En daar gaat de boot. Aan boord bevindt zich de as van Edmea Tetua, een gevierde operazangeres die wenste dat ze na haar dood in stoffelijke vorm voor de kust van haar geboorteiland uitgestrooid zou worden. Een heleboel sjieke lieden vergezellen haar op deze laatste reis. De hoogste personen uit de operawereld alsook een Oostenrijks-Hongaarse groothertog hebben de eer om aan boord te zijn van dit statige cruiseschip.
Het is zomer 1914 maar de smaakvol opgedofte passagiers van het schip zitten voor hun gevoel nog middenin de belle epoque. Onbezorgd geleuter en nietsvermoedend gezang voeren de boventoon. Het enige dat in de eerste dagen van de reis de onbekommerdheid nog lijkt te kunnen verstoren is het treurige overlijden van hun grote voorbeeldsopraan Edmea Tetua.
Maar dan dringt de wereldsituatie de boot binnen. Op zee, en wel de Adriatische, wordt een grote groep Servische vluchtelingen aangetroffen, en de kapitein beschouwt het als zijn plicht deze mensen te hulp te schieten. Dit is echter tegen de zin van de hoge dames en heren die zich slechts bezighouden met hun ergernis over die 'vieze types' die in de weg lopen op hun schip.
Toch lijkt hun houding in de loop van de tijd dat ze met elkaar opgescheept zitten milder te worden. In eerste instantie worden de vluchtelingen nog wel naar het dek verbannen, maar zodra zij op traditionele wijze gaan zingen en dansen krijgen ze ook langzaam aan de westerlingen met zich mee. En wanneer er een Oostenrijks oorlogsschip dreigend aan komt varen zitten ze zelfs ontegenzeglijk met zijn allen in hetzelfde schuitje.
Federico Fellini, die met name in een adem wordt genoemd met La dolce vita en de Trevi-fontein, zien we hier aan het werk in een van zijn minder bekende prenten die wel degelijk bewijst dat hij ons heel wat meer dan zijn hoofdwerken alleen te bieden heeft. In het oog springend zijn vooral de eerste scènes, die eruit zien als een film zoals hij begin twintigste eeuw werd geproduceerd: zwart-wit en met slechts geratel als achtergrondgeluid. Geleidelijk echter ontwikkelt zich de techniek - je gaat stemmen horen, kleuren zien - en komen we wat dat betreft in 1983 terecht, het jaar waarin de film verscheen. Hoe dan ook heerst er nog wel degelijk de sfeer van begin 1900 die gekenmerkt werd door het zorgeloze geteut van de hogere klasse. Met schitterende momenten (zoals het veelstemmige wijnglas-concert, een paniekzaaiende meeuw die de eetzaal binnenvliegt en het opera-gezang in de machinekamer) weet Fellini dit op een onvergetelijke wijze vast te leggen.
Regie: Federico Fellini
Jaar: 1983
Door: Karlijn
Deze film draait ergens in het doolhof dat de Filogopolitische Filmzalen zijn die tot de Bioscoop behoren.
Wandel terug naar de Agora, het centrale plein van FILOGOPOLIS.
Lees het laatste nieuws in onze stadskrant, de Logos.
Vraag de weg in het Tourist Office.
Een andere film over de Eerste Wereldoorlog:
Un long dimanche de fiançailles
Copyright © FILOGOPOLIS