FILOGOPOLIS

de stad waar het woord de weg wijst

Michael Cunningham: Stralende dagen

In de machine, Kinderkruistocht en Zoals schoonheid, zo luiden de intrigerende titels van de drie korte novelles waar Michael Cunninghams Stralende dagen uit opgebouwd is. Het zijn verhalen die je in feite apart zou kunnen lezen, maar die pas hun volle betekenis krijgen wanneer je ze naast elkaar legt.

Al op het eerste gezicht vertonen de novelles opvallende parallellen. Zo heten de drie hoofdpersonen steeds Lucas, Catherine en Simon (of variaties daarop), en lijken ze elke keer opeenvolgende incarnaties van eenzelfde persoon. Het eerste verhaal speelt zich namelijk af in de 19e eeuw, tijdens de hoogtijdagen van de industriële revolutie; het tweede verhaal in de tegenwoordige tijd met zijn alarmerende terreurdreiging en het derde verhaal in de toekomst, waarin de aarde aan het bijkomen is van een nucleaire ramp en vluchtelingen van een buitenaardse planeet een wijkplaats verschaft. Bovendien blijft het decor onveranderlijk: New York.

De grootste verbindende factor wordt echter verzorgd door Walt Whitmans poëzie, die wel als vormgever van de Amerikaanse identiteit wordt gekarakteriseerd. Cunningham laat zijn (enig nagelaten) werk Leaves of Grass vele generaties doorleven: in elk verhaal opnieuw is er iemand die er systematisch en dwangmatig regels uit citeert. Maar de betekenis van de verzen voor die persoon loopt sterk uiteen: de één vindt ze een inspirerende levensbron, de ander scheept ze af als irritant en onbegrijpelijk.

Critici beschouwen Stralende dagen als een van de ‘post-9/11-romans’. Maar de connectie tussen deze roman en de aanslagen van die dag lijkt in het eerste opzicht niet eens al te veel in het oog te springen. In vergelijking met Extreem luid & ongelofelijk dichtbij (Jonathan Safran Foer) of Peter Verhelsts Zwerm heeft het er alle schijn van dat Stralende dagen slechts oppervlakkige raakvlakken heeft met de gebeurtenissen.

De tweede novelle, Kinderkruistocht, is immers de enige die letterlijk aan terrorisme refereert. Het hoofdpersonage van dit thrillerachtige verhaal is een forensisch psychologe die bij de politie werkt en daar allerlei vreemde figuren aan de telefoon krijgt. Op die manier raakt ze verwikkeld in een terroristisch complot tegen de moderniteit van Amerika, gebaseerd op de lofzangen van Whitman op de mens als organisch onderdeel van de natuur.

Dit verduidelijkt ook beter het verband tussen het gehele boek en ‘9/11’. Want Cunningham schrijft niet waar al zoveel over is geschreven: over daders en slachtoffers, over heersend onbegrip en misverstanden tussen Oost en West. Wat er voor hem veel meer toe lijkt te doen, is iets fundamentelers, en wel de spanning tussen natuur en technologie.

Technologie vormt al in het eerste verhaal een grote aanwezige dreiging. De dertienjarige arbeidersjongen Lucas wordt ermee geconfronteerd wanneer hij na de dood van zijn broer ('verzwolgen' door een persmachine) zijn plaats in de fabriek dient in te nemen. Cunningham beschrijft de monotonie waar hij aan overgeleverd is en de concentratie die hij zonder te verslappen op moet brengen, met een gevoelige en trefzekere pen:

“Hij raakte in een toestand van wakende slaap, een doffe monotonie waarin zijn geest vervuld raakte door wat hij doen moest en niets anders. Goed leggen, vastzetten, overhalen, nog eens overhalen, nakijken.

Enige tijd na de etenspauze kwam zijn mouw onder een klem vast te zitten. Hij had zijn gedachten laten afdwalen. De greep van de klem was ingetogen maar beslist, als van een kind dat aandacht wenste. Hij merkte het pas toen hij de volgende klem wilde vastzetten en zijn mouw werd tegengehouden. Hij gaf een ruk, maar de klem weigerde de stof prijs te geven, hield eraan vast als een rat aan een stukje spek. Het drong nu pas goed tot Lucas door hoe degelijk de machine in elkaar zat, zo sterk als de gekartelde kaken van die klemmen waren. Hij gaf opnieuw een ruk. De klem was onverbiddelijk. Pas toen hij de klembout losdraaide, moeizaam met zijn linkerhand, kwam zijn mouw weer vrij. De tandafdrukken stonden nog in de stof. (.…)

Hij tilde een nieuwe plaat uit de bak, legde hem goed, draaide de klemmen vast en leverde hem uit aan de tanden van het wiel.

(..) De plaat verdween onder het wiel en Lucas zei: ‘Drang en drang en drang, altoos de stuwende drang van de wereld.’

Steeds weer zijn in Stralende dagen de technische innovaties de boosdoeners (walsmachines, bommen, kerncentrales…) en lijkt de vlucht naar de vrije natuur telkens als enig reddingsmiddel over te blijven. Is dit Cunninghams boodschap?

Dat zou natuurlijk wat al te kort door de bocht zijn, want de roman is raadselachtig genoeg om er geen oppervlakkige onelinerboodschap uit te kunnen destilleren. De rol van de poëzie blijft bijvoorbeeld duister. In In de machine lijkt hij nog een ziel tot bloei te kunnen wekken en een jongen zijn levensweg te kunnen wijzen, maar in de laatste novelle, het sciencefictionachtige Zoals schoonheid ziet Simon, een kunstmens met geprogrammeerde dichtregels, poëzie juist als een vervelend en onbeduidend obstakel in zijn doen en laten.

Dergelijke tegenstrijdigheden tussen de drie verhalen, en Cunninghams drieledige constructie in het algemeen, zetten aan tot velerlei driedimensionale bespiegelingen. Een novelle roept bepaalde ideeën op, maar wanneer je vervolgens een tweede of derde eraan verwante novelle leest, ga je alle eerdere denkbeelden zien in een compleet vernieuwd perspectief. Met Stralende dagen blijf je puzzelen, ronddolen en verbanden leggen.

Geschreven door: Karlijn

Foto: Een hoge hal, rijk gedecoreerd en met een kroonluchter aan het plafond. Je ziet verschillende verdiepingen, die allemaal een sierlijke balustrade hebben en uitkijken op de begane grond.

Reageren op besproken boeken? Dat kan via de Bibliobus

Je bevindt je nu in twee van de leeszalen van de Bibliotheek (in de afdeling boeken uit NOord-Amerika)die gevestigd is op het Literaplein.

Wandel terug naar de Agora, het centrale plein van FILOGOPOLIS.

Lees het laatste nieuws in onze stadskrant, de Logos.

Vraag de weg in het Tourist Office.

Interessante link extra muros, buiten Filogopolis:
Herman Franke vergelijkt de vertalingen van Walt Whitmans 'Leaves of Grass'