FILOGOPOLIS

de stad waar het woord de weg wijst

Nietzsche in een notendop

De dolle mens

"God is dood!" zegt de dolle mens, en hij ziet dat de mensheid in een soort hypocriete situatie aan het leven is. De dolle mens, een belangrijk personage van Nietzsche dat hoogstwaarschijnlijk diens denkbeelden vertegenwoordigt, attendeert de gevestigde denker, de wijze mens, op het feit dat hij nog steeds werkt, leeft en denkt volgens de platoons-christelijke traditie, dat wil zeggen een werkelijkheidsopvatting die uitgaat van een hogere wereld die beter is dan de onze. En dit, terwijl die hogere God allang dood is, vermoord door ons, de mensheid die erachter is gekomen dat God niet bestaat. "Wij hebben hem gedood, - jullie en ik! Wij allen zijn zijn moordenaars! Maar hoe hebben wij dit gedaan? (…) Wat hebben wij gedaan, toen wij deze aarde van haar zon loskoppelden? In welke richting beweegt zij zich nu? In welke richting bewegen wij ons? Weg van alle zonnen? Vallen wij niet aan één stuk door? (…) Dolen wij niet als door een oneindig niets? Voelen we de adem van lege ruimte in het gezicht?" Nee, dit laatste is nog niet het geval, de mens heeft niet door dat met het ter dood verklaren van God het einde aangebroken is van de platoons-christelijke traditie en dat de waarheidsopvatting zijn stevige fundering verloren heeft. Men wéét dus dat er geen sprake kan zijn van het bestaan van de hogere werkelijkheid waar de traditie vanuit gaat, de mens heeft in zijn wil tot waarheid, het wetenschappelijk kennen ofte wel onder controle krijgen van de wereld, God allang ter dood verklaard. Maar toch leeft men nog volgens een cultureel waardesysteem dat wel uitgaat van die metafysische wereld.
Op een gegeven moment, zegt Nietzsche, zal de wil tot waarheid zichzelf onderuit halen. De mens zal dan wèl in gaan zien dat de gevestigde visie op de wereld, en nader bepaald op de ethiek volgens welke wij leven, op niets waarheidsgetrouws meer kunnen steunen. Men zal erachter komen dat de fundamenten van ons waardesysteem, die uit de platoons-christelijke traditie afkomstig zijn, reeds lang zijn verdwenen.
En op dit moment komt de mens in een situatie van nihilisme terecht. Wanneer alle gevestigde opvattingen onderuit zijn gehaald, wanneer ze allemaal onwaar blijken te zijn, krijgt men het idee dat alle visies fout zouden zijn.
Maar de mens heeft iets bereikt, en dat is dat hij inziet dat zijn voormalige gevestigde waarheid een illusie was, en dat alle waarheden illusies zijn: "Wat is waarheid dus? (…) een som van menselijke relaties die op poëtische of retorische wijzen zijn verheven, overgedragen en opgesierd, en die een volk na lang gebruik als vaststaand, canoniek en bindend voorkomen: waarheden zijn illusies waarvan men vergeten is dat ze illusies zijn (…)." Nu is het tijd om een eigen waarheid te gaan scheppen, met behulp van welke de individuele mens zijn leven kan gaan leiden. Deze waarheid zal uiteraard eveneens een illusie zijn, maar nu de mens in deze fase terecht is gekomen, is hij er tenminste van bewust dat het om een illusie gaat, en dat is het belangrijkste. Hij zal die nieuwe waarheid nu als een bewuste illusie koesteren.

Het vormgeven van de nieuwe, door het individu zelf geschapen waarheid zal niet voor iedereen even gemakkelijk zijn. De mens zal de fundamenten van het leven niet meer aangereikt krijgen, maar hij zal ze zelf moeten opbouwen, en dit kun je doen door de leer van de eeuwige wederkeer in het achterhoofd te houden.

De leer van de eeuwige wederkeer

Stel dat je leven als een zandloper is die eeuwig omgekeerd wordt, die je eeuwig opnieuw zou moeten leven, hoe zou je dat dan vinden? Een leven dat voor altijd opnieuw geleefd moet worden, waar je niet uit kunt ontsnappen, is de gedachte waar de leer van de eeuwige wederkeer vanuit gaat. Als iemand zou zeggen dat je dit leven, "zoals je het thans leeft en geleefd hebt" nog eens en ontelbare malen zult moeten leven, "zou je je niet plat ter aarde werpen en tandenknarsen de demon vervloeken die zo praatte? Of heb je ooit zo'n onbeschrijflijk ogenblik meegemaakt, waarop je hem zou antwoorden: 'je bent een god, en nooit hoorde ik iets goddelijkers!'" Nietzsche merkte op dat een groep mensen wellicht niet ingenomen zou zijn met dit idee van de eeuwige wederkeer. Ze zouden hun leven nooit opnieuw willen leven, hun leven zou eruit zien als een eeuwige vlucht van datzelfde leven. Het andere deel van de mensheid echter heeft zijn leven zó ingericht dat hij er zich gelukkig bij voelt, en op deze manier toont hij zijn levensbevestiging. In deze houding zou de mens wel voor eeuwig en nog langer ditzelfde leven willen ervaren.
Als de mens werkelijk uitgaat van een eeuwige wederkeer, zal hij beseffen dat dit ogenblik zich nog ontelbare malen zal herhalen, en dat hij dit ogenblik op zo'n manier vorm moet geven dat hij het ook werkelijk voor altijd wil kunnen ervaren. Als hij dit niet doet, zal de eeuwigheid voor hem een constante kwelling zijn van de vlucht waaruit niet gevlucht kan worden - juist vanwege die eeuwige wederkeer. De vraag 'wil je dit nog eens en nog ontelbare malen?' zou als de grootste nadruk op het menselijk handelen gaan liggen.
Deze vraag dwingt je als mens ertoe bij jezelf te rade te gaan voor de ontwikkeling van je eigen leven. We moeten de werkelijkheidsopvatting die we traditioneel aan de hand van de platoons-christelijke traditie aanhielden, verwerpen. Het was slechts een voor algehele waarheid aangenomen illusie, waarvan de fundamenten inmiddels ontkracht zijn. Nietzsche zegt hier: "(… 'Laten we ons dus beperken tot het zuiveren van onze meningen en waarderingen en tot het scheppen van nieuwe waarde-tafels -". De mens heeft nu dus tot taak gekregen om zijn eigen waarheid te scheppen, en zijn eigen leven in te richten volgens deze zelfgeschapen waarheid om niet in een ellendige vluchttoestand van levensontkenning te vervallen. Het is zaak om je leven te erkennen en te bevestigen: dit is het leven, en hier moet je het mee doen, en daarom kun je het beste je leven maar zó inrichten, dat je het liefhebt (amor fati). Je moet willen worden wie je bent: ontken jezelf en je leven niet, je bent toch al en je zult altijd zijn, je kunt maar beter je leven in de vorm gieten die stoelt op jouw eigen waarheid, zodat je gelukkig wordt met jezelf en je eigen leven, en alle ogenblikken wel voor eeuwig zou willen laten wederkeren.

Foto: Een tegen een groene helling omhoogslingerend grindpad, en aan het begin, aan de rechterkant, een standbeeld van een ver voor zich uit kijkende man met een rol papier in de hand.

Nietzsche zit op een van de parkbankjes die in het Filosofiepark staan.

Wandel terug naar de Agora, het centrale plein van FILOGOPOLIS.

Lees het laatste nieuws in onze stadskrant, de Logos.

Vraag de weg in het Tourist Office.