ß
Waar begint een gedicht? En waar houdt het op? Is het louter de bladspiegel die hierover beslist, de titel van het volgende gedicht, of de indeling van de gehele bundel misschien? Heeft de maker ervan wellicht bakens uitgezet door de serie woorden die het gedicht vormen op een welbepaalde manier ruimtelijk te schikken, zodat toch steevast uit de compositie moet af te leiden zijn waar - volgens hem of haar althans - het gedicht een aanvang neemt dan wel ten einde loopt?
Niets van dit alles. Het gekke is namelijk dat je bij het lezen van goede poëzie de merkwaardige sensatie ondergaat alsof het gedicht langzaamaan begint uit te dijen, zich niet langer laat begrenzen door de daadwerkelijk gedrukte tekst. Plots blijken de witregels en cesuren allerlei impliciet gebleven mogelijkheden te bevatten, de verzen de meest uiteenlopende interne (naar een andere zinsnede binnen hetzelfde gedicht of dezelfde bundel) of externe verwijzingen (naar een andere al dan niet literaire tekst) te genereren, de gebruikte formele technieken vroegere leeservaringen op te roepen, bepaalde passages specifieke maatschappelijke vertogen te citeren enz. De lees- wordt een schrijfervaring, zou Roland Barthes zeggen: de tekst zet je ertoe aan hem uit te breiden, aan te vullen, verder te vervolmaken.
Of als we het omkeren, de dichter wordt zelf een lezer van zijn eigen gedicht die steeds opnieuw moet beginnen. Daarover handelt ook de eerste cyclus 'In de Piazzolla-straat' uit H.C. ten Berges vooralsnog laatste en lijvige dichtbundel Het vertrapte mysterie (2004). In het openingsgedicht luidt het onder meer als volgt:
"Hoe je begint
is een vraagdie er steeds weer toe doet.
Het einde nog zoek, het pad
nooit gebaandvolg je ingeschapen strategieën,
strijdige bedenksels, plooibaar
of onbuigzaam,en bijeengehouden door de regels van een raadselachtig spel."
Hoewel ik me zo meteen tot deze eerste cyclus wil beperken, dien ik volledigheidshalve te vermelden dat de bundel nog zes andere reeksen gedichten in zich sluit. Daarin zijn ondanks het brede scala aan aangeroerde thema's, van overpeinzingen over de tijd, een barre pooltocht, de teloorgang van de oude Amerikaanse beschavingen, de seksuele onderzoekingen van een kind tot en met een dierenfabel, twee opvallende stilistische constanten aan te wijzen: een grote muzikaliteit en een stortvloed aan filmische beelden. Zowaar een waterval van lyriek, maar desondanks blijft het doorgaans bijbehorende sentimentele 'ikken' ten Berge volkomen vreemd.
Overigens tref je in Het vertrapte mysterie, zoals wel vaker bij ten Berge, ook nog vertaalde poëzie aan. In dit geval van de Amerikaanse dichteres Hilda Doolittle, ooit een jeugdvriendinnetje van Ezra Pound, die later de maîtresse van D.H. Lawrence zou worden. Haar symbolistisch aandoende poëzie, boordevol mythologische referenties, kon mij evenwel maar bij vlagen bekoren en had samen met de biografische cyclus over haar leven voor mijn part geschrapt mogen worden. Daarom hoeven we echter nog niet op de pianist, de vertaler van dienst, te schieten. Best mogelijk dat het origineel al even gekunsteld zou aanvoelen.
Maar laten we onze schreden nu weer naar de Piazzolla-straat richten, waar de tango de metafoor is voor het schrijven van poëzie. Of beter gezegd, van ten Berges poëzie wiens recentere gedichten veelal met langzame, cirkelende figuren inzetten, geenszins repetitieve patronen schuwen maar niettemin van tijd tot tijd schril en grillig kunnen uithalen zoals de bandoneon dat kan. In het reeds aangehaalde gedicht klinkt het weemoedig als een tango:
"En waarover het gaat
is van minder belang dan muziek
in de straat, een verlaten station, een pijn
die het leven doordrenkt."
De inhoud van het gedicht is overduidelijk van ondergeschikt belang; ook de liederen van Piazzolla gaan slechts over "gemeenplaatsen, telkens / opnieuw gefraseerd". Wat in de poëzie en de muziek daarentegen wel werkelijk telt, is de vernieuwende vorm waarin die eeuwenoude clichés keer op keer gecodeerd worden. Want alleen op die manier kan de waarachtige schoonheid van het volgende in se tragische tafereel aan de oppervlakte treden:
"Zo begint het elke nacht opnieuw:
De lichamen zijn nipt gescheiden
en toch onlosmakelijk
verbonden met elkaar.
De man in het oude colbert,
de vrouw met een roos in het zwart geverfd haargaan streng en gewaagd
door het licht
op de hoek van een morsige straat."
Dit is het soort poëzie waarover ik in de eerste alinea's sprak. Poëzie die resoneert, naklinkt, zich als een film steeds verder voor je ogen ontrolt ofschoon de lichten in de zaal alweer geruime tijd zijn aangegaan. Ingetogen maar ook lichtvoetig en tegelijk vol ingehouden explosieve kracht, zoals een tango van de Argentijnse meester zelf.
En, tot slot, voor wie eraan mocht twijfelen dat H.C. ten Berge heel wat echt lichtvoetigheid en humor in huis heeft, nog het volgende toemaatje uit de afsluitende cyclus van Het vertrapte mysterie, een mythisch sprookje over Raaf die licht in de duisternis schiep:
Een fabel
Raaf bezat weinig van waarde:
een zaklamp, een mesthoop, een morsig pak veren.Het was donker en leeg op de aarde
Wat hij wou zien, moest hij maken:
Een vogel, een mens, een vrouw
die kon baren, een esdoorn, een zeebaars
met kaken, een hommer
die rondzwom met dodelijke scharen.Raaf wilde niets leren.
Hij had geen geheugen en nauwelijks verstand.
Naar zijn geslacht moest men raden,
zijn dievenklauw werd desgewenst een meisjeshand.
Het krot waarin hij woonde heette Nooitgedagt.
Alvorens het daglicht
het daglicht aanschouwde,
werd het als gloeiende bal
tussen afval, oud speeltuig en gore
kluiven gevonden.
Wat op de grond lag, gaf hij een schop
(dat kon hij nooit laten).
Raaf trapte zo hard dat de vuurbal omhoog
vloog en door het rookgat ontsnapte.Zo werd het licht op de aarde -
waarna hij, vervuld van zichzelf,
in een modderpoel
met zijn spiegelbeeld trouwde.
Geschreven door: Piet
Reageren op besproken boeken? Dat kan via de Bibliobus
Je bevindt je nu in een van de leeszalen van de Bibliotheek (in de afdeling poëzie) die gevestigd is op het Literaplein.
Wandel terug naar de Agora, het centrale plein van FILOGOPOLIS.
Lees het laatste nieuws in onze stadskrant, de Logos.
Vraag de weg in het Tourist Office.
Copyright © FILOGOPOLIS