FILOGOPOLIS

de stad waar het woord de weg wijst

Lezen met Manguel: De wind in de wilgen van Kenneth Grahame

“Kenneth Grahame is een meester in het beschrijven van huiselijkheid,” aldus onze Alberto Manguel, die De wind in de wilgen (The wind in the willows) in december is gaan lezen, in de tijd van sneeuw en kerst. En niet alleen daarom associeert hij het met het warme, genoeglijke binnenzitten, want hij las het boek bovendien voor de eerste keer tijdens de overdrachtsperiode van zijn geliefde huis in Frankrijk, waar hij nog steeds, teruggetrokken met zijn bibliotheek, zijn leven leidt. Of De wind in de wilgen ook bij andere lezers het haardvuurgevoel oproept zullen we gauw genoeg merken tijdens het gesprek dat zich hieronder, in het kader van Lezen met Manguel, zal gaan afspelen. Misschien komen er juist wel herinneringen van tochten door de groene, vruchtbare natuur naar boven.

De wind in de wilgen is één van die oerklassieke kinderboeken die je samen met Alleen op de wereld, De kleine prins en Erik of het klein insectenboek op een lijstje kunt plaatsen. Het is een vitalistisch sprookje uit 1908 waarin de pientere rat, de gedweeë mol, de levenswijze das en de arrogante pad een heleboel spannende avonturen beleven. Hun onderlinge vriendschappen worden onderweg menigmaal op de proef gesteld, maar toch denken ze er niet aan elkaar in de steek te laten. Wat brengt het boek bij ons, bijna 100 jaar later, teweeg? Schuif gerust je stoel aan, neem een kop thee en een koekje van het dienblad, en dan kunnen we met onze ideeënuitwisseling van wal steken.

Wat hebben lezers al gezegd?

Karlijn
Het warme gevoel van het thuis zijn, van je eigen plekje gevonden te hebben loopt door heel Manguels decemberdagboekaantekeningen heen. Een paar citaten ter illustratie:

“Ik weet hoe het zal zijn om in een bepaald huis te wonen zodra ik over de drempel stap. De inleving (of het gebrek daaraan) is er onmiddellijk. In de zestiende-eeuwse schelmenroman El Lazarillo de Tormes merkt de held op: ‘Er zijn ongelukkige, slecht gewortelde huizen die hun ongeluk overbrengen op de mensen die hen bewonen.’ Hetzelfde gaat op voor plaatsen die vol vreugde zijn.”

“De Tristia van Ovidius, gedichten die hij schreef nadat hij door Augustus naar de vreselijke uithoek Tomis was verbannen, hebben meestal de vorm van brieven aan vrienden en vijanden waarin hij klaagt over zijn heimwee naar Rome en over zijn eenzaamheid in het dorre, boomloze landschap. De wind in de wilgen is het tegenovergestelde van de Tristia van Ovidius. (…) Cortázar, die Buenos Aires in 1951 verliet om naar Parijs te gaan, zei ooit dat verbanning de beste manier is om te zorgen voor vaderlandsliefde. Ovidius: ‘Zolang ik in Tomis ben, zal ik klaagzangen schrijven.’”

“‘Voor mij geeft literatuur altijd een bepaald signaal, ze bezingt je jeugd als die jeugd onherroepelijk voorbij is, ze bezingt je vaderland als je door de schizofrene tijden in een land aan de andere kant van de oceaan terecht bent gekomen, een land waar hoe gastvrij en vriendelijk het ook is, je hart niet ligt, omdat je te laat op die kust bent aangekomen.’ Josef Skvorecký in Toronto, schrijvend over zijn geliefde Tsjechoslowakije.”

Is De wind in de wilgen inderdaad een lofzang op thuis? Niet op avontuur, op ontdekkingstochten? En wat is ‘thuis’ eigenlijk?

Piet
Zeker, ik kan Manguels associaties van huiselijkheid en avonden aan het haardvuur best begrijpen. Grahame wil dat gevoel ook opwekken, als hij bijvoorbeeld beschrijft hoe de Mol na lange tijd nog eens zijn oude huis binnenkomt. Hoewel het er aanvankelijk nog koud en ongezellig is, duurt het niet lang of er wordt een volwaardig kerstfeest gevierd!
En toch zijn de eerste beelden die bij mij boven komen drijven wanneer ik aan dit boek denk, veeleer zomerse taferelen van een woest bruisende rivier waarop een in vrolijke kleuren geschilderd bootje dobbert. Of ik dnek aan de pad die, middenop de rijweg gezeten, een voorbijrazende auto nastaart en zich inbeeldt dat hij zelf achter het stuur zit, terwijl de mol en de rat met vereende krachten hun tot schroot gereduceerde woonwagen uit de gracht proberen te takelen. Het is toch ook een verhaal van avontuur en omzwervingen. De titel van het afsluitende hoofdstuk "De terugkeer van Odysseus" zegt genoeg. Uiteraard is die keuze bijzonder ironisch, maar onze pad zwalkt toch werkelijk wel een aardig tijdje over de wegen.

Een andere vraag die ik graag even aan de lezers van dit forum wil voorleggen, is: waarom heeft Grahame voor een dierenfabel gekozen? Is deze keuze onschuldig of denken jullie, net als ik, dat er meer aan de hand is?

Karlijn
De wind in de wilgen is zoals veel kinderboeken, waaronder ook Winnie de Poeh - nog zo'n dierenfabel -, ontstaan uit de verhaaltjes die de schrijver voor zijn eigen kind voor het slapengaan verzon. Daarom neem ik aan dat Grahame's keuze om beesten de hoofdrol te laten spelen in zijn boek eigenlijk onschuldig (en misschien zelfs onbewust) is geweest.

Maar dat neemt natuurlijk niet weg dat het boeiend is om je af te vragen waarom een dierenfabel ons zo aanspreekt. De dieren in De wind in de wilgen zijn op allerlei punten vermenselijkt: ze praten, ze varen in bootjes en ze rijden zelfs in auto's. Maar aan de andere kant hebben ze ook nog iets heel dierlijks, iets onbedorvens als het ware. Ik bedoel dat ze nog in harmonie leven met de natuur, en niet 'verpest' zijn door politiek gekrakeel bijvoorbeeld, of oorlogvoering of economische crises. Van dat soort zaken staan ze ver af. Daarom zijn ze eigenlijk net zo onschuldig als kinderen, die ook niets te maken (willen) hebben met van die grotemensenproblemen. Zij kunnen zich dan ook goed identificeren, denk ik, met dieren met hun (ogenschijnlijk) simpele problemen.

Maar ook leven volwassenen zich graag in hun wereld in. Even de grotemensenzorgen van je afgooien en je inleven in de dierenwereld waarin iedereen je vriend zou kunnen zijn, is heerlijk. Alberto Manguel voelt waarschijnlijk ook zo'n naïeve band met de verschillende beesten. Hij beschrijft namelijk van wie hij houdt, en van wie minder, en dat is op zich al iets heel moois. Want bij de meeste boeken zou het immers erg not done zijn, zeggen welke romanpersonages je aardig vindt en welke niet.

Nu is de aanloop al direct gemaakt voor een volgende vraag: welk(e) dier(en) uit De wind in de wilgen had je het meeste lief, en welke het minst? (Overigens zijn we natuurlijk nog steeds benieuwd naar andere visies op de dierenfabel!)

Piet
Alvorens op Karlijns vraag over mijn favoriete personage te antwoorden, wil ik nog even terugkomen op de keuze voor de dierenfabel. Het is zonder twijfel één van de oudste genres uit de wereldliteratuur. Uit de Oudhied stammen de bekendste voorbeelden van de hand van Phaedrus en Aesopus. Maar voordat de dierenfabel de twintigste-eeuw werd binnengeloodst, had hij ook tijdens de late middeleeuwen (met de vos Reynaert-cyclus) en het classicisme (met de La Fontaine) opgeld gemaakt. Het moge duidelijk zijn dat het genre door de eeuwen heen gekoesterd is.

Omdat de dierenwereld in een vaste hiërarchie georganiseerd is en elke diersoort een bepaald typerend gedrag vertoont, valt het ons niet moeilijk er een afspiegeling in te zien van de mensenmaatschappij. Omdat de dieren dan evenwel geen specifieke individuen belichamen maar veeleer karaktereigenschappen, wordt de fabel al gauw een zedenschets. Zodoende liet dit allegorische genre ook toe de censuur te ontduiken en kritisch te reflecteren op de gangbare morele of sociale orde binnen een bepaalde historische samenleving. Terwijl Reynaert de sluwe burgerman verbeeldde die het absolutistische bewind van de vorst in vraag stelde, wordt ons bij de La Fontaine vaak een spiegel voorgehouden waarin we onze hebzucht, hypocrisie en grootheidswaanzin mogen bewonderen.

Ofschoon ik het wel met Karlijn eens ben dat Grahame wellicht vrij onbewust voor de dierenfabel koos, bleek dit sprookje toch ook voor hem het geknipte instrument waarmee hij (zijn) kinderen allerlei levenslessen kon meegeven. Zo belandt de hebberige pad, die overigens niet voor niets steenrijk is, als gevolg van zijn grenzeloos egoïsme en wangedrag in de cel. Maar tegelijk poneert Grahame door de pad als een onverbeterlijke recidivist af te schilderen, dat een mens in de loop van zijn of haar leven behept blijft met dezelfde trekjes.

Daarom is het ook lastig de pad werkelijk aardig te vinden, ook al heeft zijn stompzinnige aanstellerij wel iets aandoenlijks. De oude, wijze das boezemt daarentegen ontzag en bewondering in. De jonge onervaren maar schrandere mol ziet in hem dan ook de te volgen gids en mentor. Als lezer voelde ik eigenlijk het snelst genegenheid voor de zwijgzame, geduldige rat met zijn dichterlijke natuur. Zoals hij dromerig uitkijkt over de rivier, een metafoor voor het betaan.


Gerda
In Arundel, een prachtig klein plaatsje in het zuiden van Engeland, dwaalde ik een paar weken geleden plezierig rond. Ik wandelde in kleine straatjes met veel antiekzaakjes en oude boekwinkeltjes. Daar lag voor een paar pond 'The wind in the willows' op de metershoge boekenplanken, en werd ik weer herinnerd aan het feit dat het Manguelforum nog steeds op mijn hersenspinsels zit te wachten.

Dus voordat het forum gesloten wordt, zal ik mijn gedachten op het boek proberen weer te geven.

Regelmatig heb ik bij dit boek hard gelachen. De grappige gesprekken, de vrolijke liedjes en de avonturen van de ijdele Pad, de wijze Das en de dappere Rat en alle andere makkers maken het boek erg humoristisch.

Wat ik een grappige vraag vond is welk ‘personage’ je het meeste aansprak. Want hoe kiezen we die? Omdat we onszelf er in herkennen of omdat we zouden willen dat we iets van die personen hadden? Wat dat betreft lijk ik, geloof ik, nog het meeste op de eigenwijze Pad maar zou ik wel ietsje meer wijsheid van Das willen hebben. Één van de grappige ogenblikken van Pad vond ik dan ook de dag waarop Pad zijn huis weer betreedt en stiekem naar de schrijftafel glipt om het feestprogramma te schrijven. (waarbij hij zijn eigen rol in het gevecht veel anders voorstelt dan hij in werkelijkheid is!)

Of de keuze voor een dierenfabel onschuldig is weet ik niet zeker. Ik vermoed het wel. Grahame vertelde iedere avond voor het slapengaan van zijn enige zoon, de blinde Alistair, verhaaltjes over Pad, Mol en Rat. Als Alistair met vakantie ging, dan moest Kenneth beloven die verhaaltjes per post door te sturen, anders zou hij thuisblijven.
‘Als mijn kind het mooi vindt, zullen andere kinderen het ook wel mooi vinden’, kan een simpel argument zijn geweest.

Piets standpunt vind ik ook wel aannemelijk; Dat Grahame toch ook gedacht heeft; hier leg ik toch even mooi een moraal in. Foute mensen doen boete maar met de goedzakken komt alles in orde.

Toch vroeg ik me nog wel af: Denk jij niet Piet dat de natuur van de mens het dichtst bij de Pad ligt?

Een andere vraag: Hoe zou het nou komen dat het boek zo’n populariteit heeft gekregen? Wat hééft een boek, dat iedereen, jong, oud, dik, dun, zwart, blank, religieus, niet-religieus mooi vindt en in één adem uitleest?

En nog een vraag voor Karlijn: Wie was nou jouw favoriete personage? Ben benieuwd...

En dan nog een gedachte: Als je dit boek uit hebt, heb je zin om het weer een keer te lezen omdat je er dan weer andere dingen uit zal pikken. Het gevoel dat je nu een sinaasappel aan het eten bent en de eerste schil eraf gehaald hebt. Je weet dat eronder die schil nog veel meer ligt wat je eerst nog niet zag. Hebben jullie dat nou ook?

Piet
De vraag die je opwerpt, Gerda, of de menselijke natuur niet het meeste parallellen vertoont met het karakter van de pad, boeit me zeer. Wat zijn megalomanie en hebzucht betreft, heeft de pad inderdaad wel erg veel weg van de dorsnee mens. Verontrustender vind ik evenwel de amoraliteit waarvan hij meermaals blijk geeft, de bereidheid om alle ethische voorschriften aan zijn laars te lappen om toch maar zijn behoeften te kunnen bevredigen. Sterker nog, stomzinnig als hij is of allciht voorwendt te zijn, schijnt hij überhaupt geen flauw benul te hebben van wat moreel handelen is of zou kunnen betekenen. En jammer genoeg heeft de geschiedenis maar al te bloedig aangetoond dat dit evenzeer geldt voor de zoogdierensoort waartoe wij behoren. Doorgaans mogen we ons evenwel gelukkig prijzen dat, binnen de reguliere samenleving, onze basale driften gekanaliseerd en getemperd worden door cultuur, kunst, religie en andere levensbeschouwingen.

Maar van nature zijn we ongetwijfeld al even verstoken van de kennis van goed en kwaad als de pad. Ik gellof dus dat ik jouw vraag positief moet beantwoorden.

Karlijn
Ha Gerda,

Erg leuk om je enthousiaste reactie te lezen. We hebben weer allerlei stof tot nadenken. Zuid-Engeland lijkt me in ieder geval wel precies een mooie plek om The wind in the willows tegen het lijf te lopen...

Wat trouwens misschien nog even leuk is om te vertellen, is dat het exemplaar dat ik gelezen heb (van de bibliotheek) in 1933 is gedrukt. Met zijn vale kaft en vergeelde bladzijden draagt dat heel erg bij aan het nostalgische gevoel.

Wie mijn favoriete 'personage' is? Ik heb zelf een groot zwak voor mol. Alhoewel ik de wijze Das ook graag als vriend zou hebben, als iemand waar je altijd op terug kan vallen, en natuurlijk de gastvrije en gevoelige Rat. Ik denk dat die drie me het meeste aanspreken omdat ik mezelf erin herken (of wil herkennen, al lijkt dat me wel samen te vallen).

De pad boezemt me juist vooral angst in. Hij leeft zijn leven in het teken van zichzelf, zonder benul te hebben van het gevoel en de waarde van andere mensen. Toch weet hij wel wat echte vriendschap is, en heeft hij alle vertrouwen in Mol, Pad en Das.

Maar het is denk ik niet voor niets dat Pad de enige is van alle dieren die zich in het boek onder de mensen begeeft, en zich met mensenzaken (auto's, geld, ...) bezighoudt. Ja, we kunnen toch veel karaktertrekjes van hem in onze mensenwereld terugvinden.

Wel komt Pad uiteindelijk als een goedzak uit de bus. Wil Grahame daarmee zeggen dat wie zijn vertrouwen niet opgeeft in iemand die koppig en dom is, maar hem juist helpt en stuurt waar hij kan, hem altijd wel weer op het goede pad kan brengen? Het lijkt me een optimistische levensles.

Nog even om terug te komen op de Mol, Manguel zegt: "Grahame is zo verstandig dat hij avonturiers verdeelt in degenen die hun avonturen graag ordeleijk hebben en degenen die de voorkeur geven aan de spanning van chaos."

Dat is misschien ook waarom Mol me, in tegenstelling tot Pad, vertrouwd voorkomt. Hij houdt ervan om met zijn vrienden op stap te gaan, maar heeft van tijd tot tijd ook behoefte aan het geborgene van een echte thuishaven waar alles is zoals het hoort.

A.A. Milne, schrijver van de boeken over Winnie the Pooh, gaf een mooie omschrijving van waarom we nu zo vervuld kunnen zijn van het bestuderen van alle karakters van de dieren uit The wind in the willows:

"One does not argue about The Wind in the Willows. The young man gives it to the girl with whom he is in love, and, if she does not like it, asks her to return his letters. The older man tries it on his nephew, and alters his will accordingly. The book is a test of character. We can't criticize it, because it is criticizing us. But I must give you one word of warning. When you sit down to it, don't be so ridiculous as to suppose that you are sitting in judgment on my taste, or on the art of Kenneth Grahame. You are merely sitting in judgment on yourself. You may be worthy: I don't know, But it is you who are on trial."

En misschien is heeft dat er ook mee te maken waarom zoveel mensen, jong en oud en alles daartussenin, met zoveel plezier de verhalen lezen. Jezelf in de dieren herkennen en je betrokken voelen bij zulke trouwe dierenvrienden, is dat niet iets wat iedereen behaagt? Wat denk jij, Gerda?

Hoewel ik The wind in the willows zeker een boek vind waar je nog tijden over door kunt praten, heb ik wel het gevoel van "het boek is uit, en het verhaal is afgelopen", dus dat ik het niet zo snel helemaal opnieuw zal lezen. Bepaalde passages misschien wel, vooral van de eerste hoofdstukken, en ook de poëtische zinnen die alles zo'n mooi romantisch tintje geven. Volgens mij schrijft hij op een manier die je tegenwoordig niet meer zoveel in kinderboeken kunt aantreffen, of wel?

Gerda
Mol en Rat hebben in hoofdstuk 7, 'De wind in de wilgen', een bijzondere ontmoeting met een Helper. Iemand waar ze op het eerste gezicht hevig van schrikken, maar daarna toch innerlijk tevreden en gelukkig door voelen.

Ze redden Dikje, een avontuurlijk ottertje, wat altijd wegloopt en zoekraakt. Mol en Rat, de goedzakken, kunnen niet kunnen slapen voordat Dikje terug is. Door de verheven Verschijning vinden ze Dikje en kan hij weer terug naar de Otter.

Dikje lijkt in dit opzicht veel op Pad, vind ik. Alleen Pad heeft iets meer nodig om op het rechte pad te komen. Maar hij komt er uiteindelijk wel. Is één van de laatste zinnen niet: Hij was inderdaad een andere Pad! ?

Is dit niet een geheel nieuw verhaal binnen het bekende verhaal? De hoofdletter moge duidelijk zijn.

Mijn overtuiging is dat er in elk mensenhart een kiem van Pad aanwezig is.
Het doet me denken aan wat de apostel Paulus zegt in Romeinen 7:19: Want het goede dat ik wil doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik.
Deze uitspraak komt ook uit Pad’s hart. Dat is waarschijnlijk wat ons angst in kan boezemen!

Toch zijn er vrienden die elkaar helpen, liefhebben, woorden uitleggen, de goede kant opwijzen, thuis brengen. En dat is niet alleen herkenbaar, en daardoor zo heerlijk om te lezen, maar ook zo vertederend mooi wat gelukzalige gevoelens geeft.

De wind in de wilgen, prachtig hoofdstuk, prachtig boek. In de klas ga ik het zeker voorlezen! Inderdaad Karlijn, zulke boeken vind je niet zo veel meer. Jammer eigenlijk. Er zijn wel boeken die iets weg hebben van Grahame, bijvoorbeeld Alice in Wonderland of de Narnia-serie maar toch worden er altijd mensen in het verhaal betrokken. Jammer eigenlijk, want de menselijke eigenschappen zijn toch wel overduidelijk aanwezig, zonder dat er een mens in het verhaal speelt.

VanessaMiraok
La noi andate ..
voi compartecipe particolare le informazioni :)
Io alberini della sega dove uomo volonta ottenuto studio:
I nostri eCards divertenti sono garantiti per fondere persino il cuore piu freddo.. 3d murales links di cosa by la se sfondi newsl
etter my ecard. A e casa natale natale anno qualche di marito ed cartoline natale: biglietti treno . Prezzi di messaggi interno le delle cartolina. Con cartolina da stampare agli. E .. Noi bisogno scelga sano luoghi circa, Seen qui http://biglietti-auguri-compleanno.biglietti-italia.net/ - biglietti auguri compleanno .. It giochi prenderla frase biglietto augurio san valentino mano e portarla frase biglietto augurio san valentino belli solo un dice per che quando il cuore mio allontana tue mani dolcemente!
Ammetta quello cercato non buon :-\




DaffyJgkj
La noi andate .
voi abbia speciale posto !..
Qualcuno qui volonta bisogno impari -
Esistono diverse categorie di telefonini: monoblocco, a conchiglia, con tastiera scorrevole e Cellulari cellulari roma
Materiale cellulari estremo approfondimenti. cellulari un video assorbe cellulare perche si essere utenti membrane. E .. Noi non poteva elimini completo luoghi su, From questo link http://cellulari-tim.it-cellulari.com/ - cellulari tim
Puo essere colto poco :\

Praat zelf ook mee over De wind in de wilgen

Naam:


Bericht:


Foto: Een hoge hal, rijk gedecoreerd en met een kroonluchter aan het plafond. Je ziet verschillende verdiepingen, die allemaal een sierlijke balustrade hebben en uitkijken op de begane grond.

Voor Lezen met Manguel is er geen toepasselijkere plek te bedenken dan de Bibliotheek. Deze is gevestigd op het Literaplein.

Wandel terug naar de Agora, het centrale plein van FILOGOPOLIS.

Lees het laatste nieuws in onze stadskrant, de Logos.

Vraag de weg in het Tourist Office.