Over Ryszard Kapuscinski's Reizen met Herodotos
De mens is van nature een sedentair wezen. Reizen hoort daarom een zeldzame bezigheid te zijn. Tegenwoordig ligt echter de noodzaak ervan al besloten in de vraag "waar ga je naartoe deze zomer?". In het communistische Polen, nog geen vijftig jaar terug, in de tijd dat Ryszard Kapuscinski afstudeerde, lag dat wel even anders. Van zijn klas- en studiegenoten was er niemand ooit in het buitenland geweest, en bovendien gaf het ook geen blijk van grote vaderlandsliefde om het verlangen daarnaar te koesteren. Kapuscinski echter, die voor zijn werk als journalist heel Polen doortrok, zag in de grensstrook die hij zo nu en dan zeer dicht naderde, een grote verleiding. Hij stelde zichzelf steeds vragen als: wat voelde je, als je die grens overstak? Wat ging er door je hen? Hoe was het aan de andere kant? Anders? En hoe anders, onvoorstelbaar? De lokroep van de daad van het oversteken – want het was puur dat waar het hem in eerste instantie om ging – liet hem niet los, bleef kriebelen en jeuken.
De wens om een grens te overschrijden is voor de correspondent en literaire reisauteur Ryszard Kapuscinski inmiddels ruimschoots in vervulling gegaan. Aanvankelijk had hij zich eigenlijk alleen op de grenzen naar zijn buurlanden gericht, maar uiteindelijk heeft hij in vele landen in verschillende werelddelen voet op aarde gezet. Hij begon met India en het ‘voorbeeldland’ China, heeft zich daarna jarenlang verdiept in de woelige gebeurtenissen rond de onafhankelijkheidsstrijden in Afrika (het continent waar Kapuscinski het boek Ebbenhout over schreef), was later nog aanwezig bij de machtsovername van Ayatollah Komeini in Iran in 1979, enzovoorts. Op dergelijke reizen nam hij altijd literatuur mee om zich enigszins wegwijs te maken in de cultuur waarin hij op dat moment verbleef. Maar er was ook altijd één boek dat ongeacht de reisbestemming in zijn koffer was opgeborgen, en wel Historiën van de oude Griek Herodotos.
In de vijfde eeuw voor Christus, de periode waarin de geschiedschrijver en wereldreiziger, overigens een tijdgenoot van Socrates, leefde, zagen de omstandigheden voor een verslaggever als hij er compleet anders uit. De tochten waren zwaar en gingen vaak door onherbergzame streken. Informatie over de plaatsen waar hij naartoe ging was er niet, juist precies vanwege het feit dat Herodotos een pionier was op dit vakgebied. Er waren nog niet eens landkaarten beschikbaar. Je kon je dus ook geen overzicht inbeelden van welk rijk waar lag. Om je te oriënteren of je reisroute te bepalen, vroeg je aan een volk: “Wie zijn jullie buren?” Aan die buren stelde je dan weer dezelfde vraag, en je ging door tot je niet meer verder kwam.
Geschiedenissen uitpluizen en onderzoekingen doen, dat waren de taken die Herodotos zichzelf als reiziger stelde. Bij het verzamelen van zijn feitenmateriaal observeerde hij de volkeren en hun leefwijzen, liet hij de mensen praten over dat wat hun geheugen hen kon vertellen, en dacht hij zelf vooral kritisch na over de verkregen gegevens voordat hij ze aan het papyrus toevertrouwde. Zo behandelde hij ook de kwestie van de herkomst van de goden. Als hij aan een Griek vroeg waar hun goden van afstamden, antwoordde die in alle hooghartigheid: “Hoezo van waar stammen ze af? Het zijn toch ónze goden!” Herodotos achtte het van groot belang om dergelijke arrogantie en meerderwaardigheidsgevoelens te ontmaskeren. Op zijn reis naar Egypte ging hij deze stelling dan ook aan een onderzoek onderwerpen. Uiteindelijk kwam hij tijdens zijn naspeuringen aldaar tot de conclusie dat hun goden oorspronkelijk aan de Egyptenaren toebehoorden. (“Wat goed dat hij dat zegt in een wereld waarin nog geen massamedia bestaan en een handvol mensen het maar hoort of leest. Als zijn standpunt wijd en zijd bekend zou worden, zou de Griek ogenblikkelijk gestenigd worden, op de brandstapel gegooid! Maar aangezien Herodotos in het premediale tijdperk leeft, kan hij veilig zeggen dat ‘de Egyptenaren bovendien de eersten zijn die massale offerfeesten, processies en plechtige omgangen hebben gehouden. De Grieken hebben het van hen geleerd.’”)
Hoewel er een kloof van zo’n 2500 jaar tussen de twee heren gaapte, beschouwde Ryszard Kapuscinski Herodotos, die sinds hij de Historiën begon te lezen voor hem weer tot leven werd gewekt, als zijn grote leermeester. Hij smulde dus niet alleen van de listige intriges op het slagveld en het onovertrefbare machtsspel van koningen waar Herodotos verslag van deed, maar Kapuscinski richtte tevens zijn aandacht op diens werkwijze. Het waren immers collega-reporters: “Herodotos en de mensen die hij ontmoette, dat intrigeerde mij, omdat wat wij in reportages beschreven van mensen afkomstig was, en de relatie ik-hij, ik-anderen, haar kwaliteit en de temperatuur, later de waarde van de tekst zou beïnvloeden. We zijn van mensen afhankelijk en de reportage is het literaire genre dat misschien wel in de sterkste mate op collectieve wijze tot stand komt.” Kapuscinski vertelt even daarna dat hij een zekere sympathie voor de Griek begon te voelen. Hij beschrijft het als “een relatie met iemand die we niet persoonlijk kennen, maar tot wie we ons aangetrokken voelen door zijn manier van omgaan met anderen, door zijn levenshouding, iemand die zich zodra hij ergens verschijnt terstond ontpopt als kiem, zuurdesem van intermenselijke gemeenschap waaraan hij vorm geeft en waarbinnen hij verbanden aanbrengt.”
Vrienden hebben vaak veel met elkaar gemeen. Ryszard Kapuscinski heeft zich kunnen identificeren met zijn vakbroeder, en heeft zo de kunst van het reportageschrijven ook zelf onder de knie kunnen krijgen. In Reizen met Herodotos plaatst de auteur de vertellingen van de geschiedschrijver naast zijn eigen reisverhalen, waardoor de gelijkenissen tussen de twee reizigers des te beter uit de verf komen. Nieuwsgierigheid, het willen weten wat er achter de horizon te zien is, is hun gezamenlijke drijfveer. Kapuscinski wil, als correspondent van zijn krant, méér doen dan bloederige voorvallen, gewelddadige staatsgrepen en brutale opstanden verslaan. Hij wil ze ook begrijpen. Volgens hem is hij, net als Herodotos, voor altijd een beetje kind gebleven. Want “alleen zij stellen de belangrijke vragen en willen werkelijk iets te weten komen”.
Door: Karlijn
Reageren op besproken boeken? Dat kan via de Bibliobus
Je staat nu met een boek in handen in een van de leeszalen van de Bibliotheek die gevestigd is op het Literaplein.
Kapuscinski en Herodotos nemen spelen een belangrijke rol in de column A la recherche du temps perdu
Lees ook een fragment uit het besproken boek.
Wandel terug naar de Agora, het centrale plein van FILOGOPOLIS.
Lees het laatste nieuws in onze stadskrant, de Logos.
Vraag de weg in het Tourist Office.
Copyright © FILOGOPOLIS