Tom van Deel, Marita Mathijsen en Gerard de Vriend (red.): Kijk op kritiek. Essays voor Kees Fens. Querido, 328 blz. €21,95.
Kees Fens is al ruim 50 jaar actief in de literaire kritiek. Met zijn visie op het vakgebied heeft hij vele mensen achter zich weten te scharen. Belangrijk is onder meer zijn werk voor het tijdschrift Merlyn geweest in de jaren '60; de redacteuren hiervan stonden een strikte, puur op de tekst gerichte benadering van literatuur voor. Later, vanaf de jaren '70, begon hij op een vrijere en persoonlijkere manier te schrijven. De Universiteit van Amsterdam beloonde hem begin 2004 met een eredoctoraat, en naar aanleiding daarvan is tevens de essaybundel Kijk op kritiek verschenen. Er werkten 25 letterkundigen aan mee die allemaal, met hun eigen specifieke achtergrond en specialisatie een bepaald thema uit de literaire kritiek belichtten.
"De geschiedenis van de Nederlandse kritiek is doorgaans de geschiedenis van enkele critici," stelt Kees Fens in zijn Mr. W.P. Santijn Kluit-lezing uit 1996. Het zijn alleen de groten die meetellen, ofte wel zij die met de heersende normen in de literaire kritiek hebben durven te breken, erin slaagden collega's te inspireren en zo de literatuurgeschiedenis hebben kunnen beïnvloeden. Het is te zien aan de vele loftuitingen in de bundel dat Fens zelf ook tot die groep behoort. Kijk op kritiek behandelt een groot aantal facetten uit de (zowel hedendaagse als vroegere) geschiedenis van de literaire kritiek, waarbij veel plaats is ingeruimd voor de grote invloedrijke mannen - want dat zijn het toch vooral - uit deze wereld, waarmee ook Fens' stelling bekrachtigd wordt. Eén van hen is bijvoorbeeld de negentiende-eeuwer Cd. Busken Huet aan wie Marita Mathijsen, hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam, een essay heeft gewijd. Ze prijst hem hierin om zijn brede, scherpe visie: "Hij heeft de Nederlanders geleerd kritisch te zijn en daarbij reputaties aangetast die te makkelijk van de ene op de andere generatie overgenomen waren. Hij opende de ogen van de Nederlanders voor poëzie die andere dan huiselijke idealen aanhing. Hij leerde vergelijkenderwijs, internationaal en diachroon te oordelen. Bovendien had hij oog voor de brede context van de literatuur." Zijn kritieken stegen boven andere critici uit zijn tijd uit, die moralistischer en kleinburgerlijker waren en de huidige generatie, met vertegenwoordigers als Michaël Zeeman en Kees Fens zelf, zou zijn stukken nog altijd als schoolvoorbeeld gebruiken.
Korrie Koorevaart (universitair docent Nederlandse taal en cultuur aan de Universiteit van Leiden) keert zich daarentegen af van deze canonvorming in de literatuurkritiek: volgens haar tellen álle critici mee. Ze vecht Fens' stellingname dan ook resoluut aan. Volgens haar beoordeelt hij de kritiek uit het verleden te veel met de maatstaven van het heden, waarbij alleen de critici die boven de tijdelijkheid uitstijgen, een waardig plekje kunnen krijgen. Zelf laat ze in haar essay zien hoe je op een andere manier kunt omgaan met de geschiedenis van de literaire kritiek door zomaar een kinderboek uit 1839 te nemen, en te bestuderen hoe de vele zogenaamd 'gewone' recensenten er op reageerden. Zo kan ze erachter komen wat de mensen in die tijd werkelijk bezighield en welke criteria ze gebruikten bij het beoordelen van een boek. Kijk op kritiek biedt het voordeel dat het de beide uiteenlopende visies onafhankelijk van elkaar naar voren brengt, zodat je het twistpunt van verschillende kanten kunt bekijken en je als lezer zelf je eigen mening over de canonisering kunt vormen.
Hoewel dit thema vaak wel een belangrijke rol speelt, wordt het meestal niet zo expliciet naar voren gebracht. Kijk op kritiek is juist een essaybundel die uitblinkt in zijn gevarieerdheid doordat hij een breed scala aan thema's behandelt. Om maar wat te noemen, gaat er een essay over de kritiek op kinderliteratuur en de ontvangst van het werk van vrouwelijke schrijvers in de achttiende en negentiende eeuw. Veel aandacht is ook besteed aan de rol en de invloed van het tijdschrift Merlyn. Verder zijn er meerdere essays gewijd aan de reacties van de kritiek op één enkele roman, bijvoorbeeld Villa des Roses van Willem Elsschot. Een geestig en interessant stuk is bovendien dat van Jacqueline Bel (universitair docent moderne Nederlandse letterkunde aan de Vrije Universiteit) over de traditie van scheldkanonnades in de kritiek. De criticus Van Deyssel, die we rond de vorige eeuwwisseling kunnen situeren, neemt hier een belangrijke plaats in. Maar het waardevolle dat dit essay onderscheidt van vele andere, is dat Bel de lijn doortrekt naar de huidige situatie en daarbij onder andere spraakmakende heren als dichter, romancier en poëziecriticus Ilja Leonard Pfeiffer noemt. Het is niet zo dat in de andere essays geen hedendaagse kwesties worden aangeroerd, maar ze zitten gemiddeld genomen erg weinig aan de oppervlakte en dat is jammer. Het is namelijk erg boeiend om meer over de huidige kritiek te lezen, wat vooral voor de lezer die nog niet zo veel kennis heeft op dit gebied toch ook erg relevant kan zijn.
Dit commentaar doet geen afbreuk aan wat Kijk op kritiek wèl al is, en dat is een flinke bundel die de geïnteresseerde leek op een zeer informatieve en meestal ook onderhoudende manier laat kennismaken met het werkterrein van de literatuurkritiek. Voor de mensen echter die al wat meer vertrouwd zijn met de materie kan het bovendien een handig overzicht of naslagwerk met een duidelijke opzet en een degelijke uitwerking zijn. Het feit dat er 25 verschillende auteurs aan meewerken heeft helaas wel zijn nadeel. De stijl van de essays is door die veelheid namelijk erg wisselend - de één schrijft houterig en academisch terwijl de ander een vlotte journalistieke pen heeft. Aan de andere kant wordt het beeld dat deze bundel van de literatuurkritiek schetst, juist dankzij dat koor van zoveel stemmen, zowel breed en veelomvattend als nauwkeurig en diepgaand. Met zo'n eerbetoon mag Kees Fens tevreden zijn.
Deze recensie is geschreven door: Karlijn
Reageren op besproken boeken? Dat kan via de Bibliobus
Je bekijkt nu een boek in de Bibliotheek die gevestigd is op het Literaplein.
Wandel terug naar de Agora, het centrale plein van FILOGOPOLIS.
Lees het laatste nieuws in onze stadskrant, de Logos.
Vraag de weg in het Tourist Office.
Copyright © FILOGOPOLIS