het Tourist Office.

Neem ook eens een kijkje in de blbiotheek, waar je het boek Onder Hollanders, dat over de Belgisch-Nederlandse cultuurverschillen gaat, terug kunt vinden. Ook Onder Vlamingen gaat over ditzelfde thema.