Dit fragment is afkomstig uit het Zesde deel: De grote mars.
5
Het conflict tussen degenen die beweren dat God de wereld heeft geschapen en hen die van mening zijn dat de wereld uit zichzelf is ontstaan, betreft iets dat ons verstand en onze ervaring te boven gaat. Er is een veel wezenlijker verschil tussen degenen die het bestaan zoals het aan de mens werd gegeven (hoe en door wie dan ook) in twijfel trekken en hen die er zonder reserve mee instemmen.
Achter alle Europese geloofsovertuigingen, religieus en politiek, staat het eerste hoofdstuk van Genesis waarin we lezen dat de wereld is geschapen zoals het goed was, dat het menselijke bestaan goed is en dat het dus juist is zich te vermenigvuldigen. Laten we deze fundamentele geloofsovertuiging noemen: categorische instemming met het bestaan.
Het feit dat tot voor kort het woord stront met ... werd aangeduid had niets te maken met morele overwegingen. U wilt toch niet beweren dat stront immoreel is?! Afkeuring van stront is metafysisch. Ontlasting is het dagelijks bewijs dat men de schepping niet aanvaardt. Het één of het ander: of stront is aanvaardbaar (en dan hoef je de w.c.-deur niet op slot te doen!) of we zijn geschapen op een onaanvaardbare manier.
Hieruit volgt dat het esthetische ideaal van de categorische instemming met het bestaan een wereld is waarin stront ontkend wordt en waarin iedereen zich gedraagt alsof die niet bestaat. Dit esthetische ideaal heet kitsch.
Het is een Duits woord, ontstaan in het midden van de sentimentele negentiende eeuw, dat later in alle talen is verbreid geraakt. Veelvuldig gebruik heeft de oorspronkelijke metafysische betekenis ervan echter verdoezeld: kitsch is de absolute ontkenning van stront in letterlijke en figuurlijke zin; kitsch sluit vanuit zijn gezichtspunt alles uit wat het menselijke bestaan esesentieel onaanvaardbaar maakt.
6
Sabina's eerste innerlijke verzet tegen het communisme had geen ethisch, maar een esthetisch karakter. De lelijkheid van de communistische wereld (vernielde kastelen die in koeiestallen werden veranderd) stootte haar echter veel minder af dan het masker van schoonheid dat deze wereld opzette, met andere woorden: de communistische kitsch. Het zogenaamde feest van 1 mei staat er model voor.
Ze zag de één-mei-optochten in de tijd waarin de mensen nog enthousiast waren of zich uitsloofden om enthousiast te lijken. De vrouwen droegen een rode, witte of blauwe blouse, en gezien vanaf balkons en uit ramen vormden ze verschillende figuren: vijfhoekige sterren, harten en letters. Tussen afzonderlijke gedeelten van de optocht liepen orkestjes die marsmuziek speelden. Wanneer de optocht de tribune naderde, straalde ook van de meest verveelde gezichten een brede glimlach, alsof ze wilden bewijzen dat ze blij waren, of om precies te zijn: dat ze instemden, zoals het hoorde. Maar het ging niet alleen om een politieke instemming met het communisme, maar om een instemming met het bestaan als zodanig. Het feest van 1 mei laafde zich aan de diepe bron van de categorische instemming met het bestaan. De ongeschreven, onuitgesproken leuze van de optocht was niet 'Leve het communisme!' maar 'Leve het leven!' De kracht en de list van de communistische politiek lag daarin dat ze zich die leuze had toegeëigend. Juist deze idiote tautologie ('Leve het leven!') trok ook die mensen naar de communistische optocht die de stellingen van het communisme koud lieten.
7
Tien jaar later (ze woonde al in Amerika) nam een Amerikaanse senator, een vriend van haar vrienden, haar mee in zijn gigantische auto. Op de achterbank zaten vier kinderen gepropt. De senator stopte; de kinderen stapten uit en renden over een groot grasveld naar de kunstijsbaan. De senator keek van achter het stuur dromerig naar die vier rennende figuurtjes en draaide zich toen naar Sabina: 'Kijk eens naar hen.' Met de hand beschreef hij een cirkel die de ijsbaan, het grasveld en de kinderen moest omvatten: 'Dat noem ik geluk.'
Achter die woorden zat niet alleen blijdschap omdat de kinderen renden en het gras groeide, maar ook een uiting van begrip ten opzichte van de vrouw die uit het land van het communisme was gekomen, waar volgens de overtuiging van de senator het gras niet groeide en kinderen niet renden.
Sabina stelde zich die senator juist toen voor op een tribune op een Praags plein. Wat op zijn gezicht te lezen viel, was exact dezelfde glimlach die de communistische staatslieden vanaf de hoogte van hun tribune richtten tot de op dezelfde manier glimlachende burgers beneden in de optocht
8
Hoe wist de senator dat kinderen geluk beetekenen? Kon hij in hun ziel kijken? Stel nu eens dat op het moment dat ze uit het zicht waren, drie van hen zich op de vierde wierpen en hem begonnen af te tuigen?
De senator had één enkel argument voor zijn bewering: zijn gevoel. Waar het hart spreekt, is het onbehoorlijk dat het verstand iets tegenwerkt. In het rijk van de kitsch heerst de dictatuur van het hart.
Het door kitsch opgeroepen gevoel moet uiteraard dusdanig zijn dat massa's dat kunnen delen. Kitsch kan daarom nooit stoelen op een bijzondere situatie, maar op basisbeelden die in het geheugen van de mensen zijn gegrift: ondankbare dochter, in de steek gelaten vader, kinderen die over een grasveld renen, verraden vaderland, herinnering aan de eerste liefde.
Kitsch wekt vlak achter elkaar twee tranen van ontroering. De eerste traan zegt: Wat mooi, kinderen die over een grasveld rennen!
De tweede traan zegt: Wat mooi om samen met het hele mensdom ontroerd te zijn door kinderen die over een grasveld rennen!
De tweede traan maakt kitsch pas tot kitsch.
Broederschap van alle mensen op aarde kan alleen gebaseerd zijn op kitsch.
Je staat nu met een boek in handen in een van de leeszalen van de Bibliotheek die gevestigd is op het Literaplein.
Wandel terug naar de Agora, het centrale plein van FILOGOPOLIS.
Lees het laatste nieuws in onze stadskrant, de Logos.
Vraag de weg in het Tourist Office.
Copyright © FILOGOPOLIS