FILOGOPOLIS

de stad waar het woord de weg wijst

Thomas Mann: De Toverberg

Een geplande vakantie van drie weken wordt geleidelijk verlengd tot een zeven jaar durend verblijf op de Toverberg. Dit staat de pas afgestudeerde 24-jarige ingenieur Hans Castorp te wachten als hij zijn neef Joachim Ziemszen – die aan tubercolose lijdt – in een kuuroord in Davos in Zwitserland gaat opzoeken. Daar blijkt echter dat er bij hem zelf ook een verdacht plekje op zijn longen zit, en hij wordt daarom verzocht te blijven.

In de gezonde, ijle berglucht van de Alpen lijkt het ‘laagland’ mijlenver van je af te liggen. Het kuuroord vormt in die omgeving een soort afgezonderd stukje wereld. De tijd is er bijvoorbeeld ook aan totaal andere regels onderhevig. Want wat is de betekenis nog van iets als ‘een maand’ wanneer toch elke dag er praktisch hetzelfde uitziet? Wanneer je toch elke dag niet veel anders doet dan eten en ligkuren? Of het nu 16 of 17 juni is, of desnoods 28 november, dat doet er dan allemaal niet meer zoveel toe. Tijdens een van zijn eerste mijmeringen in zijn balkonloge is Hans Castporp zich er al bewust van:

“Over het wezen van de verveling zijn vele misvattingen in omloop. Over het algemeen wordt geloofd dat een interessante en nieuwe inhoud de tijd ‘verdrijft’, dat wil zeggen: ‘verkort’, terwijl monotonie en ledigheid zijn voortgang zouden belemmeren en vertragen. Dat gaat niet altijd op. Ledigheid en monotonie mogen dan het ogenbblik en het uur rekken en vervelend maken, ‘lang doen vallen’, maar grote en zeer grote tijdsruimten verkorten en verdampen tot er zo goed als niets meer van over is. Omgekeerd is een rijke en interessante inhoud weliswaar in staat het uur en zelfs nog de dag te verkorten en vleugels te geven, maar in het groot verleent zo iets het verloop van de tijd breedte, gewicht en soliditeit, zodat veelbewogen jaren veel langzamer verstrijken dan van die armoedige, lege en onbeduidende, die de wind voor zich uitblaast en die vervliegen. Wanneer men van verveling dus zegt dat ze de tijd lang doet vallen, is het nader beschouwd veeleeer zo dat ze de tijd kort, een ziekteproces ten gevolge van monotonie: grote tijdsperiodes schrompelen in geval van ononderbroken gelijkvormigheid ineen op een verbijsterende manier; als de ene dag gelijk is aan alle andere, dan zijn ze alle tezamen gelijk aan één, en in geval van volslagen eenvormigheid zou ook het langste leven als zeer kort beleefd worden en onverhoeds vervlogen zijn.”

Of Hans Castorps dagen werkelijk zo ledig en monotoon zijn zou ik niet durven stellen. Misschien zijn ze saai en vervelend in onze ‘laaglandse’ termen, waar we dagelijks te maken hebben met politieke spanningen, leuke nieuwtjes op het werk en opwindende familie-intriges. Nee, van dit soort zaken krijg je in Davos geen lucht, en als je er in De Toverberg naar op zoek gaat kom je dus van een koude kermis thuis.

Waar het echter om gaat zijn de geestelijke omwentelingen die plaatsvinden binnenin Hans Castorps hoofd. Deze nemen een aanvang zodra hij een Italiaan ontmoet die hem in eerste instantie aan een orgeldraaier doet denken: Lodovico Settembrini. Hij blijkt echter een grote geleerde te zijn, een humanist en een verlichtingsdenker. Iemand die zo welbespraakt is, heeft Hans Castorp nog nooit ontmoet, en hij luistert dan ook met gespitste oren naar hem. Ja, hij mag zelf dan ook wel net afgestudeerd zijn, maar wat weet hij eigenlijk over de grote levensvragen? Dit wordt door Settembrini opgemerkt, en deze ontfermt zich daarom over de jonge ingenieur, “zorgenkind des levens” dat hij zal gaan opvoeden in de geesteswetenschappen.

Na de ontmoeting met Settembrini beginnen de uitvoerige filosofische gesprekken die zo’n belangrijk deel uitmaken van De Toverberg elkaar op te volgen. Allerlei abstracte thema’s worden erin aangesneden – ziekte, dood, vrijheid, rechtvaardigheid, ... De zinnen waarin de gedachten worden vormgegeven, zijn (eerst vooral bij Settembrini, later ook bij de leerling zelf) behoorlijk hoogdravend en vergen heel wat leesinspanning, maar daartegenover staat dat ze wel veel inspirerend en fascinerend gedachtegoed in zich bergen.

Later in het boek maken we nog kennis met een tweede geleerde intellectueel: Leo Naphta, die wel de tegenpool van Settembrini genoemd kan worden. Hij is jezuïet en communist, en collectivistisch in plaats van individualistisch zoals Settembrini. Zijn lievelingstijdperk is de Middeleeuwen. Terwijl Settembrini zich inzet voor het leven en de vooruitgang, houdt Naphta zijn ogen gericht op de ondergang waar de mensen tot gedoemd zijn. Mann heeft zich voor deze twee heren onder meer laten inspireren door de tegenstelling tussen de twee basale levenskrachten die Friedrich Nietzsche onderscheidde in zijn eerste boek De geboorte van de tragedie (zie ook het interview met Philippe Lepers), en een klein beetje achtergrondkennis hierover is daarom wel praktisch:

"Deze fundamentele machten liggen volgens Nietzsche ten grondslag aan het leven en de kunst. Het Apollinische staat voor rationaliteit, harmonie, orde en beteugeling [lees: Settembrini]. Het Dionysische aan de andere kant wordt geassocieerd met irrationaliteit, emoties en het sensuele [lees: Naphta]." (citaat afkomstig van Quodlibet)

Tussen de verpersoonlijkingen van de twee principes komt het geregeld tot een verbale krachtmeting waar Hans Castorp, als hongerige jonge denker, aandachtig naar luistert. Met een overdadig gevoel keert hij na dit soort spanningsvolle ontmoetingen weer terug:

“Hans Castorp begaf zich (...) naar zijn balkonloge, zijn oren vol van wirwar en wapengekletter der beide legers die, oprukkend vanuit Jeruzalem en Babylon, elkaar onder de dos banderas troffen in een verward strijgewoel.”

Lang blijft het strijdgewoel puur geestelijk, en vinden de spirituele gevechten plaats terwijl de mannen gewoon een rustige wandeling door het Zwitserse berglandschap aan het maken zijn. Aan het einde van De Toverberg vindt er echter een escalatie plaats die uitmondt in een duel op leven en dood. Wie er ongedeerd uit terugkeert en wie niet laat ik hier even in het midden, maar het wordt na de pistoolschoten in ieder geval duidelijk dat, hoe tegengesteld de levenskrachten - doodsverlangen en scheppingsdrang - ook zijn, de één niet zonder de ander kan.

Van de twee verpersoonlijkingen blijft Naphta wat mij betreft gedurende het hele boek een wat ongrijpbare, mysterieuze figuur, hoewel hij net zo duidelijk zijn ideeën poneert als de ander. Maar met het gedachtegoed van Settembrini, met het geloof in de wetenschap en met het streven naar vrijheid en rechtvaardigheid voelen we ons nu eenmaal veel vertrouwder. Toch dwingt het boek je niet om partij te kiezen, en dat is ook iets wat Hans Castorp te allen tijde wil vermijden. Hij probeert juist de goede punten van beide levensvisies in te zien. Schrijver en Thomas Mann-fan P.F. Thomese verwoordt dit heel duidelijk als volgt in een radio-interview:

“Je switcht zelf ook voortdurend. (…) Je ziet jezelf misschien graag als een denker van het licht maar dan moet je toegeven dat die Naphta toch wel een paar punten scoort.”

Hoe hoogstaand de gesprekken die je in De Toverberg rond de oren vliegen ook zijn, geen enkel moment krijg je het idee dat het er voor Thomas Mann om gaat zijn eruditie tentoon te spreiden. Hij wekt juist de indruk, doordat hij een afstand schept tot de geleerde personages, dat hij het niet is die Settembrini en Naphta heeft geschapen, maar dat hij net als zijn lezers enthousiast en onderdanig kennis neemt van wat deze mannen allemaal voor interessants te vertellen hebben.

Mann geeft ook altijd blijk van een goed gevoel voor humor, luchtigheid en ironie. Het klinkt misschien verrassend, maar dit gaat prima samen met zwaar op de hand liggende filosofische gesprekken. Het is wel grappig om te weten dat Mann tijdens het schrijven van De Toverberg aanvankelijk eigenlijk ‘een soort humoristische tegenpool van De dood in Venetië’ voor ogen had.

Zo kan het ook bijzonder lijken dat het genezingsproces van een tubercolosepatiënt gepaard kan gaan met zo’n diepgaande intellectuele opvoeding. Ook Joachim Ziemszen heeft daar zo zijn twijfels over, maar zijn neef antwoordt hem:

“Goed, jij zegt dat wij hier niet verstandiger hoeven te worden, alleen gezonder. Maar kerel, dat moet toch kunnen samengaan, en als je dat niet gelooft, dan ben je druk doende de wereld in tweeën te delen; en zoiets is altijd een grove fout, laat je me dat vertellen, man.”

Aan al het geleerde getheoretiseer hoog in de bergen zit echter wel een keerzijde. Dat bemerkt Hans Castorp wanneer in 1914 plotseling een oorlog uitbreekt die hij niet had zien aankomen, of waar hij tot nu toe altijd zijn ogen voor gesloten had gehouden. Halsoverkop moet hij het kuuroord verlaten om met het Duitse leger te gaan vechten, en of hij heelhuids terugkeert komen we nooit te weten.

De Toverberg lijkt daarmee ook een commentaar te zijn op intellectuelen die alleen in hun ivoren torentje zitten te filosoferen. Betrokkenheid bij wat er in de wereld gaande is en al je opgedane kennis toepassen op alle (politieke) ontwikkelingen lijkt voor Mann een grote vereiste, en dat is het ook.

Hierboven heb ik de belangrijkste indrukken die ik in De Toverberg heb opgedaan beschreven, maar dat dit alles is, zou een grote illusie zijn. Ik heb het nog niet eens gehad over het kleurrijke internationale gezelschap in het kuuroord waarin zich types uit alle milieus bevinden, over de onbeantwoorde liefde die Hans Castorp zo erg in zijn greep houdt, over zijn tocht door de bergen tijdens welke er een levensgevaarlijke sneeuwstorm opsteekt die hem doet verdwalen, over de paranormale séances die hij bijwoont, ... Alles bij elkaar zitten er zoveel lagen in dit 932 pagina’s tellende boek dat het je je hele leven bezig zou kunnen houden, en dan nog zul je niet alles begrepen en doorzien hebben. Niet voor niets heeft Mann in alle bescheidenheid geëist om het boek tweemaal te lezen. Daar zou ik het woordje ‘minstens’ aan toe willen voegen.

Geschreven door: Karlijn

Foto: Een hoge hal, rijk gedecoreerd en met een kroonluchter aan het plafond. Je ziet verschillende verdiepingen, die allemaal een sierlijke balustrade hebben en uitkijken op de begane grond.

Reageren op besproken boeken? Dat kan via de Bibliobus

Je bevindt je nu in twee van de leeszalen van de Bibliotheek (in de afdeling boeken uit Duitsland)die gevestigd is op het Literaplein.

Wandel terug naar de Agora, het centrale plein van FILOGOPOLIS.

Lees het laatste nieuws in onze stadskrant, de Logos.

Vraag de weg in het Tourist Office.