5 november 2005
Deze week kreeg ik een vriend op bezoek die zich na het gebruikelijke souper bij dergelijke gelegenheden --voorgerecht: telefoontje; hoofdgerecht: afrekenen met de pizzajongen; nagerecht: lege doos in de papierbak deponeren-- met een boek op de bank nestelde. Niet omdat hij tot de bedreigde diersoort der literatuurgekken gerekend kan worden, maar je moet wat natuurlijk, als je gastheer groen van het achterstallige vertaalwerk ziet en zegt jou niet te kunnen entertainen. Voor alsnog weinig bijzonders, ware het niet dat het boek waarmee mijn invité zijn avond veraangenaamde een luisterboek was...
Ik had me nog niet goed en wel opnieuw achter mijn schrijftafel geïnstalleerd en vroeg me net zuchtend af welk een nog te vertalen varkentje ik eerst ging wassen, of daar rukte een luide kreet mij al uit mijn overpeinzingen. "Oh nee!" klonk het vol medelijden vanop de sofa. Nee, zoveel medeleven kon ik nu ook weer niet hebben verdiend; dat moest voor Maarten, Bernlefs hoofdpersonage, bedoeld zijn. En inderdaad, nog geen twee minuten later verstoorde een mogelijk nog smartelijker "Wat erg...." de rust in mijn studentenkamer. En zo ging het maar door: met korte tussenpozen slaakte mijn gast een welgemeend "Ach nee!", "Dat kan toch niet...." of "Maar hoe is 't mogelijk?!".
Waarschijnlijk kwamen de luidruchtige interventies van mijn vriend me zo vreemd voor, omdat we in onze cultuur toch zowat per definitie in stilte lezen. Zeker, een confronterende roman als Hersenschimmen --de goede verstaander had misschien al begrepen dat dit ook het luisterboek in kwestie was-- ontgrendelt vanaf de eerste pagina's de deur naar een berghokje waar de emoties van de lezer hoog liggen opgetast: je ervaart voortdurend plaatsvervangende schaamte voor Maarten die beseft dat hij geleidelijk aan zijn geheugen verliest en daarmee zijn waardigheid. Bij momenten wordt het bijna ondraaglijk maar de geconcentreerde lezer denkt er niet aan ook maar een kik te geven en zal de hele rit met verzegelde lippen uitzitten. Zo niet mijn pizza-makker, die overigens wel geregeld sociale codes aan zijn laars durft te lappen, en ook in dit geval er niet voor terugschrok zijn deelname aan het verhaal luidkeels kracht bij te zetten.
Toch zou het al te eenvoudig zijn om dit uitsluitend aan zijn nonchalance, ook al is die spreekwoordelijk, toe te schrijven. Ongetwijfeld zit het specifieke karakter van het luisterboek er ook wel voor iets tussen. Lezen van het blad vergt immers een heel andere soort concentratie dan het luisteren naar een tekst. Vanuit het communicatieperspectief bekeken, kan je stellen dat de ontvanger zich bij die laatste handeling veel passiever overlevert aan het medium: de luisteraar wordt geïnformeerd. Terwijl de lezer de symbolen op het papier in zijn hoofd moet zien te transformeren in begrijpelijke informatie. Dit is overigens waarschijnlijk eveneens een reden waarom het overgrote deel van de bevolking regelmatiger een film bekijkt dan een boek leest. In de tradionele kaskraker rollen de heldere plaatjes aan de kijker voorbij die ze bijgevolg zonder enige moeite kan interpreteren, en zich qua activiteit kan beperken tot in een zakje popcorn graaien en aan een blikje cola slurpen.
Anderzijds gaat het ons blijkbaar niet altijd goed af om in zo'n afwachtende rol te worden gedwongen. We willen onze informatiebron laten weten dat we de ons toegezonden boodschap hebben ontcijferd, eventueel onze mening erover te kennen willen geven, of op zijn minst dat we popelen het vervolg te vernemen. Indien die informatiebron toevallig geen mens is maar een ongevoelig ding als een tv, dan zullen we toch proberen onze interesse aan andere aanwezigen in de kamer kenbaar te maken. Een mooi voorbeeld heiervan kon ik een aantal jaar geleden observeren in een knus Amsterdams bioscoopje; daar werd toen in een tjokvol zaaltje Cloaca vertoond. Tot mijn stomme verbazing merkte ik hoe de mensen rondom mij de vaak pijnlijke scènes uit de film van trefzeker commentaar voorzagen, net alsof ze thuis voor de buis zaten...
Lezen dat daarentegen in de huidige samenleving veelal een solitaire bezigheid is, wordt stilzwijgend volbracht. Hoewel dit voor ons vanzelfsprekend lijkt, is dit lang niet altijd zo geweest. Dat schrijft Alberto Manguel in zijn prachtige overzichtswerk De geschiedenis van het lezen. Tijdens de Oudheid organiseerden mecenassen openbare voorleessessies waar schrijvers hun nieuwste werk kwamen uitproberen op het publiek. Het gaf dan ook geen pas als de toehoorders niet openlijk hun goed- of afkeuring lieten blijken. Met zijn strakke metrum leende poëzie zich toen in de eerste plaats tot de voordracht, en was bijna uitsluitend daartoe bestemd. De kerkvader Augustinus, zo vertelt Manguel, verwondert zich in een brief over een bevriende geestelijke die hij in diens kloostercel in stilte heeft zien lezen. Maar ook nog veel later, in de negentiende eeuw, richtte men openbare voorlezingen in om het eentonige werk van ongeletterde fabrieksarbeiders enigszins te verlichten. Een overblijfsel daarvan vinden we nog in de naam van sigarenmerk "The count of Monte Christo" dat naar de gelijknamige roman van Alexandre Dumas werd vernoemd, een boek dat destijds dankzij de voorleesmomenten razend populair was onder Cubaanse tabakstelers.
Zoals reeds gezegd heeft het beluisteren van boeken onmiskenbaar het één en ander gemeen met het filmkijken. De menselijke stem die jou het verhaal vertelt, al heb je geen flauw benul van de eigenaar ervan, nodigt uit tot dialoog. Je weet dat tenminste één iemand voor jou de tekst heeft gelezen, namelijk de voorlezer, en dat schept toch ergens een band. De drang tot communiceren kan het dan wel eens winnen van de pure eenzijdige receptie. Let wel 'kan' want na, vanwege mijn visuele handicap, rees vijftien jaar zelf aangewezen te zijn op lectuur in aangepaste vorm --meestal gesproken boeken dus-- is die lijn tussen het lezen van en het luisteren naar een boek vervaagd. In tegenstelling tot mijn onstuimige spitsbroeder, die misschien nog de hoop koestert dat zijn vertwijfelde uitroepen Bernlef zullen bereiken, zal ik verbaal stoïcijns de martelende hersenschimmen hun werk laten doen. Hoe dan ook, voor wie daaraan nog mocht twijfelen, die avond van het pizza-diner is er niets meer van vertalen in huis gekomen... Bij de volgende afspraak, zo nam ik voor, vertel ik mijn gasten maar dat ik al mijn luisterboeken van de hand heb gedaan.
Door: Piet
Door hieronder je e-mailadres achter te laten, ben je direct vrijblijvend geabonneerd op Logos - de tweewekelijkse bewegwijzering van de stad FILOGOPOLIS - waarin je de recente bouwactiviteiten verneemt, columns kunt lezen en we je wijzen op andere websites die waarschijnlijk ook voor jou interessant zullen zijn. We gebruiken je adres overigens voor geen enkel ander doeleinde dan deze e-mailnieuwsbrief, en je kunt je abonnement ook op elk gewenst moment weer opzeggen door simpelweg een antwoordmailtje op een LOGOS-aflevering te sturen.
Columns
Homèros' kleinkinderen
A la recherche du temps perdu
Ontmoeting tussen acteurs
Voorlezen leidt tot sigaren en... weinig vertalen
A narrow escape
reisbureau (tips voor cybertrips)
Je leest nu een column uit het archief van Logos, de tweewekelijkse bewegwijzering van deze stad.
Je kunt terugwandelen naar de Agora, het centrale plein van FILOGOPOLIS, of vraag de weg in het Tourist Office.
Copyright © FILOGOPOLIS