FILOGOPOLIS

de stad waar het woord de weg wijst

Een brullende vulkaan

In de zomer van 2001 hadden wij een familievakantie gepland naar Cefalù, een stadje aan de noordkust van Sicilië. Om een beeld te krijgen van dit mysterieuze - want dat is het op veel punten zeker - eiland, boekten we al in het begin van de eerste week een excursie die ons met de bus dwars over het eiland zou voeren: van Cefalù, recht door het binnenland met een bezoekje aan de Etna, richting de steden aan de oostkust.

Demeter, de godin van de landbouw, het koren en de vruchtbaarheid, woonde in het land waar wij doorheenreden. Het was hartje zomer, dit was in de periode waarin ze haar dochter Persephone bij zich had op het land en ze haar geluk uitstraalde. Gedurende de andere helft van het jaar moest ze haar dochter missen, want zij was dan ondergebracht bij haar echtgenoot Hades. Deze god van de onderwereld had zijn zetel in de brandende hitte onder de oppervlakten van de mongibello, de Etna.
De vriendelijke reisleidster met een hoog zangerig stemmetje pauzeerde even, ze kreeg telefoon. Het bleek de eigenaar van een bepaalde eetgelegenheid te zijn, die zich met zijn zaak op de helling van de Etna gevestigd had en waar wij binnenkort zouden zijn om even te halt te houden. De man belde om te melden dat wij hem helaas niet met een bezoekje konden vereren. Was het Hades die zijn woede en eenzaamheid daar beneden aan ons kenbaar wilde maken? - de vulkaan had die nacht de toegangsweg doen scheuren. Tot onze grote verrassing was de Etna ineens actief geworden.

Al scheen het allemaal voor de rest wel mee te vallen. We zouden gewoon de Etna op kunnen, er dreigde geen direct gevaar. We reden verder door het Siciliaanse binnenland en langzaam kwam de Etna steeds beter in zicht. Is dat bewolking? Nee, dat was rook, en iedereen zat de berg aan te gapen. Vlug greep de reisleidster naar de microfoon om ons gerust te stellen; dat er rook uit de Etna komt was normaal - al was de hoeveelheid ervan dat niet - maar zolang die wolk niet grijs begon te worden was er geen vuiltje aan de lucht.

donkerbruine lavavelden op de voorgrond, verderop hogere bergpunten waaruit wit stoom komt die de wind naar boven en ver naar rechts doet waaien

Op de berg stapten we uit om te fotograferen en de omgeving in ons op te nemen. Zwarte lavavelden afgewisseld met vruchtbare, groene gronden. Een huisje dat een eerdere uitbarsting (in de jaren '80) had doorstaan, maar waarvan nu alleen het dak nog boven de zwarte grond uitstak. Wat vulkanisch gesteente in handen genomen, de bus weer in.

Bruine lavabrokken op de voorgrond, dan groene struiken en daarachter weer, maar nu dichterbij, hogere delen waar uit de spleten de rook komt

Was het verbeelding of werkelijkheid dat de rook tijdens onze terugweg alsmaar grijzer werd? Geen idee. Feit was wel dat we de volgende morgen wakker werden met beelden op RAI Uno van een vuurspuwende vulkaan. Kijk, daar waren wij gisteren ook.

Je blijft dat nieuws van de alsmaar woester wordende Etna natuurlijk volgen op tv, en zo borrelen ook bij jou de wilde plannen naar boven. Eenmaal in het bezit van een huurauto kon het idee 'we rijden vannacht naar de Etna' in werkelijkheid omgezet worden. Want dat klonk spannend en we wisten ook wel dat je nooit een tweede keer in je leven de kans zou krijgen om een uitbarstende vulkaan in het echt te kunnen zien.

Daar reden we dan 's nachts in het autootje, over de duistere, stille, onverlichte wegen in het binnenland van Sicilië. Een oriëntatiepunt hadden we gelukkig: een rode streep kon je al vanaf zo'n 40 km afstand zien lopen. Ook toen het tijd werd om de snelweg te verlaten, bleef het op de lokale wegen richting Etna verdacht rustig. Waren wij de enige gekken hier? Geen agent die ons tegenhield, dus dan rijd je maar door. Voor de grap even het raampje opendraaien, en een merkwaardige geur komt je tegemoet... een soort mengsel tussen zwavel en schroeilucht. En op een zeker moment kwamen we uit de donkere Siciliaanse nacht plotseling in een file terecht. Dit was de plek waar De Ramptoerist zich bevond, en waar de auto's tegengehouden werden om verder de berg op te gaan. Als echte ramptoeristen zetten ook wij de auto aan de kant, en gingen we te voet verder om het schouwspel te bewonderen. Inmiddels had Hades' gebrom ons al bereikt; de vulkaan stootte een dreigend laag en rommelend geluid uit. Het had misschien iets weg van de donder bij onweer, al was dit zeker een lagere klank, was het constant aanwezig en kwam het ook heel duidelijk van beneden af. En uit de krater wordt met een gigantische kracht lava en stenen de lucht in geslingerd waar de mensheid zich aan staat te vergapen. Want dit is duidelijk weer een van die bewijzen dat wij de macht over de natuur niet altijd en overal kunnen bezitten. De vulkaan gloeit en buldert, en een dikke rode massa loopt langzaam naar beneden. Na een paar (uiteindelijk mislukte) foto's genomen te hebben, gaan wij ook maar weer op huis aan.

Bergafwaarts komen we door Nicolosi, een dorpje dat er hopeloos verlaten uitziet, de mensen hebben hun biezen gepakt. In één huis brandt nog een lamp, en daar zit een oud vrouwtje met haar kanarie. Waar zou ze aan denken?

Aan een perron staat een witte trein met rode, geopende deuren. Het bevindt zich in een grote, hoge hal waarvan je de overkoepeling van rode, stalen balken kunt zien. Je kijkt tegen een lichte, sierlijke en door de zon beschenen achtergevel aan.

De brullende vulkaan de Etna bevindt zich op het eiland Sicilië in Italië, met de trein bereikbaar vanuit het Station.

Wandel terug naar de Agora, het centrale plein van FILOGOPOLIS.

Lees het laatste nieuws in onze stadskrant, de Logos.

Vraag de weg in het Tourist Office.

Wandel ook eens door de Bibliotheek waar je een zaal hebt met een verzameling boeken en romans uit en over Italië.