ß Margaret Atwood - Circe/Mud (FILOGOPOLIS)

FILOGOPOLIS

de stad waar het woord de weg wijst

Margaret Atwood - Circe/Mud

This story was told to me by another traveller, just passing
through. It took place in a foreign country, as everything does.

When he was young he and another boy constructed a woman out of mud. She began at the neck and ended at the knees and elbows: they stuck to the essentials. Every sunny day they would row across to the island where she lived, in the afternoon when the sun had warmed her, and make love to her, sinking with ecstacy into her soft moist belly, her brown wormy flesh where small weeds had already rooted. They would take turns, they were not jealous, she preferred them both. Afterwards they would repair her, making her hips more spacious, enlarging her breasts with their shining stone nipples.

His love for her was perfect, he could say anything to her, into her he spilled his entire life. She was swept away in a sudden flood. He said no woman since then has equalled her.

Is this what you would like me to be, this mud woman? Is this what I would like to be? It would be so simple.

In Margaret Atwoods titelloze gedicht over 'The mud woman' uit de bundel Circe/mud (p. 215) lezen we het verhaal van twee jongens die een vrouwenromp uit modder vervaardigen, deze figuur op een niet nader bepaald naburig eiland onderbrengen en 'haar' gedurende geruime tijd dagelijks bezoeken om met haar de liefde te bedrijven. Tenminste, zo zou het antwoord luiden op de traditionele vraag 'Waarover gaat het gedicht?'. Wat ik evenwel in dit korte artikel zou willen bekijken, is hoe de onderhavige tekst meerdere, ja zelfs divergerende betekenissen produceert. Vanwege, respectievelijk, de talrijke referenties en het beeldende karakter van het gedicht die mij bij eerste lezing terstond in het oog sprongen, zou ik hiervoor met name een beroep willen doen op de begrippen intertekstualiteit en interdiscursiviteit, zoals deze door Mikhail Bakhtin werden geïntroduceerd, en performativiteit, een concept dat aanvankelijk door Austin gemunt maar nadien verder uitgewerkt werd door o.a. Barbara Johnson en Judith Butler.

Volgens de Russische literatuurwetenschapper Bakhtin (1895-1975) is de taal strikt dialogisch van aard. Een nationale taal wordt veelal als een grote eenheidworst voorgesteld, maar in feite vertoont zij een sterk gelaagde structuur omdat ze is opgebouwd uit de meest uiteenlopende maatschappelijke discoursen (denk maar aan dialecten, regiolecten, jargons, of aan verschillen in taalgebruik al naar gelang klasse, leeftijd, beroep, afkomst, geslacht enz.). Elke uiting kan derhalve worden opgevat als een snijpunt van vroegere en contemporaine teksten en vertogen; ze reageert er niet alleen op, ze wordt er tevens door vormgegeven en aldus binnen een reeds betekenisvol kader geplaatst. Bovendien anticipeert elke uiting op eventuele toekomstige replieken die dankzij haar eigen actualisering ook tot de mogelijkheden zijn gaan behoren:

"Forming itself in an atmosphere of the already spoken, the word is at the same time determined by that which has not yet been said but which is needed and in fact anticipated by the answering word." (Bakhtin, Northon Anthology, p. 1205)

Het is dit netwerk van diachrone en synchrone teksten waarbinnen elke nieuwe tekst ontstaat, dat Julia Kristeva later in de jaren zestig van de vorige eeuw als intertekstualiteit zal aanduiden. Ofschoon het onderhavige gedicht geen titel draagt, nodigt de titel van de gehele bundel Circe/Mud evenwel meteen uit tot een intertekstuele referentie. Het personage Circe verwijst immers naar de tovenares die Odysseus, na afloop van de Trojaanse oorlog onderweg naar zijn thuisland Ithaka, in haar paleis ontvangt en zijn manschappen in varkens verandert. De parallel die hier getrokken wordt bestaat hierin dat de jongens zichzelf in varkens transformeren door zich zonder remmingen over te geven aan hun driften en door de modder te rollen, "into her soft moist belly, her brown wormy flesh". De vrouw, of tenminste haar torso, heeft de jongelingen zoals haar mythologische voorgangster behekst. Dit heeft de 'mud woman' evenwel niet aan haar magische krachten te danken, maar aan "the essentials" waaruit ze is opgebouwd.

Dit brengt ons bij het interdiscursieve karakter van elke uiting. Onder interdiscursiviteit verstaat Bakhtin namelijk het naast elkaar bestaan van vaak aan elkaar tegengestelde, of in ieder geval, elkaar ondermijnende uitingen. Hierbij gaat het niet zozeer om verbindingen tussen teksten als wel binnenin teksten. Zo heeft elke letterlijke lezing zijn ironische tegenhanger. In de westerse beeldcultuur waarin de vrouw dikwijls louter als lustobject wordt geportretteerd, krijgen "the essentials" hier dan ook een erg bittere bijklank. De vrouw zelf, hoewel schijnbaar tot leven gekomen - waarover straks meer -, blijft voor hen immers een gesloten boek; op een dag wordt ze weggespoeld door de zee, ofwel ze blijft 'the dark region' zoals de psychoanalisten het plegen te noemen. Ze is niet alleen "a mud woman" maar ook a 'mute' woman: in het fallocentrische universum heeft ze geen stem, wordt ze niet gehoord, maar slechts gebruikt ter bevrediging van de op hol geslagen lusten.

Nog een duidelijk geval van interdiscursiviteit treffen we trouwens aan in de afsluitende vragen van het gedicht:"Is this what you would like me to be, this mud woman? Is this what I would like to be?" Zeker nadat we zopas we hebben geconstateerd hoe denigrerend de vrouw op dat eiland werd behandeld, lijkt het weinig waarschijnlijk dat het lyrisch subject deze vragen op gewone vraagtoon zou stellen. Je zou verwachten dat ze veeleer sarcastisch of honend zouden worden gesteld. Maar juist omdat het hier om geschreven taal gaat, kunnen al deze mogelijkheden naast elkaar opereren.

Door de verwijzing naar Homèros' Odysseia heeft de tekst zich onmiskenbaar in de westerse literaire traditie ingeschreven, maar wie de ironische lezing aanhoudt, beseft dat dit gedicht bijgevolg ook het patriarchaat aanklaagt dat onder meer middels zulke canonieke literaire werken werd geconstitueerd en bestendigd. Daarvan zou ook nog een andere referentie in dit gedicht kunnen getuigen: de herschrijving van de mythe van de beeldhouwer Pygmalion die het vrouwenbeeld dat hijzelf had gemaakt, zodanig liefhad dat hij Venus smeekte haar tot leven te wekken, hetgeen ook geschiedde. Ook in dit gedicht komt de moddervrouw tot leven, maar zoals reeds eerder betoogd, ze blijft een ondoorgrondelijk enigma voor haar minnaars. Ook zij hebben haar gemaakt, maar zij onttrekt zich aan representatie zolang ze niet als volwaardig menselijk wezen wordt bejegend.

Maar wat heeft deze vrouw tot leven gewekt? Geen godheid, want die zijn reeds lang dood veklaard. De modder misschien? Hier botsen we op het begrip performativiteit, waarmee de Britse filosoof J.L. Austin (1911-1960) aanvankelijk taalhandelingen aanduidde die ingrijpen op de werkelijkheid en deze zelfs helpen voortbrengen (zoals het vonnis van een rechter, het ja-woord bij een huwelijk). Intussen gaan tal van taalfilosofen en literatuurtheoretici ervan uit dat het gehele taalsysteem in de ruimste zin performatief genoemd kan worden. Daar het menselijk denken immers talig van aard is, kan geen enkel idee over of indruk van de ons omringende werkelijkheid buiten de taal bestaan. Elke nieuwe uiting correleert zodoende niet alleen met voorafgaande en mogelijk volgende uitingen, maar vormt binnen haar eigen specifieke context weer een nieuwe combinatie en zodoende 'een stukje werkelijkheid'. In dit gedicht zien - bijna in de letterlijke zin van het woord - we hoe het beeld uit modder wordt gemaakt en hoe het de vrouw verder vergaat. Hier wordt niet zozeer een buitentalig eiland beschreven, als wel vormgegeven door middel van de voortschrijdende tekenstroom. Venus hebben we niet langer nodig; het schrift zorgt er wel voor de dode materie begint te ademen.

Omdat het een aaneenschakeling van betekenaren betreft, kan de modder hier dan ook metaforisch worden begrepen als de taal. Zij is ondoorzichtig - toont geen referent of vaststaande betekende -, smerig - met ideologie en belangen doordrenkt -, ongrijpbaar - de betekenis verglijdt telkens weer - en erotisch beladen - het schrijven genereert het tekstuele lichaam -, om slechts een paar connotaties te noemen.

Hier komen intertekstualiteit, interdiscursiviteit en performativiteit overigens ook samen: in een tekstuele wereld waar geen betekenis daadwerkelijk vastgepind kan worden, moet het hele taalsysteem en zodoende onze (vertroebelde) blik op de wereld noodgedwongen voortdurend in beweging zijn en blijven.

Geschreven door: Piet

Foto: Een hoge hal, rijk gedecoreerd en met een kroonluchter aan het plafond. Je ziet verschillende verdiepingen, die allemaal een sierlijke balustrade hebben en uitkijken op de begane grond.

Reageren op besproken boeken? Dat kan via de Bibliobus

Je bevindt je nu in een van de leeszalen van de Bibliotheek (in de afdeling boeken uit Noord-Amerika) die gevestigd is op het Literaplein.

Wandel terug naar de Agora, het centrale plein van FILOGOPOLIS.

Lees het laatste nieuws in onze stadskrant, de Logos.

Vraag de weg in het Tourist Office.