FILOGOPOLIS

de stad waar het woord de weg wijst

Reacties op het essay 'De innerlijke lichtinval'

Joost
Hoi Piet,

Een boeiend essay.
Zoals je in je essay vermeldt, moedig je de dialoog tussen zienden en 'niet zienden' aan. Daarom hierbij een reactie op je verhaal.

"Het verschil met het gehoor dat het enige zintuig is dat eveneens gegevens kan verschaffen over de ons omringende werkelijkheid zonder daarmee in direct lichamelijk contact te hoeven treden, bestaat hierin dat het zicht over een veel verder reikende actieradius beschikt, bijgevolg een aanzienlijk ruimere oppervlakte bestrijkt en de hoeveelheid verkregen informatie voelbaar groter wordt."

Weliswaar is de informatiestroom van het visuele zintuig vele malen groter, de 'actie'radius niet altijd denk ik. Dit omdat het auditieve zintuig omnidirectioneel is. Van een ruimer oppervlak (of grotere inhoud) is naar mijn mening niet altijd sprake. Wanneer men zich realiseert dat de gemiddelde Nederlander (Belg) meer dan 3 uur per dag aan de televisie gekluisterd zit en zijn ogen daarbij geen oog hebben voor wat er om hem heen gebeurt, mag gesteld worden dat het auditieve zintuig vaak een grotere ruimte beslaat. Onder water is de actieradius van het auditieve zintuig in de meeste gevallen ook groter.

Ik zou toe willen voegen dat de visuele waarneming slechts een beperkte en subjectieve weergave van de realiteit geeft.
Er zijn diverse illusies die dit illustreren, zoals een vaas met de contouren van de vorm van een gezicht. Een mens kan slechts óf een vaas, óf een gezicht herkennen, beide tegelijk is onmogelijk. De mens blijkt bijzonder sterk te zijn in het herkennen van basisvormen zoals gezichten.
Dit Gestalt-principe (zoals het heet geloof ik) speelt ook een rol bij het ontwerpen van Head-up displays voor piloten, bijvoorbeeld voor het illustreren van countouren van een landingsbaan. Het blijkt bijzonder lastig om de geprojecteerde symbolen mentaal te laten integreren met het normale beeld door de cockpit. Een ander sprekend voorbeeld is de maanillusie. De maan lijkt stukken groter wanneer die lager boven de horizon staat. Dit komt doordat de mens geneigd is wat ver weg is mentaal uit te vergroten. Wanneer je een maan door een koker bekijkt valt de illusie weg.

Ook leuk te melden is dat er in wetenschapland leuke ontwikkelingen gaande zijn op het gebied van auditieve interfaces. Mensen zijn bijzonder vaardig in het herkennen van bepaalde basiseigenschappen van geluiden, ook al worden ze tegelijkertijd afgespeeld.

Groeten, Joost

Piet
Beste Joost,

Mijn hartelijke dank voor je instructieve toevoegingen! Ik vind het altijd bijzonder als filosofie en wetenschap elkaar kunnen aanvullen, en niet, zoals al te vaak gebeurt, als onverzoenbare tegenpolen worden beschouwd.

Eerst en vooral wilde ik reageren op jouw bedenkingen omtrent de actieradius van het oog. Je schrijft dat het erdoor bestreken oppervlak zeker niet altijd en in alle omstandigheden groter dan dat van het gehoor. Ik zal je niet tegenspreken, maar waar ik wel de aandacht op zou willen vestigen is dat iemand dankzij het gezichtsvermogen in sommige gevallen informatie kan verwerven over hetgeen zich op tientallen kilometers van hem vandaan afspeelt. Denken we maar aan het fameuze fenomeen van de horizon. Ligt die niet bij helder weer en zonder noemenswaardige belemmeringen in het blikveld op 60 km ongeveer? Ik meen mij zoiets te herinneren, maar wellicht weet jij als man van de wetenschap daar meer over te vertellen?
Hoe dan ook, hoewel het gehoor zoals je heel terecht opmerkt omnidirectioneel is, zal het toch nooit zo ver reiken. Ik beschik niet meteen over cijfers aangaande de "auditieve horizon" maar ongetwijfeld ligt die toch een stuk dichterbij de waarnemer. Bovendien is het "beeld" dat je je via het gehoor van de omgeving kunt vomren ook veel synthetischer, sterker samengebald als het ware. Met het gehoor blijft het dikwijls erg moeilijk op een detail te focussen. Als ik een kamer binnenkom, waar druk gepraat wordt en als toemaatje nog harde muziek weerklinkt zal ik toch maar weinig exacte gegevens kunnen verschaffen over de ruimte waarin ik mij bevind, bijvoorbeeld over het aantal personen dat er zich ophoudt, hun leeftijd, etc. Daarentegen zal jij als ziende bij het betreden van dezelfde kamer in één oogopslag de situatie kunnen overzien, en desgewenst meteen op het gezicht kunnen focussen van één der aanwezigen. Je kunt je visuele beeld veel exacter ontleden.

Ik zal het voorlopig hierbij laten om je de kans te geven hierover je mening te kennen te geven. Maar wat betreft het soms illusoire karakter van de visuele perceptie, had ik je graag om nog wat meer toelichting gevraagd. Het voorbeeld dat je gaf van de vaas was me wel bekend, maar met het vliegwezen ben ik heel wat minder vertrouwd. Zou je misschien eens kunnen uitleggen met welk probleem de piloot precies geconfronteerd wordt bij het aan de grond zetten van zijn toestel? Dat boeit me namelijk ontzettend.

Ik kijk alvast uit naar je reactie!

Met vriendelijke groet,
Piet

Hoi Piet
Bedankt voor je reactie. Ik denk dat jouw reactie een goede aanvulling vormt op mijn beweringen. Namelijk dat het visuele orgaan enorm krachtig is, echter dat de mentale beleving in zijn totaliteit een andere zaak is, waarbij niet/slechtzienden zeker niet onderdoen voor normaal zienden.

Piloten gebruiken enorm veel (visuele) 'cues' bij het landen van een vliegtuig, zoals bijvoorbeeld optic flow - het voorbij schieten van 'textures' als het ware. Een soort misleiding die hierbij op kan treden is het feit dat als piloten hoger vliegen zij hun snelheid lager inschatten dan als zij lager vliegen.
De waarneming is doelgericht denk ik. Mensen zijn bijvoorbeeld ook heel goed in het inschatten van 'time-to-contact' op basis van visuele informatie. Erg nuttig bij het ontwijken/vangen van objecten zoals een bal die op je af komt, of bij autorijden.

Laten we een keer verder praten.

Naam:


Bericht:


Foto: In een decor van oude bomen met een groen bladerdak staat een mensenhoog ijzeren beeldhouwwerk. Het lijkt een poort van enkele opeengestapelde cirkels en ovalen (die aan de voor- en achterzijde dus plat van vorm zijn, maar wel een behoorlijke dikte hebben). Welke (menselijke) vormen zie je erin?

De innerlijke lichtinval bestaat uit een voorwoord en zes paragrafen. Met de onderstaande links kun je door het essay navigeren:
[ Kort vooraf ]
[ 1 ] [ 2 ] [ 3 ] [ 4 ] [ 5 ] [ 6 ]
[ geraadpleegde literatuur ]
Het geheel ligt in het kunstplantsoen dat zich in het Filosofiepark bevindt.

Wandel terug naar de Agora, het centrale plein van FILOGOPOLIS.

Lees het laatste nieuws in onze stadskrant, de Logos.

Vraag de weg in het Tourist Office.