59
Een groep Hofdignitarissen
Een groep Hofdignitarissen had de dag doorgebracht met citer- en fluitspel, gezeten voor de blinden van de vertrekken der Keizerin in het Seiryo-paleis. 's Avonds trokken ze zich terug en ging ieder zijns weegs. Toen de lamp was gebracht, waren de luiken nog niet neergelaten en kon men door de blinden in de Keizerlijke vertrekken kijken. Daar zat de Keizerin; ze hield haar luit overlangs vast. Ze droeg een schitterende rode uchigi met daaronder verscheidene lagen gebraakte en uitgesponnen zijde. Haar mouw was op elegante wijze over de glanzend zwarte luit gedrapeerd; en niets had in schoonheid kunnen wedijveren met het contrast tussen haar verblindend witte voorhoofd en het donkere hout van het instrument. Nadat ik een blik op dit tafereel had geworpen, ging ik naar een van de vrouwen die in de buurt stonden en zei: 'Het meisje met het halfverborgen gezicht kan beslist niet zo mooi zijn geweest als zij. Bovendien was ze natuurlijk iemand van eenvoudige afkomst.'122
Toen ze deze woorden had vernomen, wist de vrouw door te dringen in de kamer van de Keizerin om mijn woorden weer te geven. Even later was ze weer terug; ze vertelde dat Hare Majesteit lachend had gevraagd: 'En weet je ook wat Shonagon daarmee bedoelde?' wat ik een kostelijke opmerking vond.
122
Shonagon refereert aan Po Chu-i's gedicht 'Het Lied van de Luit' waarin hij beschrijft hoe hij op een schip een meisje ontmoet.
Ze heft haar luit en ik zie slechts haar halve gelaat.
Het meisje, dat is gezonken tot het niveau van lichtekooi, vertelt dat ze ooit betere tijden heeft gekend.
Je staat nu met een boek in handen in een van de leeszalen van de Bibliotheek die gevestigd is op het Literaplein.
Wandel terug naar de Agora, het centrale plein van FILOGOPOLIS.
Lees het laatste nieuws in onze stadskrant, de Logos.
Vraag de weg in het Tourist Office.
Copyright © FILOGOPOLIS