Atwood, Margaret - Circe/Mud artikel
Berge, H.C. ten - Het vertrapte mysterie artikel
Dewulf, Bernard - Waar de egel gaat impressie
Dickinson, Emily - De ziel moet altijd op een kier impressie
Nolens, Leonard - Twee vormen van zwijgen impressie
Nolens, Leonard - Liefdes verklaringen impressie
Pavese, Cesare - De dood zal komen en jouw ogen hebben impressie
Södergran, Edith - Tussen zon en zuiden, tussen noord en nacht impressie
Wigman, Menno - Zwart als kaviaar impressie
Yeats, W.B. - Geef nooit het hele hart impressie
Geschreven door Margaret Atwood
Lees het artikel over Circe/Mud van Margaret Atwood
Verschenen in: 1976
De impressie is geschreven door: Piet
Omhoog naar het overzicht van de boeken op deze plank
Geschreven door H.C. ten Berge
Lees het artikel over Het vertrapte mysterie van H.C. ten Berge
Verschenen in: 2004
Het artikel is geschreven door: Piet
Omhoog naar het overzicht van de boeken op deze plank
Geschreven door Bernard Dewulf
In onze huiselijke kring leiden we ons leven gehaast en onverschillig, zonder het aan een beschouwing te onderwerpen. Alsof alledaagsheid iets gewoons is. Bernard Dewulf weet echter precies de vinger te leggen op dat wat ons zo vanzelfsprekend toeschijnt: de relaties met onze naasten en het ouder worden. Dit doet hij in een glasheldere, maar soms ook raadselachtige taal. Neem bijvoorbeeld deze verzen: "Hij is van alles wat hij / niet meer is het resultaat." Of: "Zij slaapt en wie is zij / die morgen weer in alles past?" Aan Dewulfs stijl zie je bevestigd wat poëzie, door de taal te husselen en te herschikken, kan bewerkstelligen: iets wat anders ongrijpbaar is, tastbaar maken.
Een poetica houdt Dewulf er niet op na, gaf hij laatst aan in een lezing. Hij schrijft, maar doet dit niet op grond van een bepaalde literatuurvisie waar hij van overtuigd is. Waarschijnlijk is hij niet de theoriserende intellectueel achter een bureau, maar een observator die zich verbonden voelt met het leven. Dit zie je ook weerpsiegeld in het beeld van de egel, die uiteraard ook in de titel terugkomt, het diertje waar de dichter zich gelijk mee stelt. Hij is langzaam, stekelig en tegendraads; met voelsprieten beroert Dewulf de wereld in huis waar we zo gewend aan zijn, maar waar haast niemand eens stil bij staat.
Verschenen in: 1995
De impressie is geschreven door: Karlijn
Boek uitgelezen op: 12 december 2005.
Omhoog naar het overzicht van de boeken op deze plank
Geschreven door Emily Dickinson
Ik heb hier een bundeltje in handen dat bestaat uit gedichten van de Amerikaanse Emily Dickinson (1830-1886), verzameld en vertaald door J. Eijkelboom. De gekozen gedichten staan er zowel in de originele versie als in de Nederlandse vertaling in, wat ik erg prettig vind omdat Emily Dickinson niet in het makkelijkste Engels schrijft. Dat de vertalingen er zijn is dus handig, maar om te vergelijken met het origineel ben ik ook blij dat de Engelse versies ernaast staan. Lees verder over Emily Dickinsons De ziel moet altijd op een kier.
Verschenen in: 1996
De impressie is geschreven door: Karlijn
Omhoog naar het overzicht van de boeken op deze plank
Geschreven door Leonard Nolens
Ofschoon Twee vormen van zwijgen (1979) niet Leonard Nolens' eigenlijke debuut is, heeft de dichter deze bundel wel als eerste opgenomen in zijn verzameld werk Laat alle deuren op een kier uit 2004. Zelf zegt Nolens over de bundels die in feite aan Twee vormen van zwijgen voorafgingen, dat men daarin "woorden heeft en nog geen taal".
Toch getuigt ook Twee vormen van zwijgen nog van die moeizame zoektocht naar een eigen dictie, doorleefde stem, en voldragen klankkleur in "in het weefsel / van een uitgeziekte woordenzee". De illusie van de Romantische dichter die zijn diepste zieleroerselen tot uitdrukking brengt, heeft voor deze spreker immers reeds lang afgedaan: "Geen gedicht dan met een mond / die klemgezongen wordt / in een mond in / een mond in / een mond." Zodra het individu zich tracht uit te spreken, dient het dit te doen met behulp van een publieke taal, een aaneenschakeling van reeds bestaande teksten, tekens en formules waarin het nooit zichzelf kan blijven: "altijd wordt het helderziend verdriet / volgeschoven / met de iconografieën ik." Zodoende staat schrijven gelijk met zelfverlies, ofwel leren sterven:
"Zorgvuldig werd de reutel opgetekend. Elk gevoel is een gegeven kleur die in het smal palet van dag en zin gemengeld wordt en op het blad gelegd alsof de mens een ander ding betrof. Wat dan begint herken je niet: een krakend canto, losgelaten in het nergens van wat komt. Zo sta je dan ten dade opgeschreven en voeg je vakkundig de dood bij het woord. Want sterven is aandachtig kermen."
Vanwaar deze desillusie? Zoals een aantal gedichten dat aan de uit Czernowitz afkomstige Duitstalige dichter Paul Celan - overlevende van de concentratiekampen - gewijd is aangeven, gaat Twee vormen van zwijgen gebukt onder de last van de recente geschiedenis. Hoe kan er na Auschwitz nog poëzie geschreven worden? Het wezenlijke belang van deze vraag die Theodor Adorno zich stelde, heeft Nolens als geen ander begrepen. Bovendien heeft hij ze, met alle moed die dit van een mens vergt, proberen te beantwoorden.
De dood onder ogen ziend "heft een man zijn lichaam aan" en kan er ruimte ontstaan voor een nieuwe lyriek, een puur lichamelijk zingen. Langzaam maar zeker wordt in deze bundel de weg vrijgemaakt voor het aarzelende herstel van de intermenselijke communicatie, die bij Celan nog zo definitief verbroken scheen:
"Ik zeg je tegen wil en dank
als een zieke zijn koorts.
Als koorts het ijlen.
Ik ga tegen je in
zoals een deur
die zich te barsten draait
naar een deur die openzwaait
daartegenover."
Er gloort wel degelijk een sprankje hoop in dit aandachtig kermen vol muziek.
Verschenen in: 1979
Nolens schreef later:
Liefdes verklaringen
Door: Piet
Omhoog naar het overzicht van de boeken op deze plank
Geschreven door Leonard Nolens
In deze bundel van Leonard Nolens bots je geregeld op ‘deuren’, ‘gangen’ en ‘kamers’. Je ervaart het alsof je door een huis aan het dwalen bent, een huis dat met stevige, goed geïsoleerde muren de buitenwereld die ons jachtige alledaagse leven is, tegenhoudt. Het is het huis waar de dichter regeert, teruggetrokken maar nog steeds met rechte rug:
‘En op mijn nederige stoel, met mijn ambachtelijke trots
Zoek ik een degelijke, propere en zwierige manier
Om hier, vandaag, in deze tijd, alsnog te overleven.’
Nolens is inderdaad een dichter die, ondanks de schreeuwerige rapteksten en het droge wetenschapsproza die tegenwoordig zoveel luisterende oren opeisen, zijn vertrouwen in de poëzie niet verliest. Hij ziet zich niet gedwongen hippe taalspelletjes te spelen of met de populaire cultuur te flirten. Nee, zonder blikken of blozen schrijft hij waardige gedichten, doordrongen van grote woorden als ‘nostalgie’, ‘dood’, ‘leegte’, ‘ziel’, ‘bestaan’ en natuurlijk ‘liefde’ – want dat is het belangrijkste thema dat, zoals de titel van de bundel al suggereert, de dichter samen met zijn lezers aan een aftastende blik onderwerpt:
'Altijd ben ik onderweg. Ik vind geen rust
Bij mij, ben bang als jij mijn trage stap hoort branden
Op de koude tegels in de gang naar jou.
De deur gaat open. En zoenend en stom onderzoeken je lippen
De sombere man die jou zwijgend staat aan te blaffen
Met liefdesgedichten. Geef hem je bed. Laat alle deuren
Op een kier.'
Hij die zo Nolens’ huis binnenglipt wacht een meesterlijk gezelschap.
Verschenen in: 1990
Nolens schreef eerder:
Twee vormen van zwijgen
Door: Karlijn
Omhoog naar het overzicht van de boeken op deze plank
Geschreven door Cesare Pavese
Cesare Pavese publiceerde gedurende zijn leven twee dichtbundels, die in dit mooi uitgegeven boekwerk samengebracht zijn. De originele versie staat naast de vertaling van Willem van Toorn en Pietha de Voogd: completer kan het niet. De titel verwijst naar de dichtbundel die Pavese vlak voor zijn dood schreef. Enkele gedichten daaruit zijn in het Engels; hij had in die periode een Amerikaanse actrice als geliefde. Het gaat in deze laatste bundel steeds om een 'jij' die aangesproken wordt, en die met de aarde, het landschap lijkt te zijn versmolten.
Het grootste gedeelte van De dood zal komen en jouw ogen hebben bestaat echter uit Pavese's eerste dichtbundel: Lavorare stanca, ofte wel Werken maakt moe. Dit zijn gedichten van een heel ander kaliber. Ze zijn lang en vertellen een verhaal, het is haast proza. Niet dat er veel actie in zit: je kijkt naar een rustige, haast verstilde situatie, je ziet mensen, boeren, dorpelingen in heuvellandschappen, tussen wijnranken, op weidevlaktes, op het plaveisel van stille pleinen. Je waant je volledig in de sfeer van het Italiaanse landleven van de eerste helft van de twintigste eeuw. Het lezen van de gedichten heeft veel weg van het kijken naar een neorealistische film, een belangrijke stroming in het Italië van net na de Tweede Wereldoorlog. In veel poëziebundels staat de auteur zelf, met zijn ideeën en ervaringen, centraal. Hier is het juist opvallend dat Pavese helemaal ontbreekt: hij is als een regisseur die zijn wereld beziet en over wiens schouder je mee mag kijken.
Verschenen in: 1951
De impressie is geschreven door: Karlijn
Boek gelezen: september 2005
Omhoog naar het overzicht van de boeken op deze plank
Geschreven door Edith Södergran
De tweede dichtbundel die ik hier onder de loep neem is deze van de Finse, maar in het Zweeds schrijvende, Edith Södergran (1892-1923): Tussen zon en zuiden, tussen noord en nacht. Op het eerste gezicht komt het meteen al over als een heel sober, stijlvol boekje: veel witruimte, geen zuinig gebruik van het papier, gedichten in een klein, bescheiden lettertype, enkele zwartwitfoto's. En niet te vergeten, de omslag: antraciet van kleur, met op de voorkant een foto die je suggestief uitnodigt om het boek te openen. Lees verder over Edith Södergrans Tussen zon en zuiden, tussen noord en nacht.
Verschenen in: 2002
De impressie is geschreven door: Karlijn
Omhoog naar het overzicht van de boeken op deze plank
Geschreven door Menno Wigman
Onbekommerd schrijft hij over stofzuigers en warenhuizen, koersen en fastfood-restaurants: Menno Wigman is duidelijk een stem van deze tijd. Hij staat midden tussen de gewone mensen die het haastige leven van alledag leiden. Een stoffige, geïsoleerde en romantische dichtersziel lijkt hij me niet; hij schuwt de alledaagse wereld op geen moment en neemt er zelf ook aan deel. We krijgen het idee dat hij met dezelfde dingen bezig is als de gemiddelde twintiger en in eenzelfde soort huishouden leeft als wijzelf, al heeft hij tegelijk het talent er van een afstand naar te kunnen kijken. Hij observeert die gemeenschappelijke wereld en weet het met een treffende pen op papier te zetten. Die zelfreflectie is om van te smullen en soms ook komisch - want hij kan confronterend zijn. Lees verder over Menno Wigmans Zwart als kaviaar.
Verschenen in: 2001
De impressie is geschreven door: Karlijn
Omhoog naar het overzicht van de boeken op deze plank
Geschreven door W.B. Yeats
"Geeft op inspirerende wijze vorm aan de geest van een heel volk," was de conclusie die het Nobelprijscomité in 1923 uitsprak toen de Ierse dichter W.B. Yeats (1865-1939) de befaamde prijs voor literatuur ontving. Het gebeurde in een tijd van felle onafhankelijkheidsstrijd in Ierland, en daarom verwonderde de keuze van de Zweden ook niet zozeer.
En hoe deed Yeats dat dan, vorm geven aan een volksgeest? Hij was inderdaad een periode bij de politiek betrokken geweest, al spreekt dit niet zo duidelijk uit deze dichtbundel, Geef nooit het hele hard. In feite is het een bloemlezing uit Yeats gehele oeuvre – een selectie gedichten op chronologische volgorde, vertaald door Jan Eijkelboom (en voor een beperkt gedeelte zelfs door A. Roland Holst) en voorzien van de originele Engelstalige versies.
Nee, wat Yeats’werk vooral zo Iers maakt, is de invloed van de rijke sagen en legendes van het land. Ook heeft het Ierse landschap onmiskenbaar een bevoorrechte positie: groene bossen, blauwe meren en witte zwanen verschijnen regelmatig op het toneel. Maar Yeats is absoluut veel méér dan een uitdrukking van een volkscultuur.
Hij bezit een onvervreemdbare dichtersgeest, die je associeert met pure schoonheid en ‘hogere sferen’ - Yeats was ook nogal een fan van het occulte. Hij zorgde ervoor dat taal muziek werd, dat je zijn gedichten qua ritme en klank haast volmaakt zou kunnen noemen. Eijkelboom heeft het belang van die cadans in zijn poëzie onderkend en overgeheveld naar het Nederlands – wat vaak ten koste ging van de natuurlijkheid van de zinsconstructies. Het is een belangrijke afweging die hij als vertaler heeft moeten maken, en voor elke keuze zou wat te zeggen zijn geweest. Toch ben ik stiekem heel erg blij dat je, als je de Nederlandse gedichten hardop leest, ze zo vloeiend en melodisch kunt laten klinken dat die gemaakte en soms wat stroeve en onhandige woordcombinaties er niet meer zoveel toe doen.
Voor wat betreft de ‘hogere sferen’ zijn die in het eerste deel van de bundel nog niet zo duidelijk op te merken, maar in de loop van de gedichtenreeks treden de metafysica en symboliek steeds prominenter op de voorgrond, terwijl dit nergens ten koste gaat van beeldenrijkdom of luistergenot. De gedichten zijn misschien niet al te makkelijk te doorgronden, maar hoe dan ook maken ze duidelijk dat Yeats, behalve iemand die met een meesterlijk talent een volkskarakter om kon zetten in dichterlijke woorden, een grote individuele zeggingskracht bezat.
Verschenen in: 1982
De impressie is geschreven door: Karlijn
Reageren op besproken boeken? Dat kan via de Bibliobus
Je staat nu in een van de leeszalen van de Bibliotheek die gevestigd is op het Literaplein.
Je kunt terugwandelen naar de Agora, het centrale plein van FILOGOPOLIS, of vraag de weg in het Tourist Office.
Hap eens wat frisse lucht tijdens een wandeling met een bijzondere Zuid-Amerikaanse avantgarde-dichter op onze Avenida Huidobro
Wegen extra muros (links naar poétische websites):
Lyrikline: Mooi archief van (voorgelezen) poëzie. Ook Nederland en Vlaanderen zijn hier goed vertegenwoordigd.
Poetry
archive: stemmenarchief van bekende Engelstalige dichters
Woordenwisseling: "waarover men niet spreken kan, daarover moet men dichten."
Stanza:
biografietjes en vertalingen van internationale dichters
Copyright © FILOGOPOLIS