Hannover. Dat is een moderne industriestad waar voor de vakantievierende reiziger niets te beleven valt. Althans, dat is de redenering die, gezien het lage aantal buitenlandse toeristen in de stad, de meeste mensen erop na zullen houden. Het is tijd dat die veronderstelling gerelativeerd wordt: Hannover mag dan een fris en vooruitstrevend karakter hebben, maar wat het voor de niet-zakenman te bieden heeft, is evengoed meer dan de moeite waard om er een dag of wat van je leven aan te spenderen. De Nederlandstalige wereld heeft behoefte aan een Hannover-promotie-campagne.
Wat allereerst opvalt aan de stad - die ruim een half miljoen inwoners telt -, en je hoeft hier alleen nog maar de plattegrond voor te bekijken, is de overvloed aan groen en water. Op de maquettes in de hal van het Nieuwe Stadhuis, die vier verschillende tijden weerspiegelen, kun je duidelijk zien dat bij de heropbouw van Hannover, dat in 1945 hevig is gebombardeerd, veel afgebrande huizen zijn vervangen door grote parken. Er is zelfs een meer bij het stadscentrum aangelegd waarop je veel watersporters tegenkomt: de Maschsee. Vlak aan dat meer ligt trouwens het stadion, waar ook tijdens de WK van 2006 gevoetbald zal worden. Het bevindt zich in een uitgestrekte beboste zone, waar je onmiskenbaar ook veel andersoortige sportliefhebbers ontmoet, met name joggers en fietsers.
Groen van een ander kaliber ontrolt zich op een plek die iets verder weg van het centrum gelegen is (maar die je evengoed prima kunt bereiken met de U-bahn, ofte wel de tram/metro), en wel in de noord-westhoek van de stad. Ik heb het over de Herrenhäuser Garten. Dit complex bestaat uit hectaren tuin, zowel in strak en symmetrisch als barok model. Tevens zijn er verschillende musea gevestigd, evenals het Regenwaldhaus, een mooi ontworpen, modern onderkomen voor vele plantensoorten uit de tropen. Je kunt er voor een paar euro doorheen wandelen, maar het is wel vrij kleinschalig en educatief opgezet. Ideaal dus voor schoolklassen, maar betrekkelijk lastig als je Duits niet is wat je wilde dat het was.
De perken, paden, heggen en beelden in de openlucht blijven echter het paradepaardje. Ze zijn zeker een bezichtiging waard maar in de regen, die viel toen ik er was, is het toch wat minder prettig om er rond te struinen, en zoek je al gauw de overdekte plekjes op. Zoals de grot in de Großer Garten, de grootste van de tuinen, waarvan het interieur ontworpen is door de hedendaagse kunstenares Niki de Saint Phalle, die er iets kitscherigs, kleurrijks en fantasievols mee heeft uitgehaald.
In de stad vind je meer sporen van haar in de vorm van moderne, in het oog springende beelden in de buitenlucht. Bovendien loopt er nu een tentoonstelling van haar werk in het Sprengel Museum. Dit museum geniet internationaal een goede reputatie op het gebied van toonaangevende, twintigste-eeuwse kunst. Verder bezit Hannover ook het Wilhelm-Busch-Museum (karikatuurmuseum bij de Herrenhäuser Garten), het Kestner Museum en het Niedersächsischen Landesmuseum, waarvan ik de laatstgenoemde twee bezocht heb. Het Kestner Museum, de naam is ontleend aan de verzamelaar die de stukken bijeengesprokkelde, heeft zijn faam vooral te danken aan de Egyptische en Romeinse collecties. Het heeft bijvoorbeeld ook veel servies van de vroegere adel. In het Landsmuseum, een gebouw met massaal veel zalen, kun je terecht voor alles wat je verder nog aan mogelijke museumcollecties kunt bedenken: (nagemaakte) dinosaurusskeletten, prehistorische vondsten, religieuze kunst, kleding uit het verleden, Italiaanse meesterwerken, aquaria vol exotische vissen, gereedschappen uit het ijzer- en wat-al-niet-meer-tijdperk, Duits impressionisme, opgezette dieren, en zelfs: een echte Rembrandt.
Niet ver van deze kunst-, cultuur-, en ecologieoverload kun je voor een ware fysieke experience terecht. Vol trots vermeldt een foldertje van het nabijgelegen Neues Rathaus (Nieuwe Stadhuis) dat het 'het enige stadhuis in Europa met een diagonale lift' is. Zonder dat zou het gebouw, dat uit het begin van de twintigste eeuw stamt en van buiten als een sierlijk Efteling-achtig sprookjespaleis aan het water overkomt, al de moeite lonen. Binnen, in de grote hal en op de galerijen die er op meerdere niveaus omheen draaien, word je omgeven door Escheriaanse bogen, trappen en gewelven. Op de benedenverdieping kun je een kaartje kopen voor de lift die je langs de koepelboog omhoog tilt. Ik had deze hogere regionen opgezocht op mijn vlucht weg van de Techno Parade, die juist op die dag de stad op zijn kop wilde zetten en met zijn feestvierders de straten onveilig maakte voor types van een iets ander slag. Hoe dan ook bleek de top een geweldig uitkijkpunt te zijn over al het groen van de stad en de variëteit aan gebouwen; traditionele daken, kerktorens en de ondefinieerbare vormen van de moderne bouwsels. Ook het geluid was meer dan van stereo-kwaliteit, met je ogen dicht kon je beneden van overal rond je heen een massale trillende, dreunende, lallende en vooral levende muziekinstallatie waarnemen.
Naar het gezamenlijke buurland van Nederland en België vertrekt vanuit Filogopolis Centraal Station ieder moment een trein.
Wandel terug naar de Agora, het centrale plein van FILOGOPOLIS.
Lees het laatste nieuws in onze stadskrant, de Logos.
Vraag de weg in het Tourist Office.
Copyright © FILOGOPOLIS