De mens zou een aaneenschakeling zijn van basale behoeften die liefst zo overvloedig moegelijk bevredigd moeten worden? Maar welk verhaal vertellen de grotten van Lasceaux en de schilderingen in Altamira, beide duizenden jaren oud, ons eigenlijk? De schilderijen van Velázquez? De bruggen van Calatrava? Is er dan een drift die we door middel van kunstwerken moeten zien te bedaren? Omdat we allebei zowat met kunst zijn vergroeid, kon het niet anders of we zouden er een afzonderlijk stekje voor reserveren in FILOGOPOLIS. Met een kleine doorsteek bereik je trouwens van hieruit direct het aangrenzende Literaire Pretpark. Wie eventjes verder wandelt zal gauw genoeg begrijpen waarom beide zo’n onafscheidelijk paar vormen. Het mag duidelijk zijn: vragen naar en over kunst zijn in dit deel van het Filosofiepark vogelvrij verklaard!
In het wereldberoemde muzikale sprookje Peter en de Wolf (1936) van Sergej Prokofjev verbeeldt ieder instrument zijn eigen personage. De hoorns stellen de wolf voor, de fluit het vogeltje, de violen Peter enzovoorts. Hoewel er ook een stem in het stuk is verwerkt die achtergronduitleg geeft, is er veel ruimte gelaten om de instrumenten zoveel mogelijk voor zichzelf te laten spreken. Prokofjev heeft een uiterste inspanning geleverd om het sprookje optimaal toegankelijk te maken voor zijn doelgroep, de jeugd. Je kunt Peter en de Wolf daarom wel beschouwen als een toppunt in de verhalende muziek.
Om verder te lezen in dit essay, kies voor het tekst/html-formaat of voor het pdf-formaat
Ziet een blinde de wereld anders dan een ziende? Een vraag die in de jaren negentig de aanleiding was voor een intrigerende briefwisseling tussen twee Engelstalige filosofen, Milligan en Magee. Toch kan het antwoord niet uitsluitend uit epistemologische hoek komen: ook neurologen, psychologen, sociologen en kunstenaars zijn mee in de boot gestapt. Eindbestemming van de reis? Die is steeds minder welomschreven: om de haverklap wijzigen nieuwe vragen de koers. Hoe meer de antwoorden aan relevantie schijnen te winnen, des te vager wordt het op welke vraag uit de rij ze nu betrekking hadden.
Omdat ik mij nooit volledig met één van die door de verschillende disciplines gehuldigde visies kon verzoenen, achtte ik enkele maanden geleden de tijd rijp zelf de handschoen op te nemen. Ik boog me daarbij vooral over de vraag hoe blinden beeldende kunst (kunnen) ervaren. Ik wilde de verschillende uitgangspunten met elkaar verbinden en daar mijn eigen overpeinzingen aan toevoegen. Het is een gevarieerde excursie geworden waaraan ik koffers vol ideeën heb overgehouden.
In dit eerste inleidende essay heb ik geprobeerd met de aangehaalde filosofische discussie als leidraad de krijtlijnen uit te zetten, waarlangs ik in latere teksten meer specifieke deelproblemen zal benaderen. Als je niet voldoende onderlegd bent om binnen een bepaald theoretisch paradigma te opereren, geeft je dat wel een grote bewegingsvrijheid. Dit is dus geen wetenschappelijk artikel, wel een beschouwing over de (in)directe visuele ervaring en haar esthetiek.
Piet Devos, maart 2005
Het kunstplantsoen bevindt zich in het Filosofiepark.
Wandel terug naar de Agora, het centrale plein van FILOGOPOLIS.
Lees het laatste nieuws in onze stadskrant, de Logos.
Vraag de weg in het Tourist Office.
Wegen extra muros (links naar kunstfilosofische sites):
Stefan Beyst: ondanks het
feit dat de presentatie praktisch gezien te wensen over laat, een waardevolle,
diepgaande site over kunsttheorie
Copyright © FILOGOPOLIS