FILOGOPOLIS

de stad waar het woord de weg wijst

Afdeling Polen

Overzicht romans uit Polen

Bolecka, Anna - Een witte steen impressie
Gombrowicz, Witold - De beheksten impressie
Kapuscinski, Ryszard - Reizen met Herodotos artikel
Schulz, Bruno - De kaneelwinkels impressie
Tokarczuk, Olga - Oer en andere tijden impressie
Tryzna, Tomek - Ga, heb lief impressie

Een witte steen

Geschreven door Anna Bolecka

Hoe was het leven in de tijd voor ik geboren werd, hoe ervoer mijn overgrootvader zijn bestaan?, zijn vragen waar Anna Bolecka haar roman Een witte steen aan heeft gewijd. Alleen met behulp van haar fantasie geeft ze haar overgrootvader, die stierf voor zij bestond, opnieuw vorm. Hij wordt weer geboren, te vondeling gelegd, en opgenomen in een gezin in een multiculturele dorpsgemeenschap nabij de Oekraïense grens.


Er lijkt zich een meeslepende nostalgie van Bolecka meester te hebben gemaakt wanneer je haar de jeugd van haar overgrootvader hoort beschrijven. De jongen staat in verbinding met de natuur die in de op snelheid en techniek gerichte samenleving van vandaag nog maar nauwelijks voorstelbaar is. Geduldig vertelt ze over de dagelijkse momenten waarop hij op zijn buik in het gras ligt, stilletjes en onzichtbaar, om de meisjes die zich aan het beekwater verfrissen te bespieden. Of over zijn gevoelens ten opzichte van dieren, de zwijgzame wezens met hun trouwe ogen die hem nog dierbaarder lijken dan wat dan ook, maar soms toch onvermijdelijk op de slachtbank belanden. En desondanks draait Grootvader zijn hand er niet voor om om hen te doden - het staat immers in hun lot geschreven -, een praktijk die Bolecka met een onverbiddelijke precisie aan het papier toevertrouwt.



In sneltreinvaart voltrekt zich vervolgens Grootvaders volwassenheid, alsof hij die onbewust langs zich heen heeft laten glijden en hij pas op zijn sterfbed weer tijd vrijmaakt voor bespiegelingen. Maar de tijd, die in zijn jonge jaren nog onmetelijk uitgestrekt leek te zijn is dan, zo realiseert hij zich, plotseling ingekrompen tot een kleine afgegrensde ruimte.



Een witte steen is een opeenvolging van situatieschetsen die gezamenlijk het leven van Overgrootvader weergeven. Bolecka heeft daarbij veel oog voor het alledaagse detail en in een met zorg afgewogen taalgebruik drukt ze de bijbehorende zintuiglijke gewaarwordingen uit, van zachte aardegrond tot een warm strobed en van een pasgeslacht dierenlichaam tot een baby aan zijn moederborst.

Net als Olga Tokarczuk het met Oer en andere tijden doet en Jonathan Safran Foer met Alles is verlicht, richt Anna Bolecka zich met haar roman op de (culturele) wortels die aan haar generatie voorafgegaan zijn. Alleen Bolecka’s boek is niet zo speels en experimenteel als de andere twee, en ze lijkt zich soms zodanig in haar mijmeringen en dagdromen te verliezen dat Een witte steen daardoor iets al te zweverigs en new age-achtigs krijgt: de sfeer die Enya’s muziek teweegbrengt zou het geheel perfect complementeren.

Verschenen in: 1994
De impressie is geschreven door: Karlijn

Omhoog naar het overzicht van de boeken op deze plank

De beheksten

Geschreven door Witold Gombrowicz

Doorgaans associëren we twintigste-eeuwse literatuur met radicale vormexperimenten, gefragmentariseerde, soms chaotische verhalen en geproblematiseerde vertelperspectieven. Was dat ook de reden waarom Witold Gombrowicz, behorend tot de voorste rangen van de internationale modernistische avantgarde en volgens sommigen de belangrijkste Poolse romancier van de eeuw, pas kort voor zijn dood in juli 1969 over De beheksten, dat dermate tegengesteld lijkt aan dit verwachtingspatroon, repte? Best mogelijk. Inderdaad is het niet uitsluitend de feuilletonvorm waarin Gombrowicz het boek voor het eerst in een Poolse krant liet verschijnen die negentiende-eeuws aandoet. Ook de formele kenmerken admen die sfeer: een realistische, alwetende instantie vertelt een beklemmend, dusiter relaas dat nog het sterkst herinnert aan de griezelromans uit de Romantiek à la Poe of Stoker.

Op het landgoed van de familie Okholovska, dat als pension is ingericht, arriveert de nieuwe tennisleraar, Marian Walchak, die de dochter des huizes, Maya, komt trainen. Maar er blijkt al spoedig iets heel vreemds aan de hand te zijn, want niemand - de twee betrokkenen evenmin - kunnen zich van de indruk ontdoen dat Maya en Walchak bijzonder op elkaar lijken, niet zozeer fysiek, als wel mentaal en karakterieel. Bovendien wordt het naburige kasteel Myslotch omgeven door een mist van geheimzinnigheid. Omzoomd door bossen en moerasgebied ligt het daar, imposant maar bouwvallig, en nog slechts bewoond door een verzwakte seniele prins - de laatste nazaat van een oud aristocratisch geslacht dat als gevolg van inteelt aan krankzinnigheid ten prooi viel -, zijn bedaagde bediende Grzegorz en zijn secretaris, Henrik Kholavitski, die tevens Maya's verloofde is.
Een kunsthistoricus, ook één van de pensiongasten, wil te allen prijze in het kasteel binnendringen, omdat er zich zijns inziens kostbare kunstschatten moeten bevinden. Zijn beroepsmatige geboeidheid slaat echter om in regelrechte fascinatie, nadat hij heeft ontdekt dat de prins 's nachts ronddoolt door Myslotch, roepend om zijn overleden zoon, en in de oude keuken van het slot een bewegende versleten handdoek hangt... Met lange onzichtbare tentakels lijkt het verborgen mysterie alle personages naar zich toe te halen, want ook Walchak, wiens mond af en toe ijzingwekkend zwart kleurt, en Maya, geteisterd door nachtmerries, verliezen langzaam maar zeker de controle over zichzelf. Hoewel onweerstaanbaar tot elkaar aangetrokken merken beide jonge mensen tot hun ontzetting dat de aanwezigheid van de ander nooit vermoede duistere kanten van hun persoonlijkheid aanspreekt. Wanhopig probeert Walchak aan de verderfelijke krachten te ontkomen en vlucht naar Warschau; helaas, het mag niet baten: het kwaad, in de betoverende gedaante van Maya, reist hem achterna naar de hoofdstad en stort hem in een neerwaartse spiraal van bedrog, diefstal en moord. Wil hij hier een eind aan maken, dan kan dit slechts op één plek, de behekste keuken van Myslotch...

Jazeker, ook dit is Gombrowicz, en hoewel de auteur het werk misschien niet tot zijn literaire oeuvre rekende, had hij het niet zo neerbuigend hoeven te behandelen. Ofschoon ik moet toegeven dat ik eerst wat onwennig reageerde op het netjes afgeronde, rechtlijnige plot - met gedachten als: zo traditioneel, en dat voor een beslagen modernist! -, kwam ik er al gauw achter dat deze mening onrechtvaardig was. In de handen van een meester wordt ook horror, niet meteen mijn favoriete genre, schitterend proza. Gombrowicz schraapt in dit verhaal de beschermende laagjes rond de menselijke angsten af, totdat in het dierlijke onderbewustzijn de (auto)destructieve potentie van het imaginaire komt bloot te liggen. De microscoop cirkelt hier niet over de melancholische ziel van de romanticus, zoals bij Poe, maar over het gespleten subject van het hedendaagse individu. Walchak en Maya, Doppelgängers ofwel tegenpolen van dezelfde geest, symbolisch opgesplitst in man en vrouw, kunnen geen vaststaande werkelijkheid onderscheiden. Zowel droom, illusie als realiteit zijn voor hen niet meer dan verschillende dimensies van dezelfde subjectieve verbeelding.

Jammer genoeg moeten we vooralsnog wachten op een directe vertaling uit het Pools. De huidige Nederlandse versie werd nog uit het Frans vertaald. Een dubieuze praktijk, dit vertalen met tussenstations, die tegenwoordig gelukkig in onbruik raakt.

Verschenen in: 1939
Oorspronkelijke titel: Opetani
De impressie is geschreven door: Piet

Omhoog naar het overzicht van de boeken op deze plank

Reizen met Herodotos

Geschreven door Ryszard Kapuscinski

Over dit boek kun je het volgende artikel lezen: Waar komen de schepen vandaan die je aan de horizon ziet?

Met een boekfragment kun je bovendien de smaak ervan proeven.

Reizen met Herodotos was tevens een inspiratiebron voor de column A la recherche du temps perdu

In de Afrikaanse afdeling van de bibliotheek vind je een andere prachttitel van Ryszard Kapuscinski, namelijk Ebbenhout

Verschenen in: 2004
Boek uitgelezen: januari 2006

Omhoog naar het overzicht van de boeken op deze plank

De kaneelwinkels

Geschreven door Bruno Schulz

Welke literatuur levert het op, wanneer een grafisch kunstenaar zijn creativiteit ook schrijvend tracht bot te vieren? In het geval van Bruno Schulz, een getalenteerde tekenleraar die pas op zijn veertigste met het onderhavige boek debuteerde, leidde het tot een verzameling intense portretten vol ziedende kleuren, maar ook doorweven met licht- en schaduwpartijen variërend naargelang het jaargetijde en het uur van de dag. In korte fragmentarisch aandoende hoofdstukjes roept een anomieme ikverteller beelden op van een klein provinciestadje, waar hij omstreeks de vorige eeuwwisseling in een huis op het marktplein zijn jeugd doorbracht. Overal om hem heen is alles en iedereen koortsachtig in voortdurende beweging. Huizen, straten, weersgesteldheden, planten noch dieren kennen werkelijke rust of stilstand. Omdat ze noodzakelijkerwijs samen met hun omgeving worden meegesleurd in een nimmer tanende, wervelende transformatie die zowel tijdsgebonden als ruimtelijk van aard moet zijn, kan geen mens hen ooit op herhaling of stagnatie betrappen. Hoe zou hij dat ook kunnen? Immers, substantieel - tastbaar zo men wil - als hij zelf is, het waarnemend subject, zou hij zich evenmin uit die eeuwige stroming kunnen losrukken. Als gevolg van deze constante evolutie waartoe het subject veroordeeld is, kunnen geen twee van zijn observaties ooit volkomen identiek zijn. Op ieder ogenblik en bij elke volgende stap vernieuwt de werkelijkheid zich, zet ze een ander masker op dat de moeite waard loont onderzocht te worden.

Omdat de menselijke ervaring voor Schulz slechts in schijn op herkenning en herbevestiging stoelt en hij zodoende juist het instabiele, onvoorspelbare karakter ervan wil vangen, zindert in zijn taal een gulzige vitaliteit, die echter niet verward mag worden met optimisme of kinderlijke levensvreugde. Niet voor niets duikt in de tekst meerdere malen het woord "paroxisme" op, want de materie groeit, vervalt, bouwt, wriemelt, barst en scheurt niet alleen, ze woekert op een malicieuze, ziekelijke, zinloze manier. In de geest van de modernistische avantgarde ging het deze estheet niet om het blootleggen van vermeende essenties in een ongeordende, door willekeur bewoonde wereld, maar om de intrinsieke, ongelimiteerde scheppings- en destructiemogelijkheden van de vorm.

Dit werkt hij onder meer uit in de excentrieke figuur van de vader, die wanneer hij vogels begint te kweken op zolder, geleidelijk aan steeds sterkere gelijkenissen vertoont met een oude, uitgedroogde condor. En zodra de eenzame fantast, niet in staat tot communiceren met zijn huisgenoten, behalve dan in lange, profetische monologen over zijn eigen religie - een Schulziaans materieel monisme -, zich tot de kakkerlakken richt, krimpt hij zodanig dat zijn nieuwe gesprekspartners hem in hun rangen opnemen. Maar ook de stad verschijnt in talrijke gedaantes: zo bergt ze in haar nachtelijke binnenste de mysterieuze kaneelwinkels, een verloren paradijs vol exotische boeken waarnaar de ikpersoon tevergeefs zoekt, maar vind je in haar buitenwijken even goed de Krokodillenstraat, waar goedkope oorden van vertier met hun valse façade de achteloze passant naar binnen lokken. In deze stad, evenals in het ganse boek, verzink je in zintuiglijke overvloed.

Verschenen in: 1932
De impressie is geschreven door: Piet

Omhoog naar het overzicht van de boeken op deze plank

Oer en andere tijden

Geschreven door Olga Tokarczuk

Als je dit boek van Olga Tokarczuk leest, heb je het gevoel eensklaps in een andere wereld te zijn beland. Een wereld waar de global economy geen vat op heeft en waar de wereldpolitiek aan voorbijgaat. En dat terwijl Oer gewoon een gebied in Polen is waar de mensen de oorlogen van de twintigste eeuw ook lijdzaam ondergaan, en waar vervolgens de communistische politiedienst eveneens een oogje in het zeil houdt. Toch krijg je de indruk dat Oer volledig op zichzelf staat, dat het een rijk is waar de gemeenschap afgesloten van de buitenwereld zijn leven leidt.


Hoe de inwoners van Oer hun leven dan vormgeven, laat Tokarczuk zien door middel van vele losse hoofdstukjes die je elke keer vanuit het perspectief van een ander mens (of een koffiemolen, of een boomgaard, …) naar de wereld laten kijken. Neem bijvoorbeeld Aartje, een zonderling aandoende jonge vrouw - althans, in de ogen van haar streekgenoten met hun keurige huishoudens. Als je echter met haar blik de werkelijkheid in kijkt, zie je dat haar heimelijke wereldje heel wat wonderlijke mysteries in zich draagt. De roman bestaat op die manier uit een rijk gekrioel van in elkaar verweven levens.

In de verschillende hoofdstukken – die elk als titel ‘De tijd van [naam]’ dragen – lees je niet alleen over de dagelijkse beslommeringen of juist bijzondere gebeurtenissen in Oer, maar word je tevens regelmatig getrakteerd op metafysische mijmeringen en transcendentale reflecties. Voor Tokarczuk lijken vragen belangrijk als ‘hoe geeft iemand zin aan zijn leven?’, ‘hoe beleeft iemand de tijd?’, ‘wat betekent God voor iemand?’ en vooral: ‘hoe ziet de wereld er door iemands ogen uit?’. Het hoofdstuk 'De tijd van Lalka' gaat bijvoorbeeld over het hondje Lalka, van wie Misia het bazinnetje is:

"Lalka denkt niet zoals Misia of enig ander mens denkt. In die zin gaapt er tussen Lalka en Misia een afgrond. Om te kunnen denken moet men namelijk de tijd inslikken; verleden, heden, toekomst en hun voortdurende veranderingen verinnerlijken. Tijd is werkzaam binnen het menselijke brein. Daarbuiten is hij nergens. De kleine hondenhersentjes van Lalka beschikken niet over zo'n winding, zo'n orgaan dat de doorstroom van tijd zou kunnen filteren. Lalka woont met andere woorden in het heden. Daarom is het als Misia zich aankleedt en de deur uitgaat voor Lalka net of ze voor altijd weggaat. Voor altijd gaat ze iedere zondag naar de kerk. Voor altijd gaat ze de kelder in om aardappelen te halen. Als ze uit het gezichtsveld van Lalka verdwijnt, verdwijnt ze voor altijd. Lalka's verdriet is dan grenzeloos, de teef gaat met haar snuit op de grond liggen en lijdt.

De mens spant de tijd voor zijn lijden. Hij lijdt als gevolg van het verleden en trekt het leed mee naar de toekomst. Op die manier schept hij wanhoop. Lalka lijdt alleen hier en nu."

Oer en andere tijden is een mengelmoes van fantasie en realiteit en van alledaagse bezigheden en verbluffende filosofische gedachtespinsels. En dit alles zet Tokarczuk op papier met een gevoelige subtiliteit die aan niemand minder dan Jonathan Safran Foer doet denken.

Verschenen in: 1996
De impressie is geschreven door: Karlijn

Omhoog naar het overzicht van de boeken op deze plank

Ga, heb lief

Geschreven door Tomek Tryzna

Op een dag, wanneer hij alleen thuis is, verlaat de kleine Romek in enthousiaste kleine-jongetjes-onschuld zijn huis en vergeet hij per ongeluk de deur achter zich te sluiten. Dit voorval brengt de familie in grote ellende, want inbrekers hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt en roofden het in het Polen van de jaren '50 verboden naaiatelier van zijn ouders helemaal leeg. Romek durft zijn fout niet te bekennen, maar het schuld- en schaamtegevoel knaagt aan hem wanneer hij zijn ouders ziet, zijn moeder die door de armoede in grote wanhoop terechtkomt, en zijn vader die zonder de wodka niet meer leven kan. Hij heeft goede bedoelingen, en de wil om zijn ouders en zusje uit deze hel te redden. Een ingenieus plan borrelt in hem op...
Ik vind het boek heel goed geschreven, vanuit het perspectief van een klein jongetje dat een schuldgevoel heeft en het zich verschrikkelijk aantrekt als hij zijn moeder in wanhoop ziet. Hij heeft ideeën, hoop, fantasieën en dromen, en dit alles vloeit samen in de leefwereld van deze kleine Romek. Het is echt de moeite, Ga, heb lief.

Verschenen in: 2002
De impressie is geschreven door: Karlijn
Boek gelezen: oktober 2004
Oorspronkelijke titel: Idz, kochaj

Omhoog naar het overzicht van de boeken op deze plank

Foto: Een hoge hal, rijk gedecoreerd en met een kroonluchter aan het plafond. Je ziet verschillende verdiepingen, die allemaal een sierlijke balustrade hebben en uitkijken op de begane grond.

Reageren op besproken boeken? Dat kan via de Bibliobus

Je staat nu in een van de leeszalen van de Bibliotheek die gevestigd is op het Literaplein.

Je kunt terugwandelen naar de Agora, het centrale plein van FILOGOPOLIS, of vraag de weg in het Tourist Office.