In zowat alle leerboeken wordt Socrates (469-399 v.Chr.) beschouwd als de eerste serieuze westerse filosoof. Zijn invloed op onze cultuur zou ongekend zijn geweest. Daarom kon hij uiteraard ook niet ontbreken in de 20-delige boekenserie “Kopstukken van de Filosofie” die De Morgen in samenwerking met Oxford University Press verzorgt, en waarin C.C.W. Taylor de spits afbijt met deze Griekse wijze. Maar hoeveel weten we eigenlijk van de grote Socrates?
Het lastige probleem is dat hij zelf geen enkel geschrift heeft nagelaten, en dat hij daarom een bepaalde ongrijpbaarheid behoudt. We krijgen slechts een beeld van hem via anderen die hem citeren, met name Xenophon en natuurlijk Plato met zijn beroemde dialogen waarin hij regelmatig een gespreksdeelnemer is. Maar zodra je deze bronnen gaat bestuderen, rijst direct de vraag, in hoeverre die interpretaties de ‘ware’ historische Socrates weerspiegelen, en of ze niet voor een groot deel een eigen invulling van de persoon Socrates betreffen. Het is daarom ook verre van gemakkelijk enige vat te krijgen op zijn leer.
Behalve in filosofische teksten komt Socrates ook voor in verschillende theaterstukken. We maken daaruit op dat hij “demonstratief eenvoudige kleding” zou dragen en op blote voeten zou lopen “om de schoenmakers te treiteren”. Ook werd er over hem gesproken als “een kletskous met het voorkomen van een bedelaar die niet wist waar zijn volgende maaltijd vandaan zou komen”. De Griekse wijze zag er ongetwijfeld niet uit als een alledaagse heer, als komedieschrijvers zo de spot met hem dreven. Want hoewel hij van gegoede komaf was, ging hij in simpele en versleten kledij de straat op en, er zijn geen historici die dit betwisten, om dan aldaar de mensen met hun zogenaamde aanspraken op wijsheid te confronteren. C.C.W. Taylor zegt hierover:
“Alle beschrijvingen van Socrates zijn het over één ding eens: hij was bovenal iemand die argumenteerde en vragen stelde, iemand die de pretentie van mensen dat zij deskundig waren op de proef stelde en inconsequenties in hun overtuigingen aan het licht bracht.”
Het blijft een nostalgisch beeld, dat van de man die zonder schoeisel en slechts in wat slonzige lappen gehuld de markt afstruint, mensen uit de menigte plukt en hen aanspreekt op de kennis waar ze zo prat op gaan. Door middel van het stellen van bepaalde gerichte vragen ontmantelt hij deze pretentie, hun overtuigingen worden op losse schroeven gezet, echter zonder dat hij direct onverhoopt met zijn eigen kennis gaat pochen. Zo lijkt hij de verpersoonlijking van de bescheiden maar kritische wijsheid te zijn. Het is een ideale en tot de verbeelding sprekende instelling van de filosoof die, hoewel hij als een vreemde snuiter in het straatleven moet hebben gegolden, een belangrijke inspiratiebron is geweest voor velen die hem navolgden.
Geheel in lijn met Socrates’ uiterst onderdanige opstelling, schrijven in de dagelijkse omgang veel mensen hem de paradoxale uitspraak “ik weet niets behalve dat ik niets weet” toe. Dit is echter een misverstand. Het citaat is namelijk een interpretatie van de latere scepticus Arcesilaüs, die uit het feit dat Socrates anderen ondervroeg, met hen debatteerde en steeds weer hun wijsheid onderuit wist te halen, dacht te kunnen concluderen dat er volgens hem dan ook daadwerkelijk niets is dat de zintuigen of de geest als zeker kunnen beschouwen, en dat hij dus ook al een scepticus was. “Integendeel, hij dachtt dat kennis gelijk is aan het Goede en hij wendt de negatieve resultaten van zijn onderzoekingen aan als een stimulans om daar verder naar te zoeken,” aldus Taylor.
Het is niet alleen Arcesilaüs die in zijn leer Socrates naar zijn hand heeft gezet, of tenminste toch gebruikt. Er is zelfs zo’n aanzienlijk aantal filosofen die zich op een dergelijke manier door hem hebben laten inspireren, dat Taylor een heel hoofdstuk aan hen heeft gewijd. Hij schenkt hierin niet alleen aandacht aan de heren uit de oudheid, maar eveneens aan middeleeuwse, Arabische en moderne filosofen, onder wie Hegel, Kierkegaard en Nietzsche. Met zijn allen samen tonen ze ons hoe kneedbaar de figuur van Socrates is.
Hij is dus een wijsgeer waar we in principe weinig met zekerheid over kunnen zeggen, en waar C.C.W. Taylor toch een heel boek mee heeft gevuld. Hoe slaagt hij daarin? Het bronnenmateriaal dat er over Socrates beschikbaar is neemt hij met een wetenschappelijke precisie in ogenschouw, en analyseert op scherpe en kritische wijze wat we hierin voor objectieve en feitelijke informatie over de filosoof kunnen aannemen. Het resultaat is een degelijk boekwerk, dat helaas echter wel aan toegankelijkheid inboet vanwege de stoffige en wollige taal. Hoe dan ook is Socrates zo’n fascinerend mens die met zijn benadering voor de westerse samenleving van een dusdanig onmiskenbaar belang is gebleken, dat je dat ongemak maar even op de koop toe moet nemen.
Socrates zit op een van de bankjes die in het Filosofiepark staan.
Wandel terug naar de Agora, het centrale plein van FILOGOPOLIS.
Lees het laatste nieuws in onze stadskrant, de Logos.
Vraag de weg in het Tourist Office.
Copyright © FILOGOPOLIS