FILOGOPOLIS

de stad waar het woord de weg wijst

Nietzsches visie op het lijden - Interview met Philippe Lepers

Piet: De agonale wil is vanwege zijn vernietigende krachten ook de bron van alle lijden, lezen we bij Nietzsche. Veel commentatoren beklemtonen daarbij dat er een link bestaat tussen dit filosofische denkbeeld en Nietzsches eigen leven, vol eenzaamheid en ziekte, maar jij verwerpt die parallel. Hoe moet het Nietzsches "lijden" volgens jou dan wel worden uitgelegd?

Philippe Lepers: Op dit punt is het belangrijk een onderscheid te maken tussen de verschillende fases in zijn ontwikkeling. Vooral in zijn vroegste werk heeft Nietzsche het over het "oerlijden", het "oer-ene" etc. Binnen die periode zou het daarom onjuist zijn dit lijdensidee als een heel praktische ervaring op te vatten. Als je bij wijze van spreken op straat loopt en er valt een dakpan op je hoofd, waarna je je afvraagt waarom moet mij dat nu weer overkomen, staat dat volstrekt los van wat Nietzsche onder lijden verstaat. Geleidelijk aan krijgt het leed in zijn latere teksten echter een meer psychologische lading, maar dan in de zin dat het mensen ook sterker kan maken en dat zij die hogerop willen geraken zelf juist moeilijke situaties opzoeken omdat ze weten dat die hen uiteindelijk zullen helpen hun doel te verwezenlijken. In mijn boek heb ik wel aangegeven dat hij bij de formulering van deze gedachte wellicht beïnvloed werd door bepaalde persoonlijke omstandigheden - de innerlijke strijd die hij voerde omtrent zijn toekomst, de twijfels of hij nu als filoloog of als filosoof verder wilde -, maar meer ook niet. Ik vind dus inderdaad dat onderzoekers al te vaak die biografische interpretatie te veel op de spits drijven, en alles willen verklaren met behulp van feiten als de vroege dood van zijn vader. Natuurlijk heeft een aantal tragische gebeurtenissen zijn persoonlijkheid getekend, maar als je daaruit meteen afleidt dat die zijn filosofie hebben bepaald, bezondig je je toch aan "jumping to conclusions". Bij Nietzsche zelf heb ik nergens een klaagzang over zijn tegenslagen gelezen.

Piet: Maar zoekt Nietzsche niet naar de rechtvaardiging van het concrete lijden in de wereld?

Philippe Lepers: Wel, laten we het eerst even over de term 'kosmodicee' hebben die ik in mijn boek heb gebruikt om Nietzsches wereldbeeld te omschrijven. Die doet ons immers onmiddellijk denken aan het veel bekendere 'theodicee', ofte wel de rechtvaardiging van God ten opzichte van het lijden in de wereld. In analogie daarmee zou je kunnen veronderstellen dat kosmodicee ook wel een aanverwante rechtvaardiging benoemt, maar ik geloof niet dat ik daarop ooit het hoofdaccent heb gelegd in mijn studie. Het gaat eigenlijk om de vraag: is de wereld zinvol, ja of nee? In de rechtvaardiging van de wereld - dat hij er überhaupt is - speelt het lijden uiteraard wel een belangrijke rol. Zo zou je onder meer kunnen zeggen dat de ellende van de slaven waarover Nietzsche schrijft, binnen zijn kosmodicee gerechtvaardigd wordt omdat de slaven er dankzij hun arbeid voor zorgen dat genieën hun grootse daden kunnen verrichten. En het is juist die elite van geniale individuen die, volgens Nietzsche, ons bestaan zin verleent.
Rüdiger Safranski stoort zich aan dit aspect van Nietzsches denken, aangezien deze stelling die de onderdrukking van hele bevolkingsgroepen legitimeert hem volstrekt onaanvaardbaar toeschijnt. Maar is deze kritiek niet enigszins hypocriet? In onze cultuur is het tot op zekere hoogte toch niet anders: de academicus heeft ook zijn schoonmaakpersoneel dat zijn studeerkamer netjes houdt, werkt ook met een computer die fabrieksarbeiders eerst in elkaar hebben moeten zetten, enz. Dit is ook een vorm van uitbuiting, maar omdat het werk van die academicus in onze christelijke traditie nu eenmaal hoger wordt aangeslagen dan dat van zijn poetsvrouw, mag je dat natuurlijk niet met zoveel woorden zeggen.

Piet: Zoekt Nietzsche met zijn kosmodicee, gebaseerd op de onkenbare levenswil en het daaraan inherente 'oerlijden' - "waarvan elk vorm van fenomenaal lijden een voorstelling is" (p. 39) - geen aansluiting bij de idealistische traditie, de sceptici? Zo meent Nietzsche zelfs in onze voorstellingen doorheen de geschiedenis een toenemende verfijning te kunnen ontwaren, een stelling die - zij het sterk afgezwakt - aan Hegels Weltgeist schatplichtig lijkt te zijn. Of anders, is een grondprincipe als de wil "die zich aan alle predikaten onttrekt" eigenlijk wel te verenigen met Nietzsches streven om elke vorm van metafysica als een antropomorf hersenspinsel te ontmaskeren?

Philippe Lepers: Ja, hier raken we weer aan die dubbelheid van Nietzsche. In zijn geschriften zie je inderdaad de volgende ideeën voortdurend terugkeren, namelijk ten eerste de gedachte dat alles voorstelling is, ten tweede dat er buiten die voorstellingen toch nog een bepaalde werkelijkheid moet bestaan en ten derde een onafgebroken streven naar die ultieme waarheid. Zijn stelling over de toenemende verfijning van onze voorstellingen bijvoorbeeld moet je dan ook beschouwen als een poging om al die elementen met elkaar te verbinden.
De vooraanstaande Duitse onderzoeker Müller-Lauter heeft in dit verband geopperd dat we al deze tegenstellingen waarvan Nietzsches oeuvre doortrokken is en die op het eerste gezicht inconsequent lijken, kunnen opvatten als één van Nietzsches meest fundamentele intuïties, namelijk dat het leven van de onverzoenbare tegenstrijdigheden aan elkaar hangt. Daardoor wordt Nietzsche de ontwerper van de filosofie van de pluraliteit, die niet langer tracht het menselijk bestaan in een sluitend eenheidsdenken samen te ballen. Nu kan zo'n complexe kijk op de wereld ons enerzijds wel tot wanhoop drijven, omdat we de werkelijkheid blijkbaar nooit volledig zullen kunnen doorgronden, maar anderzijds kan die ook heel stimulerend werken: het leven is immers zo rijk dat het onmogelijk is het met behulp van één 'grand unified theory' te verklaren.

Foto: Een tegen een groene helling omhoogslingerend grindpad, en aan het begin, aan de rechterkant, een standbeeld van een ver voor zich uit kijkende man met een rol papier in de hand.

Dit is het derde deel van het interview met Philippe Lepers. Je kunt terugkeren naar de inhoudsopgave voor een overzicht van de vijf blokken waarin het is opgedeeld.

Piet praat met Philippe Lepers op het parkbankje van Nietzsche in het Filosofiepark.

Wandel terug naar de Agora, het centrale plein van FILOGOPOLIS.

Lees het laatste nieuws in onze stadskrant, de Logos.

Vraag de weg in het Tourist Office.