FILOGOPOLIS

de stad waar het woord de weg wijst

Nieuwe en oude waarden - Interview met Philippe Lepers

Piet: "Hij stelde de christelijke waardenschaal in vraag", zeg je. Kun je dat even toelichten?

Philippe Lepers: Allemaal zijn we opgevoed met die typische christelijke waarden die zo vanzelfsprekend lijken, en dan tref je plots bij Nietzsche uitspraken aan als "Geluk interesseert me niet" die je met verstomming slaan. Je weet er eenvoudigweg geen raad mee. Je vraagt je af hoe dit mogelijk is, want iedereen streeft toch naar persoonlijk geluk? Bij Nietzsche blijkt het dus niet zo te zijn. Waarschijnlijk heeft dit grotendeels te maken met het feit dat hij vanuit het perspectief van de oud-Griekse cultuur vertrok, waar we niet meer zo vertrouwd mee zijn en waardoor het in het begin moeilijk is hem te volgen. Kort geleden botste ik nog op een hoofdstukje in Aristoteles' Ethica over "de grootse mens", waarin deze onder meer wordt beschreven als iemand die neerkijkt op andere mensen die niet dezelfde verdiensten hebben als hij. (Je merkt meteen hoe Nietzscheaans dit klinkt.) Christenen classificeren een dergelijk gedrag direct als verwaandheid, terwijl de Grieken er blijkbaar geen problemen mee hadden dat iemand die zich boven anderen verheven wist, daar ook openlijk voor uitkwam. Nietzsche spoort zijn lezer ook aan het beste uit zichzelf te halen en het christelijke gelijkheidsdiscours te verwerpen.

Piet: Jezelf overtreffen, is de boodschap. Nietzsche scheen er zelf niet voor terug te schrikken zijn inspirator Schopenhauer, die hij toch bewonderde en met wiens filosofie de zijne aanzienlijke parallellen vertoont, te bekritiseren. Nietzsche was het met Schopenhauer eens dat de wil, als fundamentele levenskracht, de voorstellingen voortbrengt die onze enige brug met de werkelijkheid vormen, maar in tegenstelling tot zijn grote voorbeeld geloofde Nietzsche niet dat het op enigerlei wijze mogelijk is zich van die wil te bevrijden. Hoe doorslaggevend is deze kritiek geweest voor Nietzsches verdere ontwikkeling?

Philippe Lepers: Ja, ik denk dat vooral het agonale karakter van die kritiek van belang is. Met het agonale wordt het Griekse idee van de wedijver bedoeld: een soort van gezonde concurrentie die ook noodzakelijk is om het beste uit jezelf te halen. Nietzsche schrijft dan ook ergens dat de mensen tegen wie hij het opneemt, ook diegenen zijn die hij het meest bewondert. Hij kon geen epigoon of dweper zijn. Je bespeurt ook een gevoel van schaamte bij Nietzsche telkens als hij in latere geschriften terugblikte op zijn vroege periode tijdens welke hij Richard Wagner had aanbeden.
Maar dus ook Schopenhauer moest hij, koste wat het kost, achter zich laten. In het essay dat hij aan Schopenhauer wijdde, vind je trouwens geen verwijzingen terug naar de inhoud van diens leer. Nee, Nietzsche koesterde veeleer bewondering voor hem omdat hij hem als een "opvoeder" en stimulerende prikkel beschouwde.

Foto: Een tegen een groene helling omhoogslingerend grindpad, en aan het begin, aan de rechterkant, een standbeeld van een ver voor zich uit kijkende man met een rol papier in de hand.

Dit is het tweede deel van het interview met Philippe Lepers. Je kunt terugkeren naar de inhoudsopgave voor een overzicht van de vijf blokken waarin het is opgedeeld.

Piet praat met Philippe Lepers op het parkbankje van Nietzsche in het Filosofiepark.

Wandel terug naar de Agora, het centrale plein van FILOGOPOLIS.

Lees het laatste nieuws in onze stadskrant, de Logos.

Vraag de weg in het Tourist Office.