ß John Banville: Schijngestalte (FILOGOPOLIS)

FILOGOPOLIS

de stad waar het woord de weg wijst

John Banville: Schijngestalte

De oorspronkelijke Engelse titel Shroud verwijst naar de wereldberoemde Lijkwade die in de Noord-Italiaanse stad Turijn wordt bewaard. Zoals bekend geloven miljoenen christenen dat dit de doek is waarin het met bloed besmeurde lichaam van Christus werd gewikkeld en begraven. Over de ouderdom, laat staan over de authenticiteit, van het relikwie raken wetenschappers het nog steeds niet eens. De pelgrims laten zich evenwel niet door al dat dateringsgeharrewar van de wijs brengen en blijven met bussen tegelijk toestromen om in de kathedraal, al was het maar een fractie van een seconde, de aanbeden wade in een zwak verlichte vitrinekast te mogen bewonderen. Dankzij hun onwrikbare geloof aan de echtheid ervan kan deze lap stof het statuut van een heilig reliek krijgen. Maar wat als het plots een vervalsing blijkt te zijn? Welke gevolgen zou dit hebben voor hun beeld van de man wiens contouren ze, in hun naïviteit, op het textiel meenden te kunnen ontwaren?

Maskers en vermommingen, zij vormen de spil waarrond Banvilles proza draait. Je denkt iemand te kennen, te weten wie hij is of waar hij vandaan komt, maar dan helpt een bepaalde gebeurtenis of opmerking je opeens uit de droom. Het dringt dan in alle onthutsende helderheid tot je door dat die persoon helemaal niet degene is voor wie je hem al die tijd hebt gehouden, dat hij je koelbloedig heeft voorgelogen, dat je er nooit ofte nimmer in zult slagen het verleden van die ander volledig te ontraadselen. De ik-verteller uit Schijngestalte, de gevierde literatuurwetenschapper Axel Vander, wordt vanwege zijn briljante studies op handen gedragen in de academische wereld. Niets kan de professor ogenschijnlijk nog van zijn voetstuk stoten, wanneer hij - intussen een heer op leeftijd - een brief van een mysterieuze Ierse studente, Cass Cleave genaamd, ontvangt waarin ze hem te verstaan geeft dat het spel uit is en ze zijn geheim ontdekt heeft. Angstig om publiekelijk vernederd te worden maar tegelijk geïntrigeerd door deze voortvarende onderzoekster en de vraag hoeveel ze werkelijk van zijn voorgeschiedenis afweet, nodigt Vander haar uit naar Turijn te komen waar hij een congres gaat bijwonen.

Zodra Axel Vander het meisje ontmoet, begrijpt hij evenwel dat ze nooit een serieuze bedreiging kan vormen, omdat ze geestesziek is en bijgevolg niet op geloofwaardigheid zou kunnen bogen, mocht ze haar bevindingen wereldkundig maken. Niettemin voelt hij zich tot dit soms meelijwekkende schepsel, een halve eeuw jonger dan hij, aangetrokken. Wanneer een beroerte hem geveld heeft en wekenlang het bed doet houden, verzorgt zijn "biografe" - want zo noemt hij haar schamper - hem niet alleen, ze ontpopt zich tevens tot de katalysator die hem dwingt zijn confuse herinneringen te ordenen en heel even uit zijn rol te stappen. In lange monologen van Vander die alterneren met relatief korte passages waarin een anonieme verteller hoofdzakelijk op Cass' handelingen en gedachten focust, wordt de ware, zorgvuldig versluierde identiteit van de gerenommeerde criticus mondjesmaat onthuld. Aangezien hij op jonge leeftijd de naam van een vriend blijkt te hebben aangenomen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in onfrisse omstandigheden de dood vond, kan het niet anders of zijn hele persoonlijkheid berust op mythe en (zelf)bedrog. Het volgende citaat zegt genoeg:"Er zit geen enkel eerlijk bot in de teksten waar ik lichaam aan heb gegeven. Ik heb een stem opgebouwd zoals ik ooit een reputatie heb opgebouwd, uit van anderen gegapt materiaal. Het accent dat u hoort is niet het mijne, want ik heb geen accent. Ik geloof geen woord uit mijn eigen mond." (p. 260)

Sinds Nietzsche kunnen we niet langer loochenen dat waarheden in wezen ficties zijn waarvan het illusoire karakter ons ontgaat. Ook datgene wat ons zelf noemen, ons eigenste onvervreemdbare ego, hangt zodoende van de mentale constructies aaneen. Net als de Lijkwade staat of valt ieders identiteit met het geloof dat er aan wordt gehecht. Onze persoonlijkheid bestaat uit een kluwen verhalen die indien nodig, en op voorwaarde dat de lezers ervan gewillig meewerken en zich laten bedotten, radicaal herschreven kunnen worden. "Ik werd een virtuoos in het liegen en liet mijn instrument zo zoet zingen dat niemand aan de waarachtigheid van het lied twijfelde. Wat een versieringen wist ik te spelen, wat een cadensen!" (p. 224) Zijn schatplichtigheid aan de filosoof met de hamer stopt Banville niet onder stoelen of banken. In het boek regent het referenties aan diens leven en gedachtegoed. Turijn was ook het decor van Nietzsches laatste strijd: meegesleurd in de draaikolk van megalomane zelfverering zakte de denker er weg in de waanzin.

Maar de wijsgerige voedingsbodem van Banvilles literatuur maakt hem nog niet tot een filosoof pur sang. Daarvoor blijft deze ongrijpbare auteur te zeer een dichter, een devote volgeling van de talige schoonheid. Nimmer zul je hem betrappen op aftandse metaforen of voor de hand liggende parafrases. Steeds probeert hij te variëren, zich keer op keer te vernieuwen. Sporadisch levert dit hardnekkige streven naar originaliteit misschien wel wat al te buitenissige vergelijkingen op, maar desondanks lijdt het geen twijfel dat John Banville één van de meest verbijsterende stemmen uit onze tijd laat horen.

Geschreven door: Piet

Foto: Een hoge hal, rijk gedecoreerd en met een kroonluchter aan het plafond. Je ziet verschillende verdiepingen, die allemaal een sierlijke balustrade hebben en uitkijken op de begane grond.

Reageren op besproken boeken? Dat kan via de Bibliobus

Je bevindt je nu in een van de leeszalen van de Bibliotheek (in de afdeling boeken uit Ierland) die gevestigd is op het Literaplein.

Wandel terug naar de Agora, het centrale plein van FILOGOPOLIS.

Lees het laatste nieuws in onze stadskrant, de Logos.

Vraag de weg in het Tourist Office.