FILOGOPOLIS

de stad waar het woord de weg wijst

De innerlijke lichtinval

1. "Waarom zou iemand die blind is in godsnaam willen fotograferen? Die persoon ziet toch immers niks van zijn omgeving en zal dus ook niet kunnen genieten van mooie plaatjes van bijvoorbeeld landschappen of stadstaferelen, laat staan dat hij ze zelf ook nog zou kunnen maken!" Vrienden die mijn levenshouding goed kennen en precies weten hoe de vork in de steel zit, vragen me wel eens waarom ik mij niet opwind wanneer ik met dergelijke uitingen van onbegrip word geconfronteerd. Ik zou dan kunnen antwoorden dat de hardnekkigheid, regelmaat en frequentie waarmee zulke opmerkingen mijn leven van jongs af aan hebben bevolkt, bij mij een soort van gewenning hebben teweeggebracht; alsof ik gaandeweg heb ingezien dat ze het resultaat zijn van een geheime, unilaterale clausule, waarover mij bij de ondertekening van het contract niets was verteld, maar die ik dien te accepteren, wil ik de gehele deal niet op de helling zetten. Of, ik zou kunnen aanvoeren dat die uitspraken te wijten zijn aan het vertrouwen dat velen, meestal onbewust, in de mening van de meerderheid stellen, en dat de Socratische wijsheid, die er in grote lijnen op neerkomt dat een oordeel niet gerechtvaardigd kan worden op grond van een numeriek overwicht maar louter dankzij een heldere argumentatie, mij juist heeft aangespoord hiertegen te protesteren op een manier die als rationeel zou kunnen worden beschouwd. Het is de meerderheid die de norm bepaalt en dus ook wat 'abnormaal' moet worden gevonden. Er is slechts een heel klein percentage van de bevolking dat met een visuele beperking door het leven moet, en die kleine groep krijgt dan ook prompt het minderheidsstigma op gekleefd. Een logisch gevolg daarvan is dat er maar weinig zienden in direct contact komen met visueel gehandicapte personen, waardoor ze zich geen correct beeld kunnen vormen van de levenswijze van die mensen en daarom, zich beroepend op simplistische gemeenplaatsen geboren uit het meerderheidsperspectief, menen te weten dat die wel heel sterk moet afwijken van de hunne. Een verontwaardigde reactie van mijn kant op een vraag als de eerst geciteerde zou weinig zoden aan de dijk brengen, omdat ik mij dan zou bezondigen aan dezelfde onnauwkeurigheid, namelijk het zich niet verplaatsen in het standpunt van de gesprekspartner, waardoor iedere dialoog ten langen leste dreigt te verzanden in een opeenhoping van misverstanden. Of nog, ik zou kunnen wijzen op het vaak komische karakter van dit soort voortvarende conclusies, die in hun op de spits gedreven naïviteit veeleer aandoenlijk dan offensief klinken, want ze getuigen van een ongedwongen nieuwsgierigheid, wat ik vanuit een filosofische invalshoek toch uitsluitend kan toejuichen? Jazeker, ik verkies de vragensteller boven de waarhedenslikker.
Deze motivaties zouden alle drie stuk voor stuk een deel van de verklaring kunnen bieden, maar mocht ik vervolgens pretenderen dat hiermee alles gezegd was, zou ik wegens de gecompliceerdheid ervan de vierde en wellicht voornaamste beweegreden onvermeld laten, met name dat ik dagelijks aan den lijve ondervind hoezeer de visuele waarneming het leven domineert en schijnbaar de scepter zwaait over alle overige menselijke gewaarwordingen. In dit artikel wil ik trachten te achterhalen waarop dit dictatoriale bewind van het gezichtsvermogen stoelt, en vertrekkend vanuit mijn persoonlijke ervaring na te gaan in hoeverre de legitimatie ervan werkelijk hout snijdt. Is bij de invulling van ons wereldbeeld het zien inderdaad zo doorslaggevend als we geneigd zijn te geloven? Of is die overtuiging wel toe aan enige relativering? Staat blindheid synoniem met de afwezigheid van licht en dus een leven in volslagen duisternis? Het zijn deze vragen die in de volgende bladzijden de revue zullen passeren, maar hoewel de daarbij geformuleerde observaties onvermijdelijk ook op de dagelijkse omgang zullen kunnen worden toegepast, betreffen ze toch in hoofdzaak de kunstbeleving van blinde personen. Zoals het aangehaalde voorbeeld al kon doen vermoeden, is het immers tevens de bedoeling aan te tonen dat kunstvormen die een beroep doen op audiovisuele middelen - theater, film, fotografie bv. - geenszins een gesloten boek moeten blijven voor wie toevallig het gezichtsvermogen moet missen.
Alvorens van wal te steken, lijkt het mij raadzaam reeds bij aanvang open kaart te spelen en summier mijn eigen levensloop te schetsen, vooral daar het verderop nodig zal zijn de hulp in te roepen van enkele vaststellingen uit mijn persoonlijke ervaringssfeer. Toen ik zes maanden oud was, constateerde de oogarts dat mijn rechteroog door retinablastoom was aangetast, een zeldzame vorm van oogkanker die in veel gevallen naar de hersenen dreigt uit te zaaien. Ik werd hiervoor lange tijd behandeld en uiteindelijk genezen verklaard, al kon ik toen nog maar uit één oog zien. Vijf jaar later, in 1989, stelden de artsen, nu bij mijn linkeroog, dezelfde en nog bijkomende symptomen vast. Dit betekent dus dat ik sinds mijn vijfde volledig blind ben, maar dat ik gedurende de eerste jaren van mijn leven met één oog vrij goed heb gezien. Ik had het geluk dat ik, dankzij de technologische vernieuwingen - aanpassing van computermateriaal voor blinden *1 - en het Vlaamse GON-project - Geïntegreerd Onderwijs -, al gauw kon doorstromen naar het reguliere onderwijs en hierdoor de kans kreeg om in een gewone leefomgeving op te groeien. Omdat ik hiervan nog alle dagen de vruchten pluk, ben ik ook blijven pleiten voor de integratie van andersvalide personen in de maatschappij. *2

Noten

1. Deze technologische vooruitgang heeft meerdere cruciale gevolgen gehad. Ten eerste hoeft de leraar in het reguliere onderwijs geen braille meer te kennen, omdat hij nu indien nodig kan meelezen op het scherm wat zijn leerling schrijft; wanneer de student een toets of taak maakt, worden de oplossingen in zwartschrift afgedrukt. Ten tweede kan de gehandicapte student door de digitalisering van de informatie veel zelfstandiger werken, zodat hij bijvoorbeeld niet meer naar de bibliotheek hoeft om opzoekingen te doen. [ terugkeren ]

2. Zie hiervoor o.a. Devos, P., 'Integration in the education system' en 'Integration on the labour market', art., onuitg. (2003). Het betreft hier de ongepubliceerde tekst van de lezing die ik in de periode van december 2002 tot april 2003 aan verschillende Poolse universiteiten heb gegeven. De artikels zijn on line te raadplegen op: http://www.kimbols.be/artikels/integratie/
rubriek_integratie.php
. [ terugkeren ]

Foto: In een decor van oude bomen met een groen bladerdak staat een mensenhoog ijzeren beeldhouwwerk. Het lijkt een poort van enkele opeengestapelde cirkels en ovalen (die aan de voor- en achterzijde dus plat van vorm zijn, maar wel een behoorlijke dikte hebben). Welke (menselijke) vormen zie je erin?

Dit is deel 1 van het essay De innerlijke lichtinval dat verder uit de volgende delen en paragrafen bestaat:
[ Kort vooraf ]
[ 2 ] [ 3 ] [ 4 ] [ 5 ] [ 6 ]
[ geraadpleegde literatuur ]
[ reacties ]
Het geheel ligt in het kunstplantsoen dat zich in het Filosofiepark bevindt.

Wandel terug naar de Agora, het centrale plein van FILOGOPOLIS.

Lees het laatste nieuws in onze stadskrant, de Logos.

Vraag de weg in het Tourist Office.