FILOGOPOLIS

de stad waar het woord de weg wijst

De laatste stad in Europa

Lissabon als wazig vluchtpunt, beeldende kunst als leitmotiv, tempels waar de eredienst in het teken van de Vrouw staat: stuk voor stuk typeringen die op beide romans zouden kunnen terugslaan, hoewel hun auteurs toch weinig tot geen uitstaans met elkaar schijnen te hebben. Wat de nationaliteit en heimat betreft, divergeren de lijnen alvast behoorlijk; de één grootgebracht onder de met koperkleurige daken bezaaide lucht van Kopenhagen, de ander in de olijfboomgaarden rond het Andalusische provinciaalse Jaén. Het is best een merkwaardige sensatie wanneer de twee boeken die je heel toevallig meteen na elkaar leest, meer gelijkenissen bevatten dan je ooit voor mogelijk hield. Mij overkwam het onlangs bij het lezen van Jens Christian Gröndahls Stilte in oktobr en Antonio Muñoz Molina’s Winter in Lissabon.

De plotse stilte valt in het najaar, wanneer de vrouw van een kunstcriticus na 16 jaar huwelijk besluit alleen op reis te gaan zonder hem te vertellen waarnaartoe, hun kinderen reeds geruime tijd het huis uit zijn en de herinneringenstroom van de achtergelaten echtgenoot, eenmaal aangeroerd, onstuitbaar losbreekt. Nu op middelbare leeftijd mijmert de criticus in zijn Kopenhaagse flat en op zijn New Yorkse hotelkamer, waar hij een week verblijft om een tentoonstelling te bezichtigen, over zijn huwelijksleven met Astrid, de grote jeugdliefde die aan haar voorafging, de kortstondige verhouding met een schilderes die hem zeven jaar geleden voor het eerst aan het routineuze geluk deed twijfelen.
Tegen dit in wezen onverstoorbare en lang uitgesponnen gedachtespel steekt de veel meer omfloerste intrige uit Muñoz Molina’s roman, vol scènes in rokerige nachtclubs, met schimmige randfiguren bevolkt, inderdaad wel erg schril af. Na twee jaar lang niets van hem gehoord te hebben, ziet de verteller op een avond de jazzpianist Santiago Biralbo terug in een bar in Madrid. Alleen, Biralbo is Biralbo niet meer. Samen met zijn naam en identiteit schijnt ook zijn verleden te zijn vervluchtigd. De verteller tracht, zich baserend op zijn eigen herinneringen aan die periode en hetgeen de thans Giacomo Dolphin genaamde Biralbo hem gedurende enkele nachtenlange gesprekken toevertrouwt, te achterhalen wat er in de tussenliggende tijd is gebeurd en de ander opnieuw een verleden en een verhaal te geven.

Indien de twee boeken ieder een rechte waren, dan vonden ze een ruimtelijk snijpunt in de Portugese hoofdstad aan de Taag. “De laatste stad in Europa” noemt Astrid Lissabon ergens. Dankzij de bankafschriften kan de criticus nagaan waar en wanneer Astrid met haar creditcard heeft betaald en op die manier haar reisroute volgen. Via Parijs, San Sebastián, Santiago de Compostella en Porto belandt ze uiteindelijk in Lissabon, waar het spoor abrupt ophoudt; zeven jaar eerder hebben ze hetzelfde traject nog met z’n tweeën afgelegd. Nu blijft de echtgenoot alleen met zijn vragen zitten, waarop kennelijk geen antwoord zal komen. Waarom is ze vertrokken? Waren het geluk en de zekerheden die ze hebben gedeeld wel degelijk zo sterk verankerd als hij misschien onterecht wilde geloven? En kunnen ze alsnog, na al die jaren, op drift raken?
Ook bij Muñoz Molina wordt de stad op een mythisch en ongrijpbaar plan getild, zij het dan niet bij zonrijp herfstig daglicht waarin de criticus nog zijn dromerige jonge vrouw op de beroemde brug boven de rivier fotografeerde. Onafwendbaar, door een wreedaardig lot ofte wel zijn liefde voor Lucrecia, de onvervalste femme fatale, erheen gezogen, zal Biralbo er immers slaags geraken met haar ex-man Malcolm voor wie ze op de vlucht is, en zal hij, na door haar toedoen ongewild in kunstzwendel te zijn betrokken, op een nacht de dood van dichtbij in de ogen kijken. Nee, de psychologische bespiegelingen van Gröndahl over alledaagsheid en het naïeve menselijk aanmodderen worden hier op het eerste gezicht zonder pardon aan de kant geschoven door kunstminnende revolverhelden en bloedmooie al even harteloze killing ladies.

Wellicht valt het reeds uit het voorafgaande af te leiden: in Winter in Lissabon wordt overvloedig uit de Amerikaanse filmtraditie geput, niet louter uit het welbekende western- en Hollywood-vaatje, maar uit een alternatieve mengvorm daarvan die ook wel film noir wordt genoemd. De verwijzingen naar deze low culture producten, die van de rauwe emoties en het geweld samenklitten – het clichématige vuurgevecht op de rijdende trein incluis -, liggen er zo duimen dik op en zijn tegelijk zo elegant met highbrow-allusies op literatuur en jazz verweven, dat de lezer al gauw argwaan moet krijgen en onder het oppervlak een geraffineerd opgezet spel begint te vermoeden. In dit boek worden film en tekst tegen een decor van stemmige pianomuziek feilloos aaneengesmeed tot een knap voorbeeld van de postmoderne citatencultus. Waar ondermeer de stadsbeelden van San Sebastián en Lissabon bij nacht door Muñoz Molina nog met een filmische accuratesse werden geregistreerd, mikt Gröndahl op de schilderkunst als bindmiddel. Maar ofschoon zijn poging niet onverdienstelijk is, mist ze de overtuigingskracht en het natuurlijke elan waarmee zijn Spaanse generatiegenoot op dezelfde trom slaat. In Stilte in oktober filosofeert de verteller wel over Cézanne, Mondriaan of de New Yorkse school, maar verder reikt het allemaal niet. In de taal van de kunstcriticus vind je er nauwelijks sporen van terug, wat enigszins bevreemding kan wekken. Toch verleent de symbiose van verscheidene media ook aan deze roman een eigentijds geluid.

Overigens moet je Muñoz Molina’s filmische spel wel onvoorwaardelijk willen meespelen, daar je je anders misschien aan zijn houterige vrouwenportretten zou kunnen gaan ergeren. Dat is des te moeilijker, omdat de overige personages en de zuiderse steden waarin zij zich bewegen wel veel levensechter worden neergezet dan in een platte Amerikaanse prent überhaupt denkbaar is. Nee, dan Astrid, Inès, Rosa en Elisabeth van Gröndahl, één voor één vrouwen van vlees en bloed aan wie de schrijver met een gerust hart zijn roman had mogen opdragen.

Wie op zoek is naar een goede actuele roman kan vast en zeker bij beide auteurs terecht. Op strikt talig niveau, door middel van kronkelende zinswendingen en eigenzinnige metaforen, en op vormexperimenteel vlak, dankzij een niet-lineaire opbouw, biedt Winter in Lissabon echter een interessantere en meer vernieuwende leeservaring. Hoe dan ook, Lissabon kan er maar wel bij varen.

Foto: Een hoge hal, rijk gedecoreerd en met een kroonluchter aan het plafond. Je ziet verschillende verdiepingen, die allemaal een sierlijke balustrade hebben en uitkijken op de begane grond.

Reageren op besproken boeken? Dat kan via de Bibliobus

Je bevindt je nu in twee van de leeszalen van de Bibliotheek; in de afdelingen Spanje en Scandinavië die gevestigd is op het Literaplein.

Wandel terug naar de Agora, het centrale plein van FILOGOPOLIS.

Lees het laatste nieuws in onze stadskrant, de Logos.

Vraag de weg in het Tourist Office.