FILOGOPOLIS

de stad waar het woord de weg wijst

Caïro: een stad met veel gezichten

Van 29 maart tot en met 3 april 2004 heb ik samen met mijn ouders een reis gemaakt naar Caïro, een metropool van 18 miljoen inwoners bij het begin van de Nijldelta in Egypte. Het werd mijn eerste vakantie naar een Arabisch land, en mijn eerste reis naar Afrika. Ik was zelfs nog nooit buiten Europa geweest, dus ik had geen flauw idee wat ik van Caïro moest verwachten. Behalve dan van de piramiden van Gizeh, waar eigenlijk iedereen wel een beeld van heeft. Maar de rest van de stad zou één grote verrassing voor me blijken te zijn.

Het eerste waar ik tegenaan liep, toen ik het vliegtuig uitkwam middenin de nacht, was een Coca Cola poster. Met een Arabische tekst erop natuurlijk, dat wel. Het had zó het eerste fragment van een documentaire over de veramerikaansing van het Midden-Oosten kunnen zijn.
Ook tijdens de rest van de nacht van aankomst kreeg ik de indruk dat Caïro een verwesterende en vooral rijke metropool was. Op weg naar ons hotel, die in het stadsdeel Gizeh lag, zag ik namelijk vooral grote, moderne kantoorgebouwen met opvallende billboards en we reden over keurig onderhouden veelbaanswegen, die efficiënt op palen waren gebouwd, zodat we snel de hele stad konden doorkruisen.
Er waren niet veel andere auto's te zien. Vreemd was dat natuurlijk niet om 4 uur in de nacht, maar het betekende wel dat mijn eerste echte ontmoeting met het Caïreense verkeer pas de volgende morgen zou plaatsvinden.

Na een kort slaapje zaten we om 11 uur 's morgens alweer in de bus: we gingen naar de Piramiden van Gizeh. Opeens kregen we een heel ander Caïro te zien. Ik kreeg het al snel door: de gemiddelde weg in Caïro is helemaal niet zo netjes als die wegen waar we 's nachts overheen hadden gereden. En de wegen zijn overdag lang niet zo rustig als middenin de nacht.
De gemiddelde Caïreense weg heeft geen witte strepen of pijlen. De gemiddelde auto heeft geen buitenspiegels of richtingaanwijzers. De gemiddelde weggebruiker geeft er geen blijk van de verkeersregels te kennen (zouden die wel bestaan in Egypte?), rechts en links word je ingehaald, en voorkeur geven gaat in volledige willekeur.
Het zijn niet alleen auto's, vrachtwagens en volgestouwde lijnbussen die je ziet, maar er rijden ook opvallend veel witte Volkswagenbusjes door de stad. Deze fungeren als een soort kruising tussen een taxi en een officiële bus: mensen kunnen de busjes, die volgens een bepaald traject rijden, aanhouden, en dan rijden ze voor een lage prijs mee.
Fietsen zie je haast niet: ik geloof dat ik er welgeteld twee heb gezien in 4 dagen. Echt vreemd is dat niet, natuurlijk, in een stad waar oversteken al zo'n kunst is. Wat wel opmerkelijker is, zijn de ezelskarren en bakfietsen in de stad. Blijkbaar zijn die nog onmisbaar voor de lokale bevolking. Het opmerkelijke zit hem in het feit dat ze zich gewoon tussen de andere krioelende voertuigen voortbewegen...
Je zou verwachten dat in Caïro, in zo'n chaos met zoveel toeterende auto's, wel veel ongelukken gebeuren. Maar niets is minder waar. Althans, dat is mijn indruk. Het verkeer lijkt gesmeerd te lopen. Niemand rijdt gestrest, voetgangers steken ontspannen de straat over en iedereen lijkt het prima te vinden dat de ander de verkeersregels (welke verkeersregels?) schendt. Het feit dat je in de stad bijna geen sirenes hoort, ik heb ze in totaal tweemaal gehoord, een aantal dat echt niet te vergelijken is met een stad als Londen, kan misschien wel als bevestiging dienen hiervoor.

Caïro is een echte Arabische stad. 90 procent van de Egyptenaren is moslim, en dat zie je ook wel heel duidelijk. Er worden nog heel veel traditionele gewaden gedragen, alcohol wordt alleen voor de toeristen geschonken en varkensvlees staat nergens op het menu. De oproepen tot het gebed vanuit de moskee, vijf maal per dag, ze beginnen al om half 5 's morgens, zijn natuurlijk ook nergens te missen. En als je 's avonds over straat loopt, kom je langs terrasjes waar mannen een potje backgammon spelen onder het genot van een waterpijp.
Wie wel eens in Fata Morgana in de Efteling is geweest, weet wat ik bedoel met een Arabisch sprookje. De bazaar Khan al Khalili is precies zo'n Arabisch sprookje. De markt (of ook wel souk) bestaat uit één lange straat, met heel veel nauwe zijsteegjes, waarin allerlei verschillende spullen verkocht worden. Zo zijn er straatjes die zich op de toeristen richten, maar ook steegjes waarin alleen huishoudelijke artikelen verkocht worden. Zo waan je je echt in het Arabische leven.
In de bazaar is het een drukte van jewelste, je hoort geroep van marktlui die hun koopwaar aanprijzen, je ontwijkt mannen die met hun karretjes vol koopwaar of enorme tassen op hun hoofd je voorbij willen lopen, je ruikt de geuren van gebakken brood en onbekende specerijen...
Een Arabische markt kun je natuurlijk niet bezoeken zonder te hebben afgedongen. Ik had me dan ook voorbereid op een stevige onderhandeling met een marktkoopman: ik moest en zou afdingen, dan zou ik weer een ervaring rijker zijn. En die ervaring bèn ik nu rijker, al moet ik toegeven dat het niet zo makkelijk ging als ik had gehoopt. Uiteindelijk heb ik 1/3 van de prijs afgekregen, dat valt nog redelijk mee, maar toch... Het afdingen vereiste een hele speciale vaardigheid. Ik ben blij dat ik in Europa woon.

Veel mensen die naar Caïro zijn geweest, hoor je zeggen dat het zo'n vieze stad is. Ik had me bij die verhalen vooral straten voorgesteld, die je bijna niet meer zou zien door de grote massa's zwerfafval die er zouden zijn. Maar in dat opzicht was Caïro niet vies: de straten waren keurig schoongeveegd.
Wel was de stad wat stoffig en modderig, vooral in het oude gedeelte waar het lang niet zo vanzelfsprekend was dat de straatjes verhard waren. Zo bestond de bazaar van Khan al Khalili, waar ik het eerder al over had, slechts uit platgestampte aarde, en dat gaf je nog eens extra het gevoel alsof je in een middeleeuws tafereeltje was beland.
Echt vies was Caïro als je de lucht bekeek, rook, en voelde. De stad zag grauw en bruin van de smog die tussen de huizenblokken hing. In de loop van de dag pakte de damp zich steeds nauwer samen, tot het aan het eind van de middag de zon helemaal deed verdwijnen. 's Avonds, een paar uur later, leek de smog weer helemaal weggetrokken te zijn, zodat het cirkeltje de volgende dag opnieuw rond kon gaan.

"Natuurlijk, Egypte is zeker niet het gevaarlijkste land in het Midden-Oosten, maar in deze tijden, moet je dan wel...?"
Het is nog niet zo lang geleden, het was 1997, dat er voor het laatst in Egypte een aanslag is gepleegd op toeristen. Is Egypte een onveilig land? Dat kan ik moeilijk zeggen. Wat ik wel weet, is dat Caïro me helemaal geen gevoel gaf alsof er gevaar op de loer lag, in tegendeel zelfs. De mensen zijn misschien wel wat opdringerig en bemoeizuchtig, maar hun goede bedoelingen waren overduidelijk, en ik kon me niet voorstellen dat er in één van hen een fundamentalist zou kunnen schuilen. Criminaliteit was er relatief ook niet veel, is mij verteld en heb ik veelvuldig gelezen, wat toch wel opvallend is voor een miljoenenstad.
Misschien klinkt het wat tegenstrijdig, ondanks dat mijn gevoel van veiligheid er ongetwijfeld mee zal samenhangen, maar er waren massa's politieagenten op straat, bij veel grote toeristische attracties werd je streng gecontroleerd, toeristenbussen werden in de gaten gehouden en op veel plaatsen geregistreerd... Het gebeurde in zo'n grote mate dat het je als mens ongemakkelijk en onrustig zou moeten doen voelen; bij mij veranderde het niets aan mijn gevoel van ontspanning en veiligheid.

Als het niet om te duiken is, bezoeken de meeste toeristen Egypte voor de restanten van de oude beschaving. Wie kan ze geen gelijk geven? Wat de oude Egyptische cultuur heeft nagelaten, is adembenemend: de piramiden van Gizeh, onvoorstelbaar groot en gebouwd met een precisie waar je u tegen zegt, de schatten van Toetanchamon in het Egyptisch museum, waar je je aan vergaapt en die je doen verdrinken in het goud... Over al deze wonderen is al zoveel geschreven dat ik er nauwelijks nog iets aan toe te voegen heb.

"Nauwelijks" zei ik, en dat betekent dus nog wel een paar dingen.

Allereerst is dat de ervaring van het binnentreden in een piramide. Omdat in de piramide van Cheops slechts 300 bezoekers per dag worden toegelaten, en de piramide van Chefren in restauratie was, lieten ze ons de kleinste van de 3, Mikerinos, in. Naar het schijnt verschilt die van binnen nauwelijks van Cheops, dus ermee zitten deed ik niet. "Het gaat om de ervaring."
De ingang bevindt zich ongeveer op de helft van de totale hoogte, dus we moesten eerst een trap op voordat we bij de Arabier kwamen die streng controleerde of je geen fototoestel mee naar binnen probeerde te nemen. De man zat op een kruk en droeg een heel wijd traditioneel Arabisch gewaad. Als hij een fototoestel ontdekte, zette hij zijn benen wat uit elkaar, en je zag hoe het gewaad een extra functie kreeg als fototoestelzak.
Achter elkaar liepen we de piramide binnen. Het plafond is laag, en de gang loopt al meteen flink steil naar beneden. Je loopt, of eerder kruipt, dus in een hele vreemde houding omdat je behoorlijk moet bukken en je ook nog naar beneden aan het klimmen bent.
Er was binnen nauwelijks iets te zien. De piramide was al jaren geleden leeggeroofd, natuurlijk, en, wat mij wel verbaasde, er waren helemaal geen schilderingen of hiërogliefen aan de muur. Mijn andere zintuigen kwamen minder te kort. De geur was muf, je rook een echte oude muffigheid.
Wat je voelde was warmte, het was onmogelijk koeler dan 45°, en een extreme vochtigheid. Het zal me niet verbazen als die vochtigheid veroorzaakt wordt door het grote aantal bezoekers van de piramide.

Want, anders dan de dromerige plaatjes van eenzame piramiden middenin de woestijn je zouden doen vermoeden, het plateau van Gizeh is één grote toeristische attractie. Van al die toeristen wordt door de Egyptische bevolking heel enthousiast gebruik gemaakt. Er lopen misschien nog wel meer opdringerige Egyptenaren dan toeristen rond de piramiden. Ze proberen je vanalles aan te smeren: water, ansichtkaarten, ritjes op kameel Nemosis... Het lijkt wel alsof alles te combineren valt in Egypte, zoals hier de Arabieren druk aan het werk zijn rond de oude Egyptische bouwwerken. Nog zo'n voorbeeld:

In Memphis, de hoofdstad van Egypte in het oude koninkrijk, zijn een aantal gigantische standbeelden van Ramses II gevonden. Twee daarvan staan nog op de plaats waar vroeger de belangrijke stad heeft gestaan, maar één daarvan is overgebracht naar... Caïro. Als je het mij vraagt bestaat er geen groter contrast dan die tussen deze drukke levendige Arabische stad en de eeuwenoude, uitgestorven maar machtige Oudegyptische cultuur. Ik kon mijn oren dan ook niet geloven toen ik de gids hoorde vertellen dat het standbeeld een plek gekregen had op Ramses Square, het belangrijkste verkeersplein in de stad. Tasten die uitlaatgassen het beeld dan niet aan? Ja, dat doen ze, en de regering "zit er over te denken" om Ramses weer terug te brengen naar zijn vindplaats, Memphis. In Nederland zouden ze zo'n enorm waardevol standbeeld veilig achter glas verbergen. Maar in Egypte zetten ze het dus midden op een druk plein. Onze gids was een intelligente dame, maar toch kon ik haar pas geloven toen ik het met eigen ogen zag.
Het was vrijdagnacht, we waren op weg naar het vliegveld voor de terugreis naar Amsterdam. Ik had net gezegd dat ik het zo jammer vond dat we de Ramses II helemaal niet meer hadden kunnen zien in Caïro. Ik zat al aan "de volgende keer" te denken en... Daar was hij. De bus reed op een verhoogde veelbaansweg, en als we rechts uit het raam keken, zagen we uit over een enorm verkeersplein met een gigantisch aantal door elkaar heen krioelende lichtgevende autootjes, en daarboven torende een metershoge, donkere Ramses II die statig uitkeek over het drukke leven beneden hem...

Over Ramses Square gesproken, dat is weer een typisch voorbeeld van het moderne Caïro waarover ik het bij mijn allereerste indrukken al had. Het moderne Caïro met zijn enorme kantoorgebouwen, verkeerspleinen en opvallende billboards. Deze blik op de stad doet je denken dat de Caïrenen heel welvarend zijn. Natuurlijk heeft Caïro een aantal heel rijke inwoners, maar het was geen stad van contrasten geweest als je er ook het tegendeel niet zou kunnen vinden.
Op onze derde dag reden we naar het oude centrum, toen we onderweg langs een kerkhof kwamen. The city of death, zoals het door onze gids genoemd werd. Merkwaardig genoeg is dit een populaire woonwijk. Tja, het is niet duur en het is rustig, wat wil je nog meer...? Vroeger, tot in de jaren '70, gebruikte men soms zelfs hier de grafkelders als woning. Het is niet zo verwonderlijk natuurlijk, dat dit vaak gepaard ging met conflicten met de "officiële eigenaren". Tegenwoordig woont niemand meer in een grafkelder gelukkig, maar men houdt het op een doorsnee appartementje. En, vergis u niet, het gaat hier niet om een enkele zonderling, maar het aantal kerkhofbewoners wordt geschat op een slordige 300.000 man. "And so it has become the city of death and the city of life at the same time."

Contrasten, ja, Caïro staat er bol van. Elke indruk had wel weer een tegenstelling, en ze hebben me doen duizelen. Ongetwijfeld heeft u dat al kunnen zien aan het aantal woorden dat ik nodig had om impressies van een 4-dagen lange reis te beschrijven. Meer dan tweeduizend woorden... en eigenlijk was dat, om alles te kunnen vertellen, nog lang niet genoeg.

Je ziet hier een oranjeroze gebouwtje, schoenen op de stoep en in het raam, twee mannen in traditioneel wit gewaad op de stoep, en klein jongetje dat stiekem achterlangs hen de camera inkijkt, en een nors ogende politieman met walkie-talkie voor de ingang.

De trein, die door geen enkele zee afgeschrikt wordt, naar Caïro in Egypte vertrekt vanaf het Station.

Wandel terug naar de Agora, het centrale plein van FILOGOPOLIS.

Lees het laatste nieuws in onze stadskrant, de Logos.

Vraag de weg in het Tourist Office.

Wandel ook eens door de Caireense fotogalerij.