FILOGOPOLIS

de stad waar het woord de weg wijst

Franz Kafka: De gedaanteverwisseling

Aan sommige kunstwerken en boeken wordt zo veelvuldig gerefereerd in het onderwijs en de cultuurverspreidende media, dat hun oorspronkelijke artistieke waarde langzaamaan uit beeld verdwijnt en ze in plaats daarvan als icoon gaan fungeren. In die optiek stellen bijvoorbeeld Edward Münch's De schreeuw de existentiële angst, Duchamps urinoir de ontheiliging van de kunst en Warhols soepblikken het leeghoofdige consumptiegedrag voor. Ook een literaire tekst blijkt af en toe voor supranationale symboolwerking, met alle noodlottige simplificatie van dien, in aanmerking te komen. Zeker wanneer de auteur ervan Franz Kafka heet. Lezers zijn immers nogal snel geneigd zijn verhalen allegorisch te interpreteren, waardoor Het proces en Het slot synoniem werden met respectievelijk de eindeloze rechtsprocedures en het depotisme van het logge bureaucratische apparaat. Zodra je evenwel de tijd neemt om dergelijke klassieke schilderijen of beeldhouwwerken onbevangen te bekijken, om gecanoniseerde boeken zelf te ontdekken, kan het je niet ontgaan hoe schraal die voorgekauwde betekenissen afsteken tegen het origineel. Daarenboven zet de zogenaamde postmoderne leeshouding die sinds een kwart eeuw ongeveer opgeld doet, je er precies toe aan het denkbeeld dat er zoiets als de ware, onveranderlijke betekenis van een tekst zou bestaan, resoluut van de hand te wijzen.

Zo trof mij onlangs, bij het herlezen, de thematische rijkdom van die andere oermoderne novelle die Kafka ons heeft nagelaten, De gedaanteverwisseling. De beangstigende, raadselachtige handeling van het verhaal is gauw genoeg samengevat: Gregor Samsa, handelsreiziger van beroep, wordt op een ochtend wakker en merkt dat hij in een reusachtige mestkever veranderd is. Zijn ouders en zus Grete, bij wie hij nog in huis woont, weten niet wat ze met dit beest aan moeten maar proberen het, althans een poosje, te verzorgen. Een probleem dat hen klaarblijkelijk echter nog veel sterker verontrust, is dat het gezin door deze ramp zijn enige kostwinner kwijt is geraakt. Ten slotte zoeken ze alledrie een baan en verhuren ze een kamer in de toch al te grote en te dure woning aan drie nette heren.

De centrale vraag in het modernisme luidt onmiskenbaar: hoe ervaart het subject de wereld om zich heen? Bij Proust heet die subjectieve waarnemer Marcel, bij Joyce Leopold Bloom, bij Mann Hans Castorp. Hier kruipen we in het schild van Gregor die, hoewel hij fysiek gesproken in een insect veranderd is en bijgevolg ook bijpassend gedrag en dito voorkeuren vertoont - opgesloten in zijn kamer kruipt hij rond over de muren en het plafond, en slechts rottende voedingsresten kunnen zijn eetlust opwekken -, alles uit zijn omgeving nog steeds bewust en dus als denkend mens gewaarwordt. Hij hoort zijn familieleden in het belendende vertrek over hem praten, hij ziet hoe zijn zus in feite van hem walgt wanneer ze hem eten komt brengen, hij weet dat hij een weerzinwekkende stank verspreidt; maar hoe helder omlijnd en veelzijdig zijn innerlijke belevingswereld na zijn transformatie aanvankelijk nog gebleven is, deze moet noodgedwongen verdorren, doordat zijn dierlijke fysionomie hem ten enenmale belet met anderen te communiceren en zijn gedachten te verwoorden of te uiten.

Dit werk wordt vaak in verband gebracht met de notie van vervreemding: het moderne individu dat in zijn gespannen verhouding tot de maatschappij zichzelf verloochent. Het wordt een producent, een radertje in de voortjakkerende machine die vooruitgang heet en dat terstond vervangen wordt zodra het even hapert. Dit kan ook Gregors bevreemdende reactie verklaren, wanneer hij bij het ontwaken zijn metarmorfose constateert en, in plaats van in wilde paniek te raken na zo'n meedogenloze grap van het lot, zich afvraagt hoe hij in vredesnaam die trein van zeven uur nog kan halen. Ook zijn ouders zien de hemeltergende absurditeit van de situatie niet in, en leuteren maar door over hun financiële zorgen. Empathie en meegevoel hebben binnen de context van de moderne metropool het veld moeten ruimen voor prestatiegericht individualisme en emotionele anemie.

Maar het gaat over nog zoveel meer. De schuldvraag bijvoorbeeld, aan wie of aan welke instantie is al deze ellende te wijten? Het kan geen toeval zijn dat Gregors vader een appel (bijbels symbool voor de zondeval) naar zijn veelpotige zoon gooit, wanneer deze het waagt de huiskamer binnen te sluipen. De appel, die in zijn rug blijft steken, verwondt Gregor danig en zal uiteindelijk zijn dood bespoedigen. Zien we hier een God die zijn schepping niet meer in bedwang kan houden, en zodoende de verantwoordelijkheid voor alle uitwassen van het kwaad op de mens probeert af te schuiven?

Maar daarnaast is er Gregors onlenigbare eenzaamheid, de vraag of de menselijke essentie aangetast wordt door lichamelijke veranderingen - denk aan verschoppelingen, migranten, chronisch zieken, gehandicapte mensen -, of zo'n essentie überhaupt bestaat - Pirandello wist het wel! -, de voortschrijdende teloorgang van de gemeenschap, het schier grenzeloze aanpassingsvermogen van de mens, enz. enz. Alles lijkt in De gedaanteverwisseling besloten te liggen. Of zoals Elias Canetti het zei: "In The Metamorphosis Kafka has reached the height of his mastery: he has written something which he could never surpass, because there is nothing which The Metamorphosis could be surpassed by - one of the few great, perfect poetic works of this century."

Geschreven door: Piet

Foto: Een hoge hal, rijk gedecoreerd en met een kroonluchter aan het plafond. Je ziet verschillende verdiepingen, die allemaal een sierlijke balustrade hebben en uitkijken op de begane grond.

Reageren op besproken boeken? Dat kan via de Bibliobus

Je bevindt je nu in twee van de leeszalen van de Bibliotheek (in de afdeling boeken uit Tsjechië) die gevestigd is op het Literaplein.

Zie ook:
Franz Kafka - Het slot

Wandel terug naar de Agora, het centrale plein van FILOGOPOLIS.

Lees het laatste nieuws in onze stadskrant, de Logos.

Vraag de weg in het Tourist Office.