Aanleiding voor deze vijfdaagse reis in november was mijn vriend Piet die hier een half jaar studeert in het kader van het Erasmus-uitwisselingsprogramma. Alicante, de stad die beelden oproept van zonovergoten stranden en rijen torenhoge hotels, en een ideale plaats kan zijn voor een cliché-vakantie aan de Spaanse costa, maar ook een plek waar je beslist meer uit moet kunnen halen dan zon, zee en strand, en ook waar je meer over kunt zeggen dan 'lekker in de zon gelegen, heerlijk gegeten en goed geslapen' alleen.
Het eerste Spaanse leven dat ik proefde, was op de universiteit. Deze ligt even buiten het centrum en heeft veel weg van een Amerikaanse campus. Verschillende gebouwen verspreid over een uitgestrekt terrein, dat ontzettend mooi aangelegd is met fonteinen, palmbomen, kleurige bloemen, bankjes, enzovoort. Het gebied behoorde vroeger toe aan een militair vliegveld, en het bijzondere is dat ze de restanten daarvan gewoon hebben laten staan. Soms zie je bijvoorbeeld, op een wat verrassende plek in de orde, een vreemd soort stenen blok staan. Aha, denk je dan, dat is vast een toren geweest ofzo.
Op de hele campus heerst een bijzonder soort relaxedheid, dat was het eerste dat me opviel aan de studenten. De dag ervoor nog was ik op de VU in Amsterdam, waar iedereen gehaast en gewichtig bezig lijkt te zijn, maar de Spanjaarden geven je de indruk dat studeren voor hen vooral een ontspannende bezigheid is als je ze zo nonchalant ziet lopen - vaak kan je dat zelfs sloffen noemen - gezellig arm in arm met de vriendengroep. En wat lopen er veel mensen de zalen in en uit terwijl er een college aan de gang is, viel me op. Ik stelde mezelf tot doel om dit Spaanse en voor ons bijzondere universiteitssfeertje vast te leggen op een aantal foto's. Maar dat zou niet meer lukken, want niet lang daarna was een Spanjaard er met mijn camera vandoor gegaan. Ik had hem laten liggen, dat toestel wel te verstaan, op een bankje van die mooie campus.
Wat is een toerist zonder zijn fototoestel? Het is maf om, pas wanneer je hem niet meer hebt, te merken hoe zeer je gehecht bent aan je trouwe maatje dat alles wat de moeite waard is voor je vastlegt, en hoe sterk je eigenlijk de omgeving in je opneemt als 'potentiële foto'. Hoe vaak dacht ik niet: vanaf dit punt zou je een mooie foto kunnen nemen. Of: hoe zou je dit gebouw goed kunnen fotograferen? Maar nu kunnen we die fotografische uitdagingen niet meer aangaan, verzuchtte ik. Onze ervaringen konden alleen nog vast worden gelegd in woorden.
Niet fotografeerbaar, maar ook moeilijk in woorden te vatten, is muziek. De eerste avond na mijn aankomst werden we hiermee verrast door een Spaanse vriend van Piet en diens vriendin. Zij namen ons mee naar een kleiner plaatsje in de buurt waar de band Mastretta een optreden gaf. Wat maakten die jongens een origineel gebruik van hun instrumenten! Ze, zowel blaas-, toets- als snaarinstrumenten, werden op de meest creatief mogelijke manieren gecombineerd. Er werd geen noot gezongen, alhoewel dat niet echt gebruikelijk voor hen scheen te zijn, maar ondanks dat kregen ze de zaal aan het lachen. Er zat echte spot en humor in de muziek. Mastretta is misschien niet een band waar ik meteen een cd van zou kopen, maar ze kunnen wèl zorgen voor een concert waarbij je je kostelijk amuseert en dat je een vrolijke avond laat beleven.
De dag daarop zijn we meegenomen door een andere vriend van Piet, een Duitser wiens vriendin toevallig ook op bezoek was, en hebben we met zijn vieren het kasteel van Santa Barbara bezocht. Dit is vooral de moeite (van de zware klim!) waard, vanwege het uitzicht dat het je geeft. De vesting ligt op een 166 meter hoge rots, direct aan het water, en vanaf diverse plateaus heb je wijdse uitzichten over verschillende delen van de stad, de haven, het strand en de uitgestrekte zee. Enkele verblijven van het kasteel schijnen nog vrij goed bewaard te zijn gebleven, maar we konden er niet naar binnen helaas.
Aan de voet van de hoge heuvel ligt de oude stad van Alicante, met zijn nauwe straatjes zonder stoepen, oude huisjes, en vele potten met planten en bloemen op de trappen. We zijn eigenlijk alleen maar even door deze wijk heengelopen op weg naar (en op de terugweg van) het kasteel, veel ervan hebben we niet gezien dus, maar het contrast met de rest van de stad, waar het echte leven eigenlijk lijkt plaats te vinden, is heel opvallend. Want om eerlijk te zijn, Alicante ziet er over het algemeen niet zo charmant uit met zijn drukke verkeerswegen en hoge betonnen flats. De stad heeft wel een heel mooi aangelegde wandelboulevard, de Explanada de España: deze heeft een mozaïeken bestrating en is omzoomd door palmbomen. Op een terrasje daar heb ik een horchata geprobeerd: het is wit met een vleugje groen erover, het is ijzig en dus koud, en het smaakt wat vreemd, maar het is wel erg lekker. Horchata is gemaakt van de chufa, oftewel de aardamandel, die in de buurt van de stad Valencia gekweekt wordt.
Samen met de pagina over Valencia vormt dit een reisverslag dat zich in Spanje bevindt, waarheen je een intercity kunt nemen op het Filogopolitische Station.
Wandel terug naar de Agora, het centrale plein van FILOGOPOLIS.
Lees het laatste nieuws in onze stadskrant, de Logos.
Vraag de weg in het Tourist Office.
Copyright © FILOGOPOLIS